Foto: Eric Smith (Flickr)

Niet alles aan de hemel schittert. Niet alles vraagt om aandacht met licht, met kleur, met de spectaculaire gloed van geïoniseerd gas of het fonkelen van duizenden sterren in een compacte hoop. Sommige objecten doen het anders. Sommige objecten fluisteren in plaats van roepen, en wie de moeite neemt om te luisteren, wordt beloond met een ervaring die dieper gaat dan welke gloeiende emissienevel ook. Barnard 150 is zo'n object. Een donkere nevel in Cepheus, onzichtbaar in het gewone licht, aanwezig uitsluitend als een afwezigheid, een zone waar de sterren verdwijnen, waar de melkweggloed wordt geblokkeerd door een dichte wolk van moleculair gas en stof die er al was voordat de eerste mens naar de hemel keek.

En die wolk heeft een vorm. Een kronkelende, gebogen, onmiskenbare vorm die elke waarnemer die hem eenmaal heeft gezien nooit meer vergeet: een zeepaard, opgekruld en in rust, zijn kop omhoog, zijn staart naar beneden gekruld, zijn silhouet getekend in duisternis tegen de rijke goudgele melkwegvelden van de herfstcepheus. De Seahorse Nebula (Zeepaard Nevel) is een object voor geduld en voor donkere nachten. Voor lange belichtingstijden en een bereidheid om te kijken naar wat er niet is. Maar wie die bereidheid heeft, ontdekt in Barnard 150 een van de meest intieme en ontroerende objecten aan de nachtelijke hemel, een kosmisch wezen dat rust in het sterrenveld, wachtend op het moment dat de zwaartekracht haar zal wekken.

Barnard en zijn catalogus van duisternis

Om Barnard 150 te begrijpen, moet je eerst Edward Emerson Barnard begrijpen, een van de meest opmerkelijke figuren uit de geschiedenis van de astronomie, en een man wiens levensloop nauwelijks minder fascinerend is dan de objecten die hij ontdekte. Edward Emerson Barnard werd geboren in 1857 in Nashville, Tennessee, in een gezin dat geplaagd werd door armoede. Als kind werkte hij als assistent in een fotografisch atelier, waar hij de basisprincipes van de fotografie leerde, een vaardigheid die later van doorslaggevend belang zou blijken voor zijn wetenschappelijke carrière. Zijn interesse in de astronomie begon als puber, en met een kleine refractortelescoop die hij had gespaard om te kopen, begon hij de hemel systematisch te verkennen. Zijn talent en doorzettingsvermogen brachten hem uiteindelijk naar de Lick Observatory in Californië en later naar de Yerkes Observatory in Wisconsin, waar hij de rest van zijn professionele leven zou werken. Barnard was een pionier van de astrofotografie en een meesterlijk visueel waarnemer. Hij ontdekte de vijfde maan van Jupiter (Amalthea), de ster met de grootste eigenbewegingssnelheid die bekend is, nog altijd bekend als Barnards Ster, en tientallen kometen. Maar misschien zijn meest duurzame bijdrage aan de astronomie is zijn systematische fotografische catalogus van donkere nevels: de Barnard Catalogue of Dark Markings in the Sky, gepubliceerd in twee delen in 1919 en 1927. In die catalogus documenteerde Barnard 370 donkere nevels, plekken aan de hemel waar interstellair gas en stof zo dicht zijn opeengepakt dat ze het licht van de sterren erachter blokkeren. Hij noemde ze "donkere markingen" of "donkere vlekken" en begreep al vroeg dat ze niet simpelweg gaten in de sterrenverdeling waren, maar echte fysieke structuren van interstellaire materie. Barnard 150, opgenomen in zijn catalogus onder dat nummer, is een van de meest opvallende en fotogenieke van al die donkere nevels.

Wat is een donkere nevel?

Voordat we dieper ingaan op Barnard 150 zelf, is het nuttig even stil te staan bij wat een donkere nevel precies is, want het mechanisme is fundamenteel anders dan dat van de gloeiende emissienevels en weerkaatsende reflectienebels die de meeste astronomieliefhebbers beter kennen. Een donkere nevel, ook wel absorptienevel of donkere wolk genoemd, is een dichte concentratie van moleculair gas en stof in de interstellaire ruimte. Het stof bestaat uit microscopisch kleine deeltjes, koolstof, silicaten, ijzer, organische moleculen, die het licht van achtergelegen sterren en nevelgebieden absorberen en verstrooien. Hoe dichter de wolk, hoe meer licht wordt geblokkeerd, en hoe donkerder de wolk verschijnt tegen de achterliggende sterrenvelden. In optisch licht is een donkere nevel letterlijk onzichtbaar, ze heeft geen eigen licht en reflecteert ook niet genoeg omgevingslicht om zichtbaar te worden. Ze manifesteert zich uitsluitend als een afwezigheid: een zone waar sterren ontbreken, waar de achtergrondgloed van de melkweg wordt geblokkeerd, waar de continuïteit van het sterrenveld wordt onderbroken door een donkere, kronkelende vorm. In andere golflengtes is het verhaal echter anders. In het infrarood, waar het stof van de wolk thermische straling uitzendt, lichten donkere nevels juist op. In millimeter- en submillimetergolflengtes zijn de moleculaire bestanddelen van de wolk detecteerbaar via hun emissie- en absorptielijnen. Radiotelescopen kunnen de interne structuur van donkere wolken in detail in kaart brengen, en infraroodtelescopen kunnen door het stof heen kijken om te zien wat er binnenin de wolk plaatsvindt. Donkere nevels zijn dus allesbehalve leeg of onbelangrijk, ze zijn juist de rijkste en meest actieve structuren in het interstellaire medium, de plaatsen waar de volgende generatie sterren wordt voorbereid.

De prachtige Zeepaard Nevel gefotografeerd door M.J. Smith (Flickr). 

Locatie en omgeving

Barnard 150 bevindt zich in het sterrenbeeld Cepheus, hetzelfde rijke sterrenbeeld dat ook de prachtige Toveraarsnevel (NGC 7380) herbergt. De coördinaten zijn een rechte klimming van ongeveer 20u 50m en een declinatie van +60° 25', wat het object plaatst in een van de dichtstbevolkte en visueel rijkste gebieden van de zomerse en herfstmelkweg op het noordelijk halfrond. De afstand tot Barnard 150 wordt geschat op ongeveer 1.100 tot 1.200 lichtjaar, relatief dichtbij naar astronomische maatstaven, wat mede de reden is waarom de nevel zo uitgestrekt aan de hemel verschijnt. De schijnbare afmeting van de donkere wolk bedraagt ruwweg 15 bij 5 boogminuten voor het centrale, compacte deel van het zeepaard, maar de omliggende moleculaire structuren die tot hetzelfde complex behoren, strekken zich over een veel groter gebied uit. De omgeving van Barnard 150 in Cepheus is bijzonder fotogeniek, en dat is een van de redenen waarom het object zo geliefd is bij astrofotografen. De nevel is ingebed in een uitgestrekt veld van de melkweg, rijk aan sterren van uiteenlopende helderheid en kleur, en omgeven door zwakke maar uitgestrekte nevelachtige structuren die de donkere wolk omringen als een gloeiende achtergrond. De combinatie van het pikzwarte zeepaard tegen de warm-oranje en goudgele melkwegachtergrond is een van de meest esthetisch aansprekende beeldsamenstellingen die de herfstmelkweg te bieden heeft. Op korte afstand van Barnard 150 bevinden zich ook andere Barnard-objecten, B149, B151 en B152, die samen met B150 deel uitmaken van een uitgestrekt complex van donkere moleculaire wolken in Cepheus. Op brede opnames zijn deze naburige wolken zichtbaar als donkere vingers en kronkels die het sterrenveld doorkruisen, en ze geven de bredere context van Barnard 150 als onderdeel van een groter moleculair wolk systeem.

De zeepaardillusie: vorm en structuur

De bijnaam "Zeepaard Nevel" is voor Barnard 150 geen marketingnaam die achteraf aan het object is geplakt, ze is een directe en treffende beschrijving van wat je ziet wanneer je een goede opname van het object bekijkt. De donkere wolk heeft een kronkelende, gebogen vorm met een verdikking aan het ene uiteinde die de kop van het zeepaard vormt, een slanke maar gebogen romp, en een opkrullende staart aan het andere uiteinde. De gelijkenis is frappant genoeg om zelfs de meest sceptische waarnemer te overtuigen. Die karakteristieke vorm is niet toevallig in de zin van willekeur, ze is het resultaat van de specifieke manier waarop de moleculaire wolk zich heeft ontwikkeld onder invloed van de omringende sterrenvelden, straling en zwaartekracht. Moleculaire wolken zijn dynamische structuren die voortdurend in beweging zijn, die worden vervormd door turbulenties in het interstellaire medium en door de druk van nabijgelegen sterren en nevelgebieden. De kronkelende, onregelmatige vorm van Barnard 150 is een momentopname van die complexe dynamiek, bevroren in een configuratie die toevallig en toch onmiskenbaar doet denken aan een zeepaard. De densiteit van de wolk varieert sterk over zijn oppervlak. Het donkerste en dichtste deel, de kop van het zeepaard, is zo dicht dat het vrijwel alle achterliggende sterren blokkeert, waardoor het pikzwart afsteekt tegen de rijke sterrenvelden erachter. Naar de randen en de staart toe wordt de wolk dunner en transparanter, en beginnen zwakkere achtergrondsterren door de wolk heen te schemeren, wat een subtiel en gelaagd effect geeft dat op goed verwerkte astrofoto's prachtig zichtbaar is.

De achtergrond: een schilderij van melkweglicht

Een van de meest bijzondere aspecten van Barnard 150 als astrofotografisch subject is de achtergrond waarop het donkere silhouet zich aftekent. De nevel bevindt zich in een richting die samenvalt met een van de rijkste delen van de zomerse en herfstmelkweg, en de achtergrond bestaat uit een tapijt van duizenden sterren in uiteenlopende helderheid, kleur en dichtheid. Maar het zijn niet alleen de sterren die de achtergrond zo bijzonder maken. In de directe omgeving van Barnard 150 bevinden zich ook uitgestrekte gebieden van zwakke nevelachtige gloed, combinaties van emissiemateriaal en reflectienevel die op diepere opnames zichtbaar worden als een warme, amberkleurige achtergrond die het donkere zeepaard omringt als een kosmische aureool. Die achtergrondgloed is deels het geïntegreerde licht van ontelbare verre sterren en deels de emissie van dun verspreid geïoniseerd gas in de galactische schijf. Het contrast tussen het pikzwarte silhouet van het zeepaard en de rijke, warme achtergrond is wat Barnard 150 zo fotogeniek maakt. Er is weinig aan de hemel wat zo'n directe en krachtige visuele impact heeft als een goed verwerkte opname van deze nevel: het zeepaard springt eruit als een zwart relief, scherp en onmiskenbaar, terwijl de achtergrond bruist van kleur en textuur. Het is een beeld dat tegelijkertijd eenvoudig en complex is, donker en rijk, leeg en vol.

Barnard 150 gefotografeerd door Steven Lambrechts (Flickr) met een Skywatcher Esprit100ed telescoop
en een Qhy294mm pro camera.

Astrofotografie: de kunst van het fotograferen van duisternis

Het fotograferen van donkere nevels is een vak apart, en Barnard 150 is een uitstekende leerschool voor wie deze specialiteit wil verkennen. De uitdaging is fundamenteel anders dan bij emissienevels: je fotografeert niet iets wat licht uitzendt, maar iets wat licht blokkeert. Dat betekent dat de kwaliteit van je eindresultaat niet in de eerste plaats afhangt van hoe goed je het object zelf belicht, maar van hoe goed je de achtergrond belicht, het rijke sterrenveld en de zwakke nevelachtergrond waarop het zeepaard zich aftekent. Voor een optimale opname van Barnard 150 zijn donkere luchten vrijwel onmisbaar. In tegenstelling tot emissienevels, die met narrowband filters ook vanuit lichtverontreinigde stedelijke omgevingen goed te fotograferen zijn, profiteert Barnard 150 nauwelijks van narrowband fotografie. De nevel zelf produceert immers geen emissielicht, en het rijke sterrenveld en de nevelachtergrond die het zeepaard zo prachtig contrasteren, worden door narrowband filters grotendeels onderdrukt. Breedband LRGB fotografie onder een donkere, transparante hemel is de aangewezen aanpak. Wat brandpuntsafstand betreft biedt Barnard 150 grote flexibiliteit. Met een kortere brandpuntsafstand van 200 tot 400 mm wordt het zeepaard in zijn volledigheid gevangen, inclusief de staart en de omringende moleculaire wolken B149, B151 en B152, in een breed en contextueel rijke compositie.

Met een langere brandpuntsafstand van 500 tot 800 mm of meer legt de kop en het bovenste deel van de romp nadruk op de fijnste structurele details, de subtiele densiteitsvariaties in de wolk, de plaatsen waar achtergrondsterren door de dunner wordende rand van de wolk schemeren, en de scherpe grens tussen de dichte kern en het omringende sterrenveld. Belichtingstijden voor Barnard 150 zijn doorgaans langer dan voor vergelijkbare emissienevels, niet omdat het object zelf meer belichtingstijd vereist maar omdat de zwakke achtergrondnevel en de fijnste details in de overgangsgebieden van de wolk pas bij voldoende integratie volledig zichtbaar worden. Een totale integratie van 6 tot 15 uur in LRGB, verdeeld over meerdere nachten, geeft de beste resultaten. Bijzondere aandacht verdient de luminantielaag: een diepe, hoog-gesignaliseerde luminantie-opname is de basis voor een scherp, gedetailleerd eindresultaat waarbij de textuur van de donkere wolk en de fijne structuur van het achtergrondsterrenveld maximaal tot hun recht komen. Een techniek die bijzonder goed werkt voor donkere nevels als Barnard 150 is het gebruik van een hoge dynamische range in de beeldbewerking: de heldere, rijke achtergrond mag niet uitblazend zijn, maar ook niet zo sterk onderdrukt dat de context verloren gaat. Tegelijkertijd moet het donkere silhouet echt donker zijn, echt zwart, niet grijs, om het maximale contrast te bereiken. Het vinden van die balans is een van de creatieve uitdagingen die donkere nevelfotografie zo boeiend en bevredigend maakt.

Visuele waarneming: de ultieme donkere hemel uitdaging

Visueel waarnemen van donkere nevels is misschien wel de meest veeleisende tak van de amateur-astronomie. Er is geen filter dat helpt, geen vergroting die het object helderder maakt, geen technische truc die de uitdaging vermindert. Alles hangt af van twee factoren: de donkerte van de hemel en de ervaring van de waarnemer. Barnard 150 is visueel waarneembaar onder uitstekende omstandigheden, een Bortle 2 of 3 hemel, ver van enige lichtvervuiling, op een nacht met uitstekende transparantie en minimale luchtvochtigheid. Onder zulke omstandigheden is de rijke melkwegachtergrond in Cepheus al met het blote oog indrukwekkend zichtbaar, en begint het donkere silhouet van het zeepaard als een verduistering van die achtergrond herkenbaar te worden voor geoefende waarnemers. Met een verrekijker van 7x50 of 10x50 onder dezelfde uitstekende omstandigheden wordt het zeepaard duidelijker: het rijke sterrenveld van de omgeving contrasteert mooi met de sterrenlege zone van de donkere wolk, en de kronkelende vorm begint zichtbaar te worden als een leegte in het sterrenveld. Een verrekijker heeft hier een voordeel boven een telescoop: het brede gezichtsveld laat de waarnemer de nevel in zijn volledige context zien, met de omringende sterrenvelden en de naburige donkere wolken als referentie.

Met een telescoop van 100 tot 150 mm bij lage vergroting, een oculair dat een echt gezichtsveld van minstens 2 tot 3 graden geeft, is de donkere wolk het best te benaderen. Een te hoge vergroting werkt contraproductief: ze vergroot de donkere zone maar verkleint tegelijkertijd het gezichtsveld, waardoor de waarnemer de context van het rijke omringende sterrenveld verliest en de nevel moeilijker te herkennen is. Bij lage vergroting en een breed gezichtsveld is de plotselinge leegte van Barnard 150 juist het meest opvallend en het meest indrukwekkend. Ervaren waarnemers die vertrouwd zijn met de techniek van averted vision, het indirecte kijken waarbij je het object iets van het centrum van je gezichtsveld plaatst om de gevoeliger staafjes van het netvlies te activeren, kunnen ook bij donkere nevels profiteren van deze techniek, niet om het object helderder te maken maar om de randen en contouren van de wolk scherper te zien.

Barnard 150 in de bredere context van Cepheus

Barnard 150 is geen geïsoleerd object. Het maakt deel uit van een uitgestrekt complex van moleculaire wolken dat het sterrenbeeld Cepheus doorkruist en dat astronomen het Cepheus Moleculair Wolk Complex noemen, een van de actieve stervormingsgebieden in de nabije omgeving van de zon. Dit complex omvat naast Barnard 150 ook andere Barnard-nevels, de Iris Nebula (NGC 7023), en verschillende minder bekende maar wetenschappelijk interessante stervormingskernen. Op brede astrofoto's die het volledige Cepheus-moleculair wolk complex omvatten, is Barnard 150 slechts één element in een veel groter patroon van donkere wolken, heldere nevelgebieden en jonge sterrenhopen die samen het verhaal vertellen van stervorming op galactische schaal. Die bredere context geeft het zeepaard zijn volledige betekenis: het is niet alleen een mooi silhouet, maar een actieve schakel in de kosmische cyclus van geboorte, leven en dood van sterren.

 

Kris Christiaens

K. Christiaens

Medebeheerder & hoofdredacteur van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Belgium in Space.
Ruimtevaart & sterrenkunde redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1713

Het gebeurde toen

In het Franse dorpje Rumigny wordt Nicolas Louis de Lacaille geboren. Nadat hij in 1739 hoogleraar werd aan het Collège Mazarin kreeg hij er in 1746 een eigen sterrenwacht. Hij stelde vanuit Zuid-Afrika de eerste bruikbare stercatalogus voor de zuidelijke hemel op (Coelum australe stelliferum) en stelde net als Charles Messier ook een catalogus op voor nevelachtige objecten die voor kometen konden aanzien worden. In tegenstelling tot de lijst van Messier raakte de catalogus van Nicolas Louis de Lacaille in onbruik. Foto: Melle Le Jeuneux

Ontdek meer gebeurtenissen

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

Sociale netwerken