De Belgische UFO-golf, die zich uitstrekte van eind 1989 tot in 1991, geldt internationaal als een van de meest opmerkelijke en grondig gedocumenteerde golven van UFO-waarnemingen uit de twintigste eeuw. In geen enkel ander West-Europees land werden in zo’n korte periode zoveel consistente meldingen gedaan door burgers, politiefunctionarissen en militair personeel, ondersteund door radarregistraties en officiële verklaringen van defensieautoriteiten. Voor ruimtevaart- en luchtvaartliefhebbers vormt deze episode een uitzonderlijke casus waarin observaties van onbekende objecten, menselijke perceptie, militaire technologie en maatschappelijke dynamiek samenkomen.
De context waarin de Belgische UFO-golf plaatsvond, is belangrijk om haar betekenis te begrijpen. Eind jaren tachtig bevond Europa zich in een overgangsfase: de Koude Oorlog liep op zijn einde, militaire activiteiten waren nog steeds intens, maar het vertrouwen in overheden en instellingen stond onder druk. Tegelijkertijd was het luchtruim boven West-Europa drukker dan ooit door civiele luchtvaart, NAVO-oefeningen en militaire transitvluchten.
Eerste waarneming in Eupen in 1989
De eerste waarneming die algemeen wordt beschouwd als het begin van de Belgische UFO-golf vond plaats op 29 november 1989 in de regio Eupen, in de provincie Luik. Die avond meldden meerdere inwoners een groot, donker object dat langzaam en laag door de lucht bewoog. Twee rijkswachters, die als patrouille in dienst waren, observeerden het object gedurende enkele minuten. Zij beschreven het als een driehoekige structuur met drie krachtige witte lichten op de hoeken en een zwakker roodachtig licht in het centrum. Volgens hun getuigenis was het object volledig geluidloos, ondanks het feit dat het zich op relatief lage hoogte bevond, naar schatting tussen de 300 en 500 meter. Wat deze eerste melding onderscheidde, was de betrouwbaarheid van de getuigen en de nauwkeurigheid van hun verslag. De toenmalige rijkswachters noteerden tijdstip, richting en duur van de waarneming, wat later onderzoekers in staat stelde om het voorval te reconstrueren. In de daaropvolgende dagen kwamen soortgelijke meldingen binnen uit nabijgelegen gemeenten zoals Raeren en Kelmis.
Escalatie van het aantal waarnemingen
In december 1989 en januari 1990 nam het aantal meldingen gestaag toe. Volgens cijfers van SOBEPS werden in deze periode al meer dan 150 afzonderlijke waarnemingen geregistreerd. Aanvankelijk concentreerden de meldingen zich in Oost-België, maar al snel breidde het fenomeen zich uit naar Henegouwen, Namen en Vlaams-Brabant. Getuigenissen vertoonden opvallende overeenkomsten. Veel waarnemers spraken over objecten met een geschatte grootte vergelijkbaar met een klein sportvliegtuig tot zelfs een voetbalveld, hoewel deze schattingen uiteraard subjectief waren. De bewegingen werden vaak beschreven als traag en gecontroleerd, soms met stilstand in de lucht, gevolgd door plotselinge versnellingen. Meerdere getuigen verklaarden dat het object “leek te zweven” en vervolgens “in enkele seconden uit zicht verdween”. Een inwoner van Namen beschreef zijn ervaring in januari 1990 als volgt: hij zag een driehoekig object dat enkele minuten boven een weiland bleef hangen, waarna het zonder enige hoorbare motor “met een scherpe hoek omhoog schoot en verdween”. Dergelijke verklaringen werden door SOBEPS verzameld en geclassificeerd op basis van consistentie en detailniveau.
Belgische F-16's op jacht naar onbekende doelen
Het absolute hoogtepunt van de Belgische UFO-golf vond plaats in de nacht van 30 op 31 maart 1990. In deze ene nacht werden naar schatting tussen de 500 en 1.000 meldingen gedaan door burgers verspreid over grote delen van België. Sommige bronnen spreken zelfs van meer dan 10.000 indirecte waarnemingen, wanneer men rekening houdt met mensen die het fenomeen zagen maar geen officiële melding deden. Wat deze nacht uitzonderlijk maakt, is de gelijktijdige betrokkenheid van de Belgische luchtmacht. Radarstations detecteerden meerdere onbekende doelen die zich niet gedroegen als conventionele vliegtuigen. Rond 23:00 uur werd besloten om twee F-16-jachtvliegtuigen te laten opstijgen vanaf de basis in Beauvechain. Volgens officiële militaire rapporten slaagden de piloten erin om meerdere keren radarlock te verkrijgen op objecten die zich op hoogtes tussen 1.500 en 3.000 meter bevonden. De geregistreerde snelheden varieerden sterk, met plotselinge versnellingen van enkele honderden kilometers per uur binnen enkele seconden. Opmerkelijk is dat de piloten, ondanks de radarlocks en relatief goede weersomstandigheden, geen visueel contact konden maken met de objecten. Er werd geen licht, geen silhouet en geen hittebron waargenomen die overeenkwam met de radargegevens. Na korte tijd gingen de radarcontacten verloren, alsof de objecten plots uit het detectiebereik verdwenen. De F-16’s keerden uiteindelijk terug naar de basis zonder dat een identificatie had plaatsgevonden.

De rol van SOBEPS
De Société Belge d’Étude des Phénomènes Spatiaux (SOBEPS) speelde een cruciale rol in het vastleggen van de Belgische UFO-golf. De organisatie, opgericht in 1971, beschikte over een netwerk van vrijwilligers en onderzoekers die getraind waren in het afnemen van getuigenverklaringen. Tussen 1989 en 1991 verzamelde SOBEPS meer dan 1.200 gedetailleerde rapporten, waarvan een aanzienlijk deel als “hoogwaardig” werd geclassificeerd vanwege meerdere onafhankelijke getuigen, consistente beschrijvingen en aanvullende gegevens zoals tijdstippen en weersomstandigheden. SOBEPS publiceerde later meerdere rapporten en boeken waarin statistische analyses werden gepresenteerd. Zo bleek dat ongeveer 60% van de meldingen betrekking had op driehoekige objecten, terwijl circa 20% betrekking had op ongedefinieerde lichtformaties. Slechts een klein percentage kon overtuigend worden herleid tot conventionele verklaringen zoals vliegtuigen, helikopters of astronomische objecten.
De Petit-Rechain-foto
De Petit-Rechain-foto neemt een bijzondere en tegelijk controversiële plaats in binnen de geschiedenis van de Belgische UFO-golf (1989–1991). Decennialang werd deze afbeelding beschouwd als een van de meest overtuigende fotografische bewijzen van een onbekend vliegend object boven België. Tegelijkertijd groeide zij uit tot een schoolvoorbeeld van hoe één beeld de publieke perceptie van een complex fenomeen diepgaand kan beïnvloeden. De foto werd genomen in april 1990 in het dorp Petit-Rechain, nabij Verviers, op het moment dat de Belgische UFO-golf zich op haar hoogtepunt bevond. De maker, Patrick Maréchal, verklaarde destijds dat hij ’s nachts een groot, stil hangend object boven zijn woning zag. Hij greep zijn camera en nam meerdere foto’s met een relatief lange belichtingstijd. Op één van die opnamen was een scherp afgetekend, driehoekig object te zien met drie felle lichten op de hoeken en een zwakker licht in het midden. De vorm en lichtconfiguratie sloten nauw aan bij honderden andere getuigenissen uit die periode. Binnen korte tijd circuleerde de foto in de Belgische en internationale pers. UFO-onderzoekers besteedden er uitvoerig aandacht aan, omdat de opname uitzonderlijk scherp was in vergelijking met veel andere UFO-foto’s, die vaak vaag of bewogen zijn. De Petit-Rechain-foto werd herhaaldelijk gepubliceerd in boeken, tijdschriften en later ook in documentaires. Voor veel voorstanders van een niet-conventionele verklaring gold zij jarenlang als het visuele icoon van de Belgische UFO-golf. De foto werd ook technisch geanalyseerd. Specialisten onderzochten de lichtverdeling, scherpte en schaduwen en concludeerden aanvankelijk dat er geen duidelijke sporen van manipulatie zichtbaar waren. Bovendien leek de belichting consistent met een object dat zich op enige afstand bevond. Dit droeg bij aan de reputatie van de foto als “authentiek”, al bleven sceptici wijzen op het ontbreken van referentiepunten voor schaal en afstand.

De status van de Petit-Rechain-foto veranderde drastisch in 2011, toen Patrick Maréchal publiekelijk verklaarde dat de foto een hoax was. Volgens zijn eigen getuigenis had hij een klein driehoekig model gemaakt van piepschuim, voorzien van lampjes, en dit met een draad in de lucht gehangen. Door gebruik te maken van een lange belichtingstijd en de duisternis van de nacht zou het model zijn gefotografeerd op een manier die de illusie van een groot object creëerde. Deze bekentenis veroorzaakte een schok binnen de UFO-gemeenschap en leidde tot felle discussies. Critici grepen de onthulling aan als bewijs dat ook andere elementen van de Belgische UFO-golf overdreven of verkeerd geïnterpreteerd zouden zijn. Voorstanders van verder onderzoek benadrukten echter dat één vervalste foto niets afdoet aan de duizenden onafhankelijke getuigenverklaringen en de militaire radarwaarnemingen uit dezelfde periode. Zij wezen erop dat de Belgische UFO-golf nooit op de Petit-Rechain-foto alleen heeft gesteund, maar op een brede verzameling van data en observaties.
Officiële verklaringen
Uniek aan de Belgische UFO-golf was de houding van het ministerie van Defensie. In tegenstelling tot veel andere landen koos België voor een relatief open communicatie. In 1990 gaf generaal-majoor Wilfried De Brouwer, toen hoofd van de luchtoperaties, een persconferentie waarin hij bevestigde dat de luchtmacht onbekende fenomenen had waargenomen die niet onmiddellijk konden worden geïdentificeerd. De Brouwer benadrukte dat de luchtmacht geen bewijs had voor buitenaardse oorsprong, maar evenmin alle waarnemingen kon verklaren binnen het kader van bekende technologie. Deze genuanceerde houding droeg bij aan de geloofwaardigheid van het fenomeen en zorgde voor internationale aandacht.
Mogelijke verklaringen
Door de jaren heen zijn meerdere verklaringsmodellen voorgesteld. Een deel van de waarnemingen kan waarschijnlijk worden toegeschreven aan misidentificaties van vliegtuigen, helikopters of astronomische objecten. Vooral het fenomeen van heldere sterren in combinatie met wolken en lichtvervuiling kan visuele illusies veroorzaken. Een andere verklaring richt zich op psychosociale dynamiek. Zodra media uitgebreid berichten over UFO’s, neemt de gevoeligheid van het publiek toe. Mensen interpreteren ongewone stimuli sneller als iets uitzonderlijks. Statistische analyses tonen aan dat het aantal meldingen vaak piekt na mediaberichtgeving. Daarnaast is er de hypothese van geheime militaire technologie. Driehoekige vormen doen denken aan stealthconcepten die eind jaren tachtig in ontwikkeling waren. Denk maar aan de F-117 Nighthawk van de Amerikaanse luchtmacht met zijn opvallende driehoekige vorm. Toch blijft het onduidelijk waarom dergelijke toestellen langdurig boven dichtbevolkte gebieden zouden worden getest zonder duidelijke veiligheidsmaatregelen. Ten slotte blijft binnen ufologische kringen de hypothese van niet-aardse technologie bestaan. Voorstanders wijzen op de combinatie van radar- en visuele waarnemingen, de gerapporteerde manoeuvres en het ontbreken van geluid. Wetenschappelijk gezien blijft deze verklaring speculatief, bij gebrek aan fysiek bewijs.
Grote impact op de Belgische maatschappij
De Belgische UFO-golf had een aanzienlijke impact op de samenleving in België en daarbuiten. Het onderwerp werd breed besproken in kranten, op televisie en in academische kringen. Voor het eerst werd het UFO-thema in België niet louter als randverschijnsel beschouwd, maar als een serieus onderzoeksobject. Cultureel liet de golf een blijvende indruk na. Tot op heden verschijnen documentaires, lezingen en boeken over deze periode. Voor luchtvaart- en ruimtevaartfanaten blijft de Belgische UFO-golf een referentiepunt: een zeldzaam moment waarop onbekende fenomenen, moderne technologie en menselijke waarneming op grote schaal samenkwamen.








