Aan de hand van waarnemingen met ALMA en gegevens van de MUSE-spectrograaf van ESO’s Very Large Telescope is een kolossale fontein van moleculair gas ontdekt, die wordt aangedreven door een zwart gat in het helderste sterrenstelsel van de cluster Abell 2597. De volledige galactische cyclus van instroom en uitstroom die zo’n enorme kosmische fontein aandrijft is nooit eerder binnen één stelsel waargenomen. Op slechts één miljard lichtjaar van ons vandaan, in de nabije cluster die bekendstaat als Abell 2597, bevindt zich een reusachtige galactische fontein. In het hart van een van de stelsels in deze cluster is een enorme straal van koud moleculair gas waargenomen die de ruimte in spuit en vervolgens als een intergalactische stortbui op het zwarte gat neerregent.

ESO’s uiterst gevoelige GRAVITY-instrument heeft de al lang bestaande aanname dat er een superzwaar zwart gat in het centrum van de Melkweg huist verder onderbouwd. Nieuwe waarnemingen laten zien dat er gas met ongeveer 30% van de snelheid van het licht net buiten de waarnemingshorizon rondcirkelt. Het is voor het eerst dat er materiaal is waargenomen in een baan nabij het zwarte gat van waaruit er geen weg terug meer is. Nooit eerder werd materiaal dat op zo’n geringe afstand om een zwart gat cirkelt zo gedetailleerd waargenomen.

Deze foto van het actieve stervormingsgebied NGC 2467 – ook wel de Doodshoofd-met-gekruiste-beenderen-nevel genoemd – is even onheilspellend als mooi. De kleurrijke opname van stof, gas en heldere jonge sterren, die door de zwaartekracht bijeen worden gehouden in de vorm van een grijnzend doodshoofd, is vastgelegd met het FORS-instrument van de Very Large Telescope (VLT) van ESO. Hoewel de telescopen van ESO doorgaans worden gebruikt voor het verzamelen van wetenschappelijke gegevens, kunnen ze ook foto’s zoals deze maken, die mooi zijn van zichzelf.

Een internationaal team van astronomen heeft, met het VIMOS-instrument van de Very Large Telescope van ESO, een kolossale structuur in het vroege heelal ontdekt. Het bestaan van deze proto-supercluster van sterrenstelsels, die de bijnaam Hyperion heeft gekregen, kwam aan het licht bij nieuwe metingen en een complex onderzoek van archiefgegevens. Dit is de grootste en meest massarijke structuur die tot nu toe op zo’n grote afstand en in zo’n ver verleden – slechts 2 miljard jaar na de oerknal – is ontdekt.

FORS2, een instrument dat aan de Very Large Telescope van ESO is gekoppeld, heeft het spiraalstelsel NGC 3981 in al zijn schoonheid vastgelegd. De foto is gemaakt in het kader van het ESO-programma ‘Cosmic Gems’, dat gebruik maakt van de zeldzame momenten dat de waarnemingsomstandigheden niet geschikt zijn voor het verzamelen van wetenschappelijke gegevens. In plaats van niets te doen, laat het ‘Cosmic Gems’-programma ESO-telescopen toe om visueel verbluffende foto’s van de zuidelijke hemel te maken. Deze prachtige foto toont het magnifieke spiraalstelsel NGC 3981, dat in de inktzwarte ruimte zweeft.

De Carinanevel, een van de grootste en helderste nevels aan de nachthemel, is fraai in beeld gebracht door de VISTA-telescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal in Chili. Door waarnemingen te doen in het infrarood heeft VISTA door het hete gas en het donkere stof van de nevel heen gekeken, en zo ontelbare sterren zichtbaar gemaakt – zowel pasgeboren als stervende. Op ongeveer 7 500 lichtjaar afstand, in het sterrenbeeld Carina (Kiel), bevindt zich een nevel waarbinnen geboorte en dood hand in hand gaan.

Deze rijke opname, gemaakt met ESO’s VLT Survey Telescope – de grootste surveytelescoop ter wereld op zichtbare golflengten, wordt bevolkt door een glinsterende menigte van sterrenstelsels. De kenmerken van de vele sterrenstelsels op de foto stellen astronomen in staat om subtiele galactische details op te sporen. De Very Large Telescope (VLT) van ESO kan gedetailleerde waarnemingen doen van zeer zwakke hemelobjecten. Maar als astronomen willen begrijpen hoe de enorme verscheidenheid aan sterrenstelsels tot stand komt, moeten ze een ander soort telescoop gebruiken – eentje met een veel groter beeldveld.

Astronomen die gebruik maken van ALMA en NOEMA hebben voor het eerst met zekerheid een radioactief molecuul in de interstellaire ruimte gedetecteerd. Het radioactieve deel van het molecuul is een isotoop van aluminium. De waarnemingen laten zien dat de isotoop na de botsing tussen twee sterren, waarbij een restant achterbleef dat CK Vulpeculae wordt genoemd, over de ruimte is verspreid. Dit is de eerste keer dat dit element rechtstreeks is aangetoond bij een specifiek object.

ESO’s Very Large Telescope (VLT) heeft zijn eerste licht opgevangen met behulp van een nieuwe adaptieve optische modus die ‘lasertomografie’ wordt genoemd. Dat heeft opmerkelijk scherpe testbeelden opgeleverd van de planeet Neptunus, sterrenhopen en andere objecten. Het baanbrekende MUSE-instrument van de VLT in Narrow Field Mode kan, in samenwerking met de adaptieve-optiekmodule GALACSI, deze nieuwe techniek gebruiken om te corrigeren voor turbulentie op verschillende hoogten in de atmosfeer. Het is nu mogelijk om op zichtbare golflengten foto’s vanaf de grond te maken die scherper zijn dan die van de Hubble-ruimtetelescoop van ESA en NASA.

Nieuwe waarnemingen met ESO’s Very Large Telescope tonen de sterrenhoop RCW 38 in al zijn glorie. Deze foto is gemaakt tijdens het testen van de HAWK-I-camera met het adaptieve optische systeem GRAAL. Hij toont RCW 38 en zijn omringende wolken van helder gloeiend gas in prachtige details, met donkere slierten van stof die zich een weg zoeken door de heldere kern van deze jonge verzameling sterren. Deze afbeelding toont de sterrenhoop RCW 38, zoals vastgelegd door de HAWK-I-infraroodcamera, gekoppeld aan ESO’s Very Large Telescope (VLT) in Chili.

Dit gebeurde vandaag in 1978

Het gebeurde toen

Een Amerikaanse Delta raket brengt vanop de Cape Canaveral lanceerbasis de röntgensatelliet Einstein Observatory (HEAO-2) in de ruimte. Dit was de tweede satelliet van NASA's High Energy Astrophysical Observatories (HEAO). Het Einstein Observatory bleef tot april 1981 operationeel waarna de satelliet in maart 1982 opbrandde in de atmosfeer van de Aarde. Foto: NASA

Geplande evenementen

Geen geplande evenementen

Messier 71

Messier 71

M71 is een nabijgelegen sterrenhoop in het sterrenbeeld Sagitta (Pijl) waarvan de classificatie ervan jarenlang in vraagteken werd gesteld. Het object lijkt te schaars om een bolvormige sterrenhoop te zijn…

Lees meer...

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

100%

Sociale netwerken