Kometen zijn één van de meest fascinerende objecten uit de sterrenkunde. Sinds mensenheugenis worden kometen al waargenomen en met de komst van de moderne technologie is de wetenschap er in geslaagd veel meer te leren over deze wonderbaarlijke hemelverschijnselen. De kern van een komeet is niet groter dan vijftig kilometer en hun oorsprong is te zoeken in de buitenste regionen van ons zonnestelsel. Wanneer dergelijke objecten te dicht bij de zon komen, ontstaat een prachtige staart die kometen kenmerken. In dit artikel wordt een overzicht gegeven van de meest bekende kometen die doorheen de geschiedenis onze nachtelijke sterrenhemel hebben beïnvloed.
Komeet Halley (1P/Halley)
Komeet Halley (1P/Halley) is de meest bekende periodieke komeet in de geschiedenis en maakte in 1986 zijn meest recente passage langs de aarde. De komeet dankt zijn naam aan de Engelse astronoom Edmond Halley, die in 1705 als eerste berekende dat waarnemingen uit 1531, 1607 en 1682 betrekking hadden op dezelfde terugkerende komeet. Halley voorspelde correct dat de komeet in 1758 zou terugkeren, een voorspelling die helaas pas na zijn dood werd bevestigd maar die de astronomie revolutioneerde. De omlooptijd van komeet Halley bedraagt gemiddeld 76 jaar, waardoor slechts weinig mensen het voorrecht hebben de komeet tweemaal in hun leven te zien. De passage van 1986 werd met grote verwachting tegemoet gezien, aangezien het de eerste keer was dat ruimtesondes een komeet van dichtbij zouden bestuderen. In totaal werden vijf ruimtemissies naar Halley gestuurd, waaronder de Europese Giotto-sonde die tot slechts 600 kilometer van de kern naderde en spectaculaire beelden terugstuurde. Voor amateur-astronomen was de passage van 1986 echter enigszins teleurstellend vanwege de ongunstige geometrie van de baan ten opzichte van de aarde. De komeet bereikte slechts een magnitude van ongeveer 2 tot 3, waardoor hij veel minder spectaculair was dan tijdens eerdere passages zoals die van 1910. Waarnemers op het zuidelijk halfrond hadden de beste kijkmogelijkheden, vooral in maart en april 1986, toen de komeet hoog aan de hemel stond. Op het noordelijk halfrond was Halley moeilijker waar te nemen en bleef hij laag boven de horizon, wat teleurstelling veroorzaakte bij velen die hadden gehoopt op een spectaculair schouwspel. Desondanks trokken miljoenen mensen wereldwijd naar donkere locaties om deze historische komeet te aanschouwen, zich bewust van de wetenschappelijke en culturele betekenis. De Giotto-missie onthulde dat de kern van Halley een onregelmatig gevormde aardappelvorm had met afmetingen van ongeveer 15 bij 8 kilometer en een zeer donker oppervlak. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat de komeet voornamelijk bestaat uit waterijs vermengd met stof en organische materialen, met actieve gebieden die gas en stof uitstoten. Voor fotografen vereiste het vastleggen van Halley geduld en goede apparatuur, en velen leggen tijdbelichtingen vast die de karakteristieke groene coma en de zwakke staart toonden. De passage van 1986 markeerde een keerpunt in de kometenwetenschap doordat voor het eerst gedetailleerde close-upbeelden van een kometenkern beschikbaar kwamen. Ondanks de teleurstellende helderheid inspireerde Halley een nieuwe generatie astronomen en versterkte het publieke bewustzijn van astronomie wereldwijd. De komeet keerde terug naar de buitenste regionen van het zonnestelsel en bereikte zijn verste punt in 2023, waarna hij weer richting de binnengebieden reist. De volgende passage van komeet Halley wordt verwacht in 2061, wanneer een nieuwe generatie de kans krijgt dit historische object te aanschouwen.

De Komeet Halley in 1986 gefotografeerd vanaf Paaseiland - Foto: NASA/W. Liller
Komeet Hyakutake (C/1996 B2)
Komeet Hyakutake (C/1996 B2) was een spectaculaire komeet die in het voorjaar van 1996 een adembenemend schouwspel aan de nachthemel bood. De komeet werd op 31 januari 1996 ontdekt door de Japanse amateur-astronoom Yuji Hyakutake, die met een verrekijker de hemel afzocht. Wat deze komeet bijzonder maakte, was de extreem korte periode tussen ontdekking en zichtbaarheid, waardoor astronomen slechts enkele weken hadden om zich voor te bereiden. Op 25 maart 1996 passeerde Hyakutake de aarde op slechts 15 miljoen kilometer afstand, een van de dichtste passages van een komeet in de moderne geschiedenis. Door deze nauwe nadering werd de komeet spectaculair helder en ontwikkelde zich een immense staart die zich over meer dan 100 graden aan de hemel uitstrekte. Voor waarnemers op donkere locaties was de staart zo lang dat hij bijna de helft van de hemel overspande, van horizon tot zenit. Amateur-astronomen konden met het blote oog niet alleen de komeet zien, maar ook duidelijk de groenachtige kleur van de coma waarnemen, veroorzaakt door fluorescentie van diatomisch koolstof. De komeet bereikte een magnitude van ongeveer 0, waardoor hij gemakkelijk zichtbaar was zelfs in gebieden met enige lichtvervuiling. Telescopische waarnemingen toonden een complexe structuur in de coma, met straalvormige uitbarstingen en spiraalpatronen die van dag tot dag veranderden. Wetenschappers maakten voor het eerst röntgenstraling van een komeet waar, een ontdekking die ons begrip van kometeninteracties met de zonnewind revolutioneerde. De kern van Hyakutake had een relatief bescheiden diameter van ongeveer 4 kilometer, maar produceerde door de nauwe passage bij de zon enorme hoeveelheden gas en stof. Fotografen werden beloond met prachtige opnames waarin de komeet langs de Melkweg trok, wat onvergetelijke composities opleverde. De komeet was vooral goed zichtbaar vanaf het noordelijk halfrond in de periode van half maart tot begin april 1996. Voor velen was Hyakutake de mooiste komeet sinds decennia en een voorproefje van wat een jaar later met Hale-Bopp zou komen. De omlooptijd van Hyakutake bedraagt ongeveer 70.000 jaar, wat betekent dat de komeet voor het laatst tijdens het Paleolithicum langs de aarde kwam. Spectroscopisch onderzoek toonde aan dat de komeet grote hoeveelheden ethaan bevatte, wat belangrijk inzicht gaf in de chemische samenstelling van deze ijzige bezoekers. De snelle beweging van de komeet langs de hemel maakte dat waarnemers elke avond de positie ten opzichte van de sterrenachtergrond konden zien veranderen. Hyakutake inspireerde een nieuwe generatie amateur-astronomen en toonde aan dat kometenontdekkingen nog steeds mogelijk waren voor toegewijde waarnemers met eenvoudige apparatuur. De komeet blijft een favoriet gespreksonderwerp onder amateur-astronomen die het geluk hadden dit prachtige object in 1996 te aanschouwen.

Komeet Hyakutake in 1996 - Foto: Alan Hale
Komeet Hale-Bopp (C/1995 O1)
Komeet Hale-Bopp (C/1995 O1) behoort tot de meest indrukwekkende kometen die ooit aan de nachthemel zijn verschenen. De komeet werd op 23 juli 1995 onafhankelijk van elkaar ontdekt door de Amerikaanse amateur-astronomen Alan Hale en Thomas Bopp. Wat deze komeet bijzonder maakte, was dat hij nog op een enorme afstand van de zon werd waargenomen, ver voorbij de baan van Jupiter. Deze vroege ontdekking gaf astronomen wereldwijd de unieke kans om jarenlang de ontwikkeling van de komeet te volgen voordat hij zijn helderste punt zou bereiken. In maart en april 1997 bereikte Hale-Bopp zijn perihelium en was hij met het blote oog spectaculair zichtbaar, zelfs vanuit licht vervuilde stedelijke gebieden. Gedurende maar liefst 18 maanden was de komeet zichtbaar voor waarnemers op aarde, een recordperiode voor zichtbaarheid in moderne tijden. De kern van Hale-Bopp had een geschatte diameter van ongeveer 60 kilometer, waardoor hij aanzienlijk groter was dan de meeste andere kometen. De staart van de komeet strekte zich tijdens het hoogtepunt uit over een lengte van meer dan 40 graden aan de hemel, wat overeenkomt met ongeveer 80 keer de diameter van de volle maan. Amateur-astronomen over de hele wereld konden twee duidelijk gescheiden staarten waarnemen: een blauwe ionenstaart en een gelige stofstaart. De blauwe kleur van de ionenstaart werd veroorzaakt door geladen deeltjes die door de zonnewind werden weggeblazen, terwijl de stoffige staart bestond uit kleine deeltjes die door de stralingsdruk van de zon werden weggeduwd. Voor fotografen leverde Hale-Bopp prachtige mogelijkheden, waarbij zelfs eenvoudige camera's op een statief indrukwekkende opnames konden maken. De komeet was zo helder dat hij een magnitude van ongeveer -1 bereikte, waarmee hij helderder was dan alle sterren aan de hemel behalve Sirius. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat Hale-Bopp grote hoeveelheden organische moleculen bevatte, waaronder ethaan en methaan. De omlooptijd van de komeet bedraagt ongeveer 2.500 jaar, wat betekent dat hij voor het laatst in de buurt van de aarde was tijdens de vroege geschiedenis van menselijke beschavingen. Voor waarnemers op het noordelijk halfrond was de komeet vanaf eind 1996 tot medio 1997 het beste zichtbaar, met de piek in maart en april 1997. Op het zuidelijk halfrond was de komeet vooral goed waarneembaar in april 1997, toen hij hoger aan de hemel kwam te staan. Amateur-astronomen konden met kleine telescopen en verrekijkers ook de complexe structuren in de coma waarnemen, waaronder straalvormige uitbarstingen van gas en stof. De komeet inspireerde miljoenen mensen wereldwijd om voor het eerst naar de nachthemel te kijken en zich te interesseren voor astronomie. Voor veel amateur-astronomen bleef Hale-Bopp een hoogtepunt in hun waarneemcarrière, vergelijkbaar met wat eerdere generaties hadden ervaren met Komeet Halley in 1986. De wetenschappelijke gegevens die tijdens de passage van Hale-Bopp werden verzameld, dragen nog steeds bij aan ons begrip van de samenstelling en evolutie van kometen. Hoewel de komeet inmiddels weer in de verre uithoeken van ons zonnestelsel verblijft, blijft hij een belangrijk studieobject voor astronomen. Voor toekomstige generaties zal Hale-Bopp pas over ongeveer 2.400 jaar weer verschijnen, waardoor de waarnemingen uit 1997 unieke historische documenten zijn geworden.

De Hale-Bopp komeet in 1997 - Foto: Jerry Lodriguss
Komeet Encke (2P/Encke)
Komeet 2P/Encke is een bijzondere periodieke komeet met de kortste bekende omlooptijd van alle kometen in ons zonnestelsel, namelijk slechts 3,3 jaar. De komeet werd voor het eerst waargenomen in 1786 door de Franse astronoom Pierre Méchain, maar pas in 1819 berekende de Duitse astronoom Johann Franz Encke de baan en voorspelde hij de terugkeer. Deze succesvolle voorspelling leverde Encke de eer op dat de komeet naar hem werd vernoemd, hoewel hij niet de ontdekker was. Door de korte omlooptijd is Encke inmiddels meer dan 60 keer geobserveerd sinds de eerste waarneming, waardoor hij een van de best bestudeerde kometen is. De kern van de komeet heeft een diameter van ongeveer 4,8 kilometer en volgt een elliptische baan die zich uitstrekt van net binnen de baan van Mercurius tot voorbij de baan van Mars. Voor amateur-astronomen is Encke een uitdagende maar bevredigende waarneming, aangezien de komeet zelden helderder wordt dan magnitude 6 tot 7. Met een verrekijker of kleine telescoop is de komeet tijdens gunstige passages goed waarneembaar als een diffuus, nevelig object zonder opvallende staart. De beste waarnemingsmogelijkheden doen zich voor wanneer de komeet dicht bij de aarde passeert en tegelijkertijd niet te dicht bij de zon staat aan de hemel. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat Encke een van de oudste bekende kometen is die regelmatig de binnenste delen van het zonnestelsel bezoekt. Door de frequente passages langs de zon is een groot deel van het oorspronkelijke ijsmateriaal al verdampt, waardoor de komeet relatief weinig actief is vergeleken met nieuwere kometen. Astronomen vermoeden dat Encke mogelijk de oorsprong is van de Tauriden meteorenzwerm, die elk jaar in oktober en november actief is. De baan van de komeet blijkt geleidelijk te krimpen, wat suggereert dat niet-gravitationele krachten zoals gasuitstoot de beweging beïnvloeden. Amateur-astronomen kunnen elke 3,3 jaar opnieuw proberen de komeet waar te nemen, waarbij de zichtbaarheid sterk varieert afhankelijk van de geometrie van de passage. Fotografisch is Encke een interessant object voor gevorderde astrofotografen die gespecialiseerde apparatuur gebruiken om de zwakke coma vast te leggen. De komeet heeft bijgedragen aan ons begrip van hoe kometen evolueren en geleidelijk uitgeput raken door herhaalde zonnepassages. Historisch gezien hebben waarnemingen van Encke geholpen bij het verfijnen van onze theorieën over kometenbanen en de invloed van planetaire zwaartekracht.

Komeet Encke in 1994 - Foto: NASA/Max-Planck-Institute for Solar System Research
Komeet McNaught (C/2006 P1)
Komeet McNaught: De Grote Komeet van 2007 Komeet McNaught (C/2006 P1) was een spectaculaire komeet die begin 2007 een adembenemend schouwspel bood en wordt beschouwd als een van de helderste kometen van de afgelopen vijftig jaar. De komeet werd op 7 augustus 2006 ontdekt door de Brits-Australische astronoom Robert McNaught met behulp van de Uppsala Schmidt-telescoop in Australië. Aanvankelijk leek McNaught een gewone zwakke komeet, maar naarmate hij de zon naderde, bleek hij aanzienlijk actiever te zijn dan verwacht. In januari 2007 bereikte de komeet een magnitude van ongeveer -5,5, waardoor hij zelfs overdag met het blote oog zichtbaar was nabij de zon. Voor waarnemers op het noordelijk halfrond was de komeet kort zichtbaar in de schemering begin januari 2007, vlak na zonsondergang laag boven de westelijke horizon. De meest spectaculaire vertoningen waren echter weggelegd voor het zuidelijk halfrond, waar de komeet medio januari 2007 een imposante gebogen stofstaart ontwikkelde. Deze staart had een unieke gekromde, waaiervormige structuur die zich uitstrekte over meer dan 35 graden aan de hemel en deed denken aan een reusachtige veer. Amateur-astronomen in Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Amerika en Zuid-Afrika werden getrakteerd op een onvergetelijk schouwspel dat zelfs voor mensen zonder astronomische interesse opviel. De helderheid van McNaught overtrof die van alle sterren en planeten aan de hemel, en was alleen vergelijkbaar met de helderheid van de maan. Fotografen legden prachtige beelden vast van de komeet boven landschappen, waarbij de complexe structuur van de stofstaart met strepen en stralen duidelijk zichtbaar was. Deze gestreepte patronen in de staart werden veroorzaakt door stofdeeltjes van verschillende grootte die met verschillende snelheden door de stralingsdruk van de zon werden weggeblazen. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat McNaught enorme hoeveelheden stof produceerde, waarschijnlijk meer dan welke andere komeet in recent verleden ook. De kern had een geschatte diameter van ongeveer 25 kilometer en was zeer actief tijdens de passage door het binnenste zonnestelsel. De omlooptijd van McNaught wordt geschat op vele duizenden jaren, wat betekent dat deze komeet waarschijnlijk voor het eerst het binnenste zonnestelsel bezocht. Voor amateur-astronomen op het zuidelijk halfrond was McNaught de mooiste komeet sinds Hale-Bopp in 1997, en voor velen zelfs indrukwekkender vanwege de spectaculaire staart. De korte zichtbaarheidsperiode maakte elke heldere avond kostbaar, en duizenden mensen trokken naar donkere locaties om de komeet optimaal te kunnen waarnemen. McNaught herinnert ons eraan dat het universum soms onverwacht spectaculaire verschijnselen produceert die zelfs de meest optimistische verwachtingen overtreffen. De foto's en waarnemingen van komeet McNaught blijven een inspiratiebron voor amateur-astronomen wereldwijd en een bewijs van de schoonheid die kometen kunnen bieden.

Komeet McNaught gefotografeerd vanuit Chili - Foto: S. Deiries/ESO
Komeet Shoemaker-Levy 9 (D/1993 F2)
Komeet Shoemaker-Levy 9: De Spectaculaire Botsing met Jupiter Komeet Shoemaker-Levy 9 (D/1993 F2) was een unieke komeet die in juli 1994 insloeg op Jupiter en astronomen wereldwijd een ongekend schouwspel bood. De komeet werd op 24 maart 1993 ontdekt door het team van Eugene en Carolyn Shoemaker en David Levy met behulp van de 46 centimeter Schmidt-telescoop op Mount Palomar. Al snel bleek dat deze komeet geen gewone komeet was, maar eerder was gevangen in een baan rond Jupiter en al in 1992 door getijdenkrachten in meer dan twintig fragmenten was gebroken. Berekeningen toonden aan dat de fragmenten tussen 16 en 22 juli 1994 zouden inslaan op Jupiter, wat astronomen voor het eerst de kans gaf een kosmische botsing van dichtbij te bestuderen. De fragmenten, aangeduid met letters van A tot W, sloegen achtereenvolgens in op Jupiter met snelheden van ongeveer 60 kilometer per seconde. De grootste fragmenten hadden schattingen van enkele honderd meters tot twee kilometer in diameter en veroorzaakten gigantische explosies in de Jupiteratmosfeer. Amateur-astronomen over de hele wereld richtten hun telescopen op Jupiter om getuige te zijn van dit historische evenement, hoewel de inslagen aan de achterzijde van de planeet plaatsvonden. Door de rotatie van Jupiter werden de inslagplaatsen binnen minuten zichtbaar vanaf de aarde, waargenomen als donkere vlekken die groter waren dan de aarde zelf. De meest spectaculaire inslag was die van fragment G op 18 juli, die een explosie veroorzaakte met een energie equivalent aan zes miljoen megaton TNT. De donkere inslagplekken bleven wekenlang zichtbaar in de Jupiteratmosfeer en waren waarneembaar met telescopen van 15 centimeter en groter vanaf de aarde. Professionele observatoria en de Hubble-ruimtetelescoop legden gedetailleerde beelden vast van de inslagen en hun nasleep, wat unieke wetenschappelijke gegevens opleverde. De gebeurtenis toonde aan hoe Jupiter als een kosmisch schild fungeert voor de binnenste planeten, waaronder de aarde, door grote objecten aan te trekken en te vernietigen. Wetenschappelijk onderzoek van de inslagen onthulde nieuwe informatie over de samenstelling van zowel de komeet als de diepe lagen van de Jupiteratmosfeer. Spectroscopische analyses toonden de aanwezigheid van water, ammoniak, zwavel en andere verbindingen die vrijkwamen tijdens de explosies. Voor amateur-astronomen was het een educatief moment dat het belang van kometendetectie en planetaire verdediging onderstreepte. De gebeurtenis inspireerde discussies over de dreiging van impacten op aarde en het belang van het monitoren van Near-Earth Objects. Shoemaker-Levy 9 blijft een unieke gebeurtenis in de moderne astronomie, aangezien er sindsdien geen vergelijkbare planetaire inslag is waargenomen.

Komeet Shoemaker-Levy 9 stevent af op de planeet Jupiter - Foto: NASA
Komeet Ikeya-Seki (C/1965 C1)
Komeet Ikeya-Seki: De Spectaculaire Zonscheerder van 1965 Komeet Ikeya-Seki (C/1965 S1) behoort tot de meest indrukwekkende kometen van de twintigste eeuw en wordt algemeen beschouwd als een van de helderste kometen ooit waargenomen. De komeet werd op 18 september 1965 onafhankelijk van elkaar ontdekt door de Japanse amateur-astronomen Kaoru Ikeya en Tsutomu Seki, die beiden visuele waarnemingen deden. Ikeya-Seki bleek een zonscheerder te zijn, een komeet die extreem dicht langs de zon passeert en daardoor spectaculair helder kan worden. Op 21 oktober 1965 passeerde de komeet het perihelium op slechts 450.000 kilometer van het zonneoppervlak, wat minder dan een zonnestraal afstand betekende. Door deze extreme nadering bereikte Ikeya-Seki een geschatte magnitude van -10, waardoor de komeet zelfs overdag met het blote oog zichtbaar was nabij de zon. Waarnemers over de hele wereld rapporteerden dat ze de komeet in vol daglicht konden zien, wat een buitengewoon zeldzaam fenomeen is. Na de periheliumpassage ontwikkelde de komeet een spectaculaire staart die zich uitstrekte over meer dan 60 graden aan de hemel, wat overeenkomt met ongeveer 120 maal de diameter van de volle maan. De staart had een prachtige gouden tot zilverwitte kleur en was vooral indrukwekkend tijdens de ochtendschemering in de weken na de periheliumpassage. Amateur-astronomen in zowel het noordelijk als zuidelijk halfrond konden genieten van dit adembenemende schouwspel, waarbij de komeet prominent boven de oostelijke horizon verscheen voor zonsopkomst. Telescopische waarnemingen toonden aan dat de kern van de komeet tijdens de periheliumpassage in meerdere fragmenten was gesplitst door de extreme getijdenkrachten en hitte. Deze fragmentatie is karakteristiek voor zonscherende kometen uit de Kreutz-groep, waartoe Ikeya-Seki behoort. Wetenschappers vermoeden dat deze kometengroep oorspronkelijk afkomstig is van een veel grotere komeet die duizenden jaren geleden uiteenviel. De spectroscopische analyse van Ikeya-Seki toonde de aanwezigheid van verschillende metalen in de coma, waaronder natrium en ijzer, die vrijkwamen door de intense verhitting nabij de zon. Voor fotografen leverde de komeet prachtige mogelijkheden, waarbij zelfs eenvoudige camera's de lange, gebogen staart konden vastleggen tegen de achtergrond van de ochtendschemering. De komeet was vooral goed zichtbaar in oktober en november 1965, met de meest spectaculaire vertoningen in de laatste week van oktober en de eerste helft van november. Ikeya-Seki inspireerde een generatie amateur-astronomen en toonde de kracht van visuele kometenzoekprogramma's aan, lang voordat automatische zoekprogramma's gemeengoed werden. De omlooptijd van de komeet wordt geschat op ongeveer 880 jaar, wat betekent dat deze spectaculaire bezoeker voor het eerst tijdens de Middeleeuwen langs de aarde kwam. Voor velen die het voorrecht hadden Ikeya-Seki te aanschouwen, bleef de komeet het hoogtepunt van hun waarneemcarrière en een onvergetelijke herinnering.

Komeet Ikeya-Seki in 1965 - Foto: Maynard Pittendreigh
Komeet NEOWISE (C/2020 F3)
Komeet C/2020 F3 NEOWISE was een aangename verrassing voor amateur-astronomen tijdens de zomer van 2020 en bood een spectaculair schouwspel tijdens een moeilijke wereldwijde pandemie. De komeet werd op 27 maart 2020 ontdekt door de NEOWISE-ruimtetelescoop, een NASA-missie die infraroodwaarnemingen uitvoert om asteroïden en kometen op te sporen. Aanvankelijk waren de voorspellingen voor de helderheid van NEOWISE bescheiden, maar de komeet bleek veel actiever dan verwacht tijdens zijn nadering tot de zon. In juli 2020 bereikte NEOWISE een magnitude van ongeveer 1, waardoor hij gemakkelijk met het blote oog zichtbaar werd vanaf donkere locaties en zelfs zichtbaar was in gebieden met matige lichtvervuiling. De komeet ontwikkelde twee duidelijk waarneembare staarten: een rechte blauwe ionenstaart en een gelige gebogen stofstaart die zich gezamenlijk uitstrekten over ongeveer 10 tot 15 graden aan de hemel. Voor waarnemers op het noordelijk halfrond was NEOWISE vooral goed zichtbaar in de tweede helft van juli 2020, eerst in de vroege ochtend en later in de avondschemering. De verschuiving van ochtend- naar avondzichtbaarheid maakte de komeet toegankelijker voor een breed publiek, aangezien waarnemingen tijdens de avondschemering prettiger zijn dan vroege ochtendwaarnemingen. Amateur-astronomen over de hele wereld profiteerden van de lockdownmaatregelen tijdens de COVID-19-pandemie om naar afgelegen, donkere locaties te reizen en de komeet te fotograferen. Fotografen creëerden adembenemende composities met NEOWISE boven landschappen, waarbij de komeet vaak werd vastgelegd met iconische voorgronden zoals bergen, meren of historische gebouwen. De komeet was ook opvallend zichtbaar vanaf het Internationale Ruimtestation, waar astronauten prachtige foto's maakten van NEOWISE boven de kromming van de aarde. Wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat de kern van NEOWISE een diameter heeft van ongeveer 5 kilometer en grote hoeveelheden stof produceerde tijdens de periheliumpassage. De komeet passeerde zijn dichtste punt bij de zon op 3 juli 2020 op een afstand van ongeveer 43 miljoen kilometer en kwam op 23 juli 2020 het dichtst bij de aarde op 103 miljoen kilometer. Voor velen bood NEOWISE een welkome afleiding tijdens de moeilijke tijden van de pandemie en herinnerde het mensen aan de schoonheid van het universum. De zichtbaarheid van de komeet nam geleidelijk af tegen eind juli en begin augustus 2020, toen hij zich verder van zowel de zon als de aarde verwijderde. NEOWISE heeft een omlooptijd van ongeveer 6.800 jaar, wat betekent dat deze komeet voor het laatst zichtbaar was tijdens het neolithicum, toen de eerste beschavingen ontstonden. De passage van 2020 leverde een schat aan wetenschappelijke gegevens en duizenden prachtige foto's die de schoonheid van kometen illustreren. Voor amateur-astronomen blijft NEOWISE een hoogtepunt van 2020 en een bewijs dat zelfs in moderne tijden nog spectaculaire kometen onverwacht kunnen verschijnen.









