Deze pagina afdrukken

Messier 33

Geschreven door  Christophe Bogaert en Sander Vancanneyt
Beoordeel dit item
(4 stemmen)
Messier 33 Messier 33

M33 behoort samen met M31 en onze Melkweg tot de zogeheten 'Lokale Groep' . Dit is een cluster van een dertigtal sterrenstelsels waarvan ons Melkwegstelsel één van de grootste is. Op fotografische opnamen valt de spiraalstructuur van M33 heel fel op. M33 is een spiraalstelsel van het type Sc. Ook de heldere kern en de tientallen (rode) nevels, talloze (open en bolvormige) sterrenhopen en stofbanden zijn duidelijk zichtbaar. De spiraalarmen bestaan vooral uit zeer jonge sterren, meestal blauwe superreuzen. De absolute magnitudes variëren dan ook van -9 tot -1. De talrijke rode nevels (die voornamelijk bestaan uit geïoniseerd waterstof) hebben vaak een eigen NGC-nummer. Zo is er een opvallende nevel, die reeds zichtbaar is in middelmatige telescopen, met een doorsnede van 1 000 lichtjaar dat het nummer NGC 604 heeft gekregen. Tot nu toe zijn er nog maar een viertal nevels waargenomen in M33, wat opvallend weinig is in vergelijking met andere sterrenstelsels.

Sterrenbeeld: Triangulum
Magnitude: 5.7
Coördinaten:

  • RA: 01h 33.9m
  • DEC: +30° 39'

Triangulum

Geschiedenis

M33 werd in 1764 ontdekt door de kometenjager Charles Messier die het object op nam in zijn lijst. William Herschel observeerde het sterrenstelsel in 1785 en ontdekte toen de nevel NGC 604. Hij dacht eveneens het object te kunnen oplossen in afzonderlijke sterren met zijn 120 cm telescoop. In het jaar 1850 ontdekte Lord Rosse de nevels NGC 592 en NGC 595 in M33, net zoals de spiraalstructuur. Het sterrenstelsel werd door vele andere astronomen eveneens waargenomen mij uiteenlopende meningen. Sommigen vinden het een prachtig object, anderen zeggen dat het bijna onzichtbaar is.

Waarnemen

Men neemt M33 best waar op een maanloze nacht met een zeer transparante hemel. Doordat het object zo groot is, gebruikt men best een binoculair of een telescoop met lage vergroting. Het sterrenstelsel is eenvoudig terug te vinden op de denkbeeldige lijn tussen a Trianguli en ß Andromedae. Op 1/3 van deze afstand zou een grote, ronde wazige wolk in beeld moeten verschijnen. Met een binoculair kan men reeds enkele nevels waarnemen (zoals NGC 604) net zoals de spiraalstructuur. Indien men een telescoop gebruikt is M33 een heel stuk minder opvallend, aangezien het object het gehele beeldveld in neemt. Daardoor is het belangrijk om lage vergrotingen te gebruiken; of juist grote indien men detailwaarnemingen wilt doen van de nevels.

Gerelateerde items (op tag)