Foto: Stephen Duffy (Flickr)

Het was 1884. Edward Emerson Barnard, de man die later Barnards Ster zou ontdekken, die Jupiter een vijfde maan zou geven en die honderden donkere nevels zou catalogiseren, richtte zijn fotografische platen op het sterrengebied van Perseus. Hij was op zoek naar iets, hoewel hij zelf waarschijnlijk niet precies wist waarnaar. Barnard was het soort astronoom dat de hemel systematisch en zonder vooropgezet plan verkende, in de overtuiging dat de hemel altijd meer te bieden had dan men verwachtte.En de hemel gaf hem gelijk. Op de belichte plaat verscheen een uitgestrekte, langgerekte nevel, groter dan bijna alles wat hij tot dan toe had gefotografeerd, uitgesproken van vorm, onmiskenbaar aanwezig.

Een object dat visueel vrijwel onzichtbaar was maar fotografisch schitterde als een kustlijn van licht. Barnard catalogiseerde zijn vondst, het object werd opgenomen in de New General Catalogue als NGC 1499, en de wereld van de astronomie werd rijker met een van zijn meest karakteristieke en fotogenieke winterobjecten. Meer dan een eeuw later fotograferen amateur-astronomen over de hele wereld diezelfde nevel met apparatuur die Barnard zich in zijn stoutste dromen niet had kunnen voorstellen. De narrowband-beelden die moderne astrofotografen produceren onthullen een rijkdom aan detail en kleur die de fotografische platen van 1884 volledig overstijgen. Maar het object is hetzelfde. De Californianevel (ook gekend als Californië-nevel) is nog altijd precies waar Barnard haar achterliet, uitgestrekt, gloeiend en wachtend in Perseus.

Ontdekking en catalogisering

De Californianevel werd ontdekt door de Amerikaanse astronoom Edward Emerson Barnard, dezelfde Barnard die we eerder ontmoetten als de ontdekker en catalogiseur van donkere nevels, waaronder Barnard 150, de Zeepaard Nevel. Barnard ontdekte NGC 1499 in 1884 via fotografische waarnemingen, en zijn ontdekking illustreert perfect de revolutie die de astrofotografie had teweeggebracht in de observationele astronomie: de nevel is zo uitgestrekt en tegelijkertijd zo laag in oppervlaktehelderheid dat ze visueel nauwelijks of niet zichtbaar is, maar op fotografische platen met voldoende belichtingstijd verschijnt ze als een onmiskenbare, uitgestrekte structuur.Het object werd opgenomen in de New General Catalogue van John Louis Emil Dreyer, gepubliceerd in 1888, onder de aanduiding NGC 1499. In andere catalogi is de nevel terug te vinden als Sharpless 2-220 (Sh2-220), een aanduiding uit de catalogus van H-II-gebieden die in 1959 werd gepubliceerd door Stewart Sharpless. Die classificatie als H-II-gebied definieert meteen de fysische aard van het object: een regio van geïoniseerd waterstofgas, verhit en aan het gloeien gebracht door de ultraviolette straling van een nabijgelegen hete ster.De bijnaam "Californianevel" is een latere toevoeging, gegeven door astrofotografen die de overeenkomst tussen de vorm van de nevel en de contouren van de Amerikaanse staat Californië opmerkten. Het is een van de gelukkigste bijnamen in de deep-sky astronomie: niet alleen is de gelijkenis treffend, ze is ook onmiddellijk herkenbaar voor iedereen die ooit een kaart van de Verenigde Staten heeft gezien.

Locatie aan de hemel

NGC 1499 bevindt zich in het sterrenbeeld Perseus, de Held, op een rechte klimming van 4u 03m 18s en een declinatie van +36° 25' 18''. Dit plaatst het object aan de winterhemel, in het gezelschap van andere beroemde winternebels zoals de Pleiaden (M45), de Orionnevel (M42) en de Dubbelcluster in Perseus (NGC 869 en NGC 884). Voor waarnemers op het noordelijk halfrond is de Californianevel het best te observeren van oktober tot februari, wanneer Perseus hoog aan de hemel staat.De ligging in Perseus is voor de Californianevel niet toevallig, ze is direct geassocieerd met de Perseus OB2-associatie, een van de rijkste concentraties van jonge, massieve sterren in onze galactische buurt. Die associatie, die ook de Dubbelcluster omvat, is een van de actieve stervormingsregio's in de Perseusarm van de melkweg, en de Californianevel is een direct zichtbaar product van de energetische activiteit van de jonge sterren in die associatie. De afstand tot NGC 1499 wordt geschat op ongeveer 1.000 tot 1.500 lichtjaar, met de meest gebruikte waarden rond de 1.000 lichtjaar. Op die afstand heeft de nevel een schijnbare lengte van 2,5 graden en een breedte van ongeveer 40 boogminuten, wat correspondeert met een werkelijke fysische afmeting van circa 100 lichtjaar in lengte en 20 lichtjaar in breedte. Het is een groot object, groot genoeg om volledig in beeld te brengen met een korte brandpuntsafstand, maar compact genoeg in zijn kortste dimensie om ook met langere brandpuntsafstanden interessante deelgebieden te fotograferen.Voor waarnemers in België en Nederland bereikt Perseus een maximale hoogte van 65 tot 75 graden boven de horizon, uitstekend voor zowel visuele waarneming als astrofotografie, met minimale atmosferische verstoring.

De exacte locatie van NGC 1499 aan de sterrenhemel. 

De centrale ster: Xi Persei, de levensadem van de nevel

Het hart van het verhaal van NGC 1499 is niet de nevel zelf, maar de ster die haar doet gloeien: Xi Persei, ook bekend onder de Arabische naam Menkib, een van de helderste en meest massieve sterren aan de winterhemel die met het blote oog zichtbaar is.Xi Persei is een ster van het spectraaltype O7.5 III, een hete, blauwig-witte reus met een oppervlaktetemperatuur van maar liefst 37.000 Kelvin, meer dan zes keer zo heet als de zon. De lichtkracht van Xi Persei is duizelingwekkend: de ster straalt meer dan 263.000 keer zoveel licht uit als de zon, en haar schijnbare magnitude van 4,04, goed zichtbaar met het blote oog als een heldere ster in Perseus, is des te indrukwekkender wanneer men bedenkt dat ze zich op een afstand van ongeveer 1.200 lichtjaar bevindt. Op de afstand van de zon zou Xi Persei aan de hemel schijnen als een kleine maan.Wat Xi Persei zo bijzonder maakt voor de Californianevel, is de enorme hoeveelheid ultraviolette fotonen die ze uitstoot. Sterren van spectraaltype O zijn de heetste en meest energetische sterren die de natuur produceert, en ze stralen het overgrote deel van hun energie uit als harde ultraviolette straling die in staat is waterstofatomen te ioniseren. Elke seconde verlaat een enorme vloed van ultraviolette fotonen het oppervlak van Xi Persei en stroomt de omringende ruimte in. Wanneer die fotonen het waterstofgas van de Californianevel treffen, worden de elektronen van de waterstofatomen losgeslagen, ionisatie, waarna ze recombineren met nabijgelegen protonen en daarbij licht uitzenden op specifieke golflengtes, met name in de rode H-alfa-lijn op 656 nanometer.Dat is de gloeiende rode gloed die we zien als we naar NGC 1499 kijken: niet het directe licht van Xi Persei, maar het fluorescentielicht van het waterstofgas dat door die ster wordt aangestoten tot gloeien. De nevel is een kosmische fluorescente lamp, en Xi Persei is de energiebron.Xi Persei is ook een zogenaamde runaway star, een ster die met een ongewoon hoge snelheid ten opzichte van haar omgeving door de melkweg beweegt. Ze heeft een eigenbewegingssnelheid die aangeeft dat ze ooit deel uitmaakte van een dubbelsterrensysteem waarvan de partner explodeerde als supernova. Die supernova-explosie slingerde Xi Persei met grote snelheid de ruimte in, en ze heeft sindsdien haar eigen pad gevolgd door de Perseus OB2-associatie. Dat runaway-karakter is wetenschappelijk interessant omdat het informatie geeft over de dynamische geschiedenis van de sterassociatie waaruit ze afkomstig is.

De ionisatiestructuur: een nevel in twee gezichten

Een van de meest fascinerende fysische aspecten van NGC 1499 is haar ionisatiestructuur, de manier waarop de ultraviolette straling van Xi Persei het gas van de nevel ioniseert en hoe die ionisatie ruimtelijk is verdeeld. De nevel is geen uniforme, homogene gaswolk. Ze heeft een duidelijke ruimtelijke structuur die rechtstreeks gerelateerd is aan de positie van Xi Persei ten opzichte van het gas en aan de dichtheidsverdeling van dat gas. Xi Persei bevindt zich niet in het geometrische centrum van de nevel maar aan de zuidelijke rand, en de ionisatiefront, de grens tussen het geïoniseerde en het neutrale gas, is dienovereenkomstig asymmetrisch gestructureerd. De helderste en meest geïoniseerde delen van de nevel bevinden zich aan de zijde die het dichtst bij Xi Persei is, de zuidelijke rand van de Californianevel is in H-alfa helderder en scherper omlijnd dan de noordelijke rand, die flauwer en diffuser is. Die asymmetrie is op goede narrowband-opnames duidelijk zichtbaar en geeft de nevel haar karakteristieke getextuurde, niet-uniforme uiterlijk. In OIII (dubbel geïoniseerd zuurstof, 500 nanometer) vertoont de Californianevel een bijzonder interessante structuur. Dubbele ionisatie van zuurstof vereist fotonen met een nog hogere energie dan voor de ionisatie van waterstof nodig is, en de OIII-emissie is dan ook geconcentreerd in de zones die het meest direct worden bestraald door de heetste fotonen van Xi Persei. Op OIII-opnames ziet de nevel er structureel anders uit dan op H-alfa: de OIII-emissie is geconcentreerd in bredere, diffusere zones, terwijl de H-alfa-emissie de fijnere filamenteuze structuren tekent. Die verschil in morfologie tussen H-alfa en OIII is een van de wetenschappelijk meest informatieve aspecten van de nevel en geeft direct inzicht in de energieverdeling van de ioniserende straling.

Moleculaire omgeving en stofstructuren

Rondom en deels overlapppend met de Californianevel bevindt zich een complex van moleculaire wolken en interstellaire stofstructuren die de bredere fysische context van het object vormen. Die moleculaire omgeving is nauw verbonden met de Perseus OB2-associatie en de uitgebreide stervormingsactiviteit die in dit deel van de melkweg plaatsvindt. Op diepe breedband-opnames van het gebied rondom NGC 1499 zijn uitgestrekte stofwolken zichtbaar als donkere gebieden die het rijke sterrenveld van Perseus gedeeltelijk bedekken. Die stofwolken zijn de moleculaire reservoirs waaruit de sterren van de Perseus OB2-associatie zijn gevormd, en ze bevatten nog steeds voldoende materie voor de vorming van nieuwe sterren. Enkele van die donkere wolken bevinden zich op de voorgrond van de Californianevel, een perspectivische toevalligheid die op sommige opnames leidt tot mooie composities waarbij donkere stofstructuren zich aftekenen tegen de gloeiende H-alfa-emissie van de nevel. Infraroodwaarnemingen van het gebied rondom NGC 1499 hebben jonge stellaire objecten geïdentificeerd die zijn ingebed in de moleculaire wolken, proto-sterren en jonge T-Tauri-sterren die recentelijk zijn gevormd uit het moleculaire gas. Die jonge objecten zijn in optisch licht onzichtbaar achter het stofscherm van de moleculaire wolken, maar in infraroodlicht detecteerbaar als bronnen van thermische straling. Ze bevestigen dat het stervormingsproces in de Perseus OB2-associatie nog altijd actief is, ook al is de meest recente generatie massieve sterren, waaronder Xi Persei, al volledig gevormd en ontvlamd.

NGC 1499 gefotografeerd vanuit de Verenigde Staten met een Williams Optics REDCAT51 telescoop
en een ZWO AS2600mc-Pro camera - Foto: Tom Wildoner

Astrofotografie: de uitdaging van het grote formaat

NGC 1499 fotograferen is een uitdaging die begint bij de schaal. Met een totale lengte van meer dan 2,5 graden is de nevel een van de grootste objecten aan de winterhemel die nog in een enkelvoudige opname past, en het kiezen van de juiste brandpuntsafstand is de eerste en belangrijkste beslissing die een astrofotograaf moet nemen. Voor een volledig beeld van de Californianevel inclusief de omliggende sterrenvelden van Perseus is een brandpuntsafstand van 50 tot 135 mm op fullframe de aangewezen keuze. Bij 50 mm past de nevel royaal in het beeldveld, met voldoende ruimte voor de omgeving om context te bieden en voor een compositie die ook de nabijgelegen heldere ster Xi Persei als dramatisch element incorporeert. Bij 85 tot 135 mm vult de nevel het beeldveld fraai zonder er volledig uit te lopen, en zijn er al aanzienlijke structurele details zichtbaar in de H-alfa-emissie. Met brandpuntsafstanden van 200 tot 400 mm worden deelgebieden van de nevel in beeld gebracht, maar de werkelijke rijkdom van de interne structuur begint pas zichtbaar te worden. Op dit brandpuntsbereik zijn de filamenteuze textuur van de H-alfa-emissie, de donkere stofbanen die de heldere nevel doorkruisen en de asymmetrie in helderheid tussen de zuidelijke en noordelijke rand duidelijk te onderscheiden. Voor wie de nevel in al zijn detailrijkdom wil vastleggen, zijn mozaïekopnames met een brandpuntsafstand van 300 tot 500 mm de ideale aanpak: twee of drie panelen die digitaal worden samengevoegd geven een eindresultaat dat zowel de volledige omvang van de nevel als de fijnste interne structuren omvat.

Belichtingstijden zijn afhankelijk van de filterkeuze en het optische systeem. Met een H-alfa filter van 7 nm of smaller zijn subs van 5 tot 15 minuten gebruikelijk, met een totale integratie van 4 tot 10 uur voor het H-alfa kanaal. OIII vereist doorgaans 30 tot 50 procent meer integratie dan H-alfa voor een vergelijkbaar signaal-ruisverhouding. Vanuit stedelijke omgevingen met dual-narrowband filters is de Californianevel goed te fotograferen dankzij de sterke H-alfa-emissie die zelfs onder ongunstige omstandigheden voldoende signaal oplevert. Kleurverwerking in het HOO-palet, H-alfa als rood, OIII als groen en blauw, geeft de nevel haar klassieke roodoranje verschijning die dicht aanleunt bij de natuurlijke kleur van geïoniseerd waterstof. In het Hubble-palet (SHO) geeft de interplay van H-alfa en OIII een rijker kleurpalet waarbij de structurele verschillen tussen de twee emissiekanalen mooi worden benadrukt. Een bijzonder aansprekende benadering is de zogenaamde Foraxx-palette, een afgeleide van het SHO-palet die de kleurgradiënten op een meer natuurlijke manier weergeeft en de Californianevel een warme, bijna schilderachtige kwaliteit geeft.

Visuele waarneming: de moeilijkste uitdaging

Visueel is de Californianevel misschien wel het meest uitdagende object in dit artikel, uitdagender dan de Zeepaardnevel, uitdagender dan sommige donkere nevels, en paradoxaal genoeg uitdagender dan veel fainter maar compactere emissinebels. De reden is haar combinatie van enorme uitgestrektheid en lage oppervlaktehelderheid: de totale geïntegreerde magnitude bedraagt slechts ongeveer 6, maar die helderheid is verdeeld over een oppervlak van meer dan 100 vierkante boogminuten, waardoor de oppervlaktehelderheid per vierkante boogminuut extreem laag is. Zonder filter is de Californianevel visueel nagenoeg onzichtbaar, zelfs onder de donkerste luchten. De lage oppervlaktehelderheid maakt het praktisch onmogelijk om enig contrast te onderscheiden tussen de nevel en de achtergrondhemel. Een H-bèta filter is vrijwel onmisbaar voor visuele waarneming: het blokkeert het overgrote deel van het spectrum en laat alleen de H-bèta emissielijn door, waardoor het contrast tussen de nevel en de achtergrondhemel dramatisch toeneemt.

Met een H-bèta filter en een telescoop van 100 tot 150 mm is de Californianevel detecteerbaar als een zwakke maar merkbare verheldering van de achtergrondhemel in het gebied tussen de heldere ster Xi Persei en de nabijgelegen sterrenhopen van Perseus. Het is geen spectaculaire visuele ervaring, geen scherpe randen, geen interne structuur, geen herkenbare vorm, maar het detecteren van de nevel is voor ervaren waarnemers een bevredigende uitdaging die de kwaliteit van de hemel en de alertheid van het oog op de proef stelt. Met grotere instrumenten van 200 mm en meer onder een uitstekende donkere hemel en met een H-bèta filter wordt de nevel duidelijker en begint de asymmetrie in helderheid, de zuidelijke rand helderder dan de noordelijke, waarneembaar te worden. De algehele vorm van de nevel, langgerekt, licht gebogen, is met voldoende aperture en de beste omstandigheden te herkennen voor geoefende waarnemers. Een verrekijker van 7x50 of 10x50 met een H-bèta filter, gebruikt onder een uiterst donkere hemel, geeft soms een verrassend goed resultaat vanwege het brede gezichtsveld dat de volle omvang van de nevel omvat.

Wetenschappelijke context

NGC 1499 heeft in de wetenschappelijke literatuur een solide reputatie als studieobject voor ionisatieprocessen in het interstellaire medium en als testbed voor modellen van H-II-gebieden. De nabijheid van het object, de relatief eenvoudige ionisatiegeometrie, één dominante ionisatiebron, Xi Persei, en de grote schijnbare afmeting die gedetailleerde ruimtelijke studies mogelijk maakt, maken het tot een ideaal laboratorium voor de fundamentele fysica van geïoniseerd gas. Studies van de elektronendichtheid en elektronentemperatuur in de nevel, uitgevoerd via spectroscopische metingen van emissielijnen, geven inzicht in de thermodynamische structuur van het geïoniseerde gas. De elektronentemperatuur in NGC 1499 bedraagt typisch 7.000 tot 10.000 Kelvin, warmer dan de oppervlakte van de zon maar koud vergeleken met de heetste zones van sommige planetaire nevels. De elektronendichtheid is relatief laag, vergelijkbaar met andere uitgestrekte H-II-gebieden, en weerspiegelt het ijle karakter van het interstellaire medium in dit deel van de Perseus OB2-associatie. Radio-observaties in de 21-centimeter lijn van neutraal waterstof hebben het neutrale gas rondom NGC 1499 in kaart gebracht en de overgangszone tussen geïoniseerd en neutraal gas, het ionisatiefront, gedetailleerd bestudeerd. Die waarnemingen tonen aan dat de nevel is ingebed in een groter complex van neutraal gas dat zich uitstrekt over een gebied dat meerdere malen groter is dan de optisch zichtbare nevel, en dat de Californianevel slechts het geïoniseerde, voor ons zichtbare deel is van een veel grotere moleculaire structuur. Astrometrische data van de Gaia-ruimtetelescoop hebben de afstand tot Xi Persei nauwkeuriger bepaald, op circa 1.200 lichtjaar, en hebben bevestigd dat de ster deel uitmaakt van de Perseus OB2-associatie. Die nauwkeurige afstandsbepaling is direct relevant voor de interpretatie van de fysische eigenschappen van de nevel, inclusief haar werkelijke afmeting, de ioniserende flux van Xi Persei en de massaschatting van het geïoniseerde gas.

NGC 1499 (links) gefotografeerd in combinatie met de bekende open sterrenhoop Pleiaden
met een Canon 6D camera Sigma Art 50mm lens - Foto: Don McCrady

 

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1986

Het gebeurde toen

De Russische ruimtesonde Vega 2 vliegt op een afstand van 8 030 kilometer langs de kern van de komeet Halley. Vega 2 stuurt meer dan 700 foto's van de komeet terug naar de Aarde waarvan veel foto's een hogere resolutie hebben dan de beelden afkomstig van Vega 1. De instrumenten aan boord van Vega 2 onderzochten nauwkeurig de kern van de komeet alsook de coma en de staart. Op 24 maart 1987 raakt men uiteindelijk het contact kwijt met Vega 2. Het ruimtetuig draait vandaag nog steeds in een baan om de Zon. Foto: Roscosmos

Ontdek meer gebeurtenissen

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken