De classificatie van zonnevlekken: classificatiewaardes naar Malde

Geschreven door
Beoordeel dit item
(1 Stem)
Zonnevlekken Zonnevlekken

Het wolfgetal is een goede methode om de zonneactiviteit te meten. Men telt het aantal zichtbare vlekken (groot of klein), dit toevoegen met het aantal zonnevlekkengroepen vermenigvuldigd met een factor van 10. Een zogenaamde k factor wordt hierbij vermenigvuldigd en wordt gebruikt voor de apparatuur waarmee je hebt waargenomen want hoe groter de diameter van de telescoop is, hoe meer vlekken je zult kunnen zien. De formulie is als volgt:

R = k x ( 10 x g + f )

Waar k de k-factor is, g het aantal groepen, f het aantal zonnevlekken en R het wolfgetal

Het systeem heeft verscheidene nadelen. Je telt alle vlekken die je ziet doorheen de telescoop maar er wordt geen aandacht besteed aan de grootte ervan. Een kleine vlek van bijvoorbeeld 30mvh (miljoenste van de visuele hemisfeer), welke de kleinste vlek is die men kan zien met een normale telescoop,wordt geteld als 1. Een grote vlek van ongeveer 300mvh ook als 1 geteld wordt. Elke amateur of professionele waarnemer die wat afweet van de zonnefysica weet dat de potentiële activiteit in de kleine vlek vele verschillen toont met deze van de grote vlek.

Dit is dan ook de hoofdreden waarom we een beter systeem zoeken die elke zonnevlekkengroep evalueert met hun potentieel voor overleving op de schijf. Een zwakke vlek met een korte en stille levenscyclus ten opzichte van een grote groep met een veel langere levensduur en een meer eruptieve levensloop.

De classificatiemethode die we in dit artikel bespreken werd "uitgevonden" als een project op 25 juli 1978 en onderging diverse verbeteringen om vanaf 15 augustus 1981 als betrouwbare classificatie verder te gaan. We willen met dit artikel het wolfgetal niet bekritiseren maar dat er ook andere methoden zijn om de zonneactiviteit preciezer te gaan voorspellen.

Zonnevlekkengroepen krijgen de classificatie met het Zürich systeem met de letters A, B, C, D, E, F, H, en de letters G en J (Waldmeier). De classificatie in de moderne professionele zonne-astronomie voegt de klassen G en J toe in de letters E, F en H. In 1973 ontwikkelde Patrick S. McIntosh van de NOAA (National Oceanic & Atmospheric Administration) een veelomvattend systeem, het Zürich/McIntosh-classificatie, gebouwd op de 7 gewijzigde Zürich klasses met twee extra letters (McIntosh) die de zonnevlekkengroepen omschrijft wat betreft de magnetische complexiteit, de omvang en verspreiding. Het resultaat was 60 gedefinieerde zonnevlekkengroep classificaties, elk van de drie criteria (letters) vertellen hoe een zonnevlekgebied, bijvoorbeeld DKC, eruit kan zien op de zonneschijf.

Unipolair en bipolair

Volgende twee definities dienen we te kennen vooraleer we verder gaan:

  • Unipolaire groep:
    Een enkele vlek of een enkele compacte cluster van vlekken waarbij de grootste afstand tussen twee vlekken van de cluster de drie heliografische graden niet overschrijd. In de gewijzigde Zürich H-klasse groepen wordt deze gemeten van de buitenste penumbrale rand van de grootste vlek naar de meest afgelegen vlek in de groep. Sterke nieuwe vlekken die duidelijk jonger zijn dan de nabije H-klasse vlek (zie verder penumbra: de grootste vlek) zijn meestal leden van een nieuw opkomende bipolaire groep en dient dan een gescheiden groep genoemd te worden.
  • Bipolaire groep:
    Twee vlekken of een cluster van meerdere vlekken die zich uitstrekt ruwweg ten oost-westen met de hoofd-as en de lengte van 3 heliografische graden overschrijd. Een vlek van de H-klasse kan een diameter hebben van 3 graden, dus een bipolaire groep van de H-klasse moet de 5 graden in lengte overschrijden.

De gewijzigde Zürich klasse (eerste hoofdletter)

A
Een unipolaire groep zonder penumbra

B
Een bipolaire groep zonder penumbra (geen limiet op de omvang)

C
Een bipolaire groep met penumbra op vlekken van één polariteit, meestal op vlekken op slechts één einde van een uitgestrekte groep. Klasse C groepen worden compacte klasse D wanneer de penumbra de 5 graden in lengtegraadomvang overschrijd. Er is geen limiet aan de lengte van C klasse groepen.

D
Een bipolaire groep met penumbra op vlekken van beide polariteiten, meestal op vlekken aan beide einden van een uitgestrekte groep. De lengte overschrijd niet de 10 graden van de heliografische lengtegraad.

E
Een bipolaire groep met penumbra rond vlekken van beide polariteiten en met een lengte tussen de 10 en 15 heliografische graden.

F
Een bipolaire groep met penumbra rond vlekken van beide polariteiten en met een lengte die de 15 heliografische graden overschrijd.

H
Een unipolaire groep met penumbra. Volgvlekken zijn minder dan drie heliografische graden verwijderd van de penumbra van de hoofdvlek. De principiële vlekken zijn nagenoeg altijd de leidende vlekken die overbleven van een oude bipolaire groep. Klasse H groepen kunnen compacte klasse D worden wanneer de penumbra de 5 graden in lengtegraadomvang overschrijd.

Opmerking: Merk op dat de klassen G en J (Waldmeier 1925) ontbreken in dit artikel. Klasse G groepen worden toegevoegd in de omschrijving van klasse E en F, klasse J groepen worden toegevoegd in klasse H.

Penumbra: De grootste vlek (tweede hoofdletter)

X
Geen penumbra. De breedte van het grijze gebied dat aan de vlekken grenst moet de drie boogseconden overschrijden om geclassificeerd te worden als een penumbra.

R
De penumbra is rudimentair (onvolledig, ongewoon). Het is meestal onvolledig, ongewoon in vorm en is zo smal als drie boogseconden. Helderdere intensiteit dan normale penumbra en heeft een granulaire of gevlekte fijne structuur. Rudimentaire penumbra stelt de overgang voor tussen fotosferische granulatie en filamentaire penumbra. De herkenning hiervan vereist fotografie of directe waarnemingen met de telescoop (geen waarneming op basis van projectie van de zon)

S
Symmetrisch, bijna cirkelvormige penumbra met filamentaire fijne structuur en een vlekdiameter die de 2,5 heliografische graden niet overschrijd? De umbrae vormen een compacte cluster nabij het centrum van de penumbra. Alsook elliptische penumbrae zijn erg symmetrisch over een enkele umbra. Vlekken met een symmetrische penumbra veranderen erg traag.

A
Asymmetrische of complexe penumbra met een filamentaire fijne structuur en een vlekdiameter langsheen een zonnemeridiaan die de 2,5 heliografische graden niet overschrijd. Asymmetrische penumbra is ongewoon in vorm of duidelijk ovaalvormig (niet cirkelvormig) met twee of meerdere umbrae erin versplinterd. Asymmetrische vlekken veranderen typisch van dag tot dag.

H
Een grote symmetrische penumbra met een diameter groter dan 2,5 heliografische graden. Anders dan de grootte zijn de karakteristieken gelijk aan de S klasse penumbra.

K
Een grote asymmetrische penumbra met een diameter groter dan 2,5 heliografische graden. Anders dan de grootte zijn de karakteristieken gelijk aan de A klasse penumbra. Wanneer de lengtegraadomvang van de penumbra de vijf heliografische graden overschrijd is het haast zeker dat beide magnetische polariteiten aanwezig zijn binnen de penumbra en de classificatie wordt dan DKC, EKC of FKC.

Zonnevlek verspreiding (derde hoofdletter)

X
Enkele vlek

O
Een open zonnevlekverspreiding. Het gebied tussen de leidende en volgende einden van de groep is vrij van vlekken zodat de groep duidelijk gescheiden lijkt in twee gebieden van omgekeerde magnetische polariteit. Een open verspreiding geeft een relatief laag magnetische veld aan rond de lijn waar de polariteit omkeert.

I
Een gemiddelde vlekverspreiding. Sommige vlekken ligen tussen de leidende en volgende einden van de groep maar geen van hen bezit een penumbra.

C
Een compacte vlekverspreiding. Het gebied tussen de leidende en volgende einden van de zonnevlekkengroep bevat vele sterke vlekken, met minstens één binnenste vlek die een penumbra bezit. Een extreme vorm van compacte verspreiding heeft de volledige vlekkengroep in een penumbraal gebied liggen. Een compacte zonnevlekverspreiding geeft een relatief sterk magnetisch veld aan langsheen de lijn waar de polariteit omkeert.

De eerste letter van de McIntosh classificatie is de Brunner classificatie met volgende uitzonderingen:

  • ERO, FRO, ESO, FSO, EAO, FAO, EHO, FHO, EKO, FKO = Brunner klasse G
  • HRX, HSX, HAX = Brunner klasse J

Het classificatiewaardesysteem (CV) na Malde systeem

Het classificatiewaardesysteem heeft als doel om het Zürich/McIntosh-classificatiesysteem met zijn 60 klasses te verbeteren door deze af te wegen met berekende getallen. Een klasse zoals de kleinste vlek AXX kan enkel als 1 geteld worden terwijl de meest complexe/best overlevende groep FHC een waarde heeft van 60. Alle klasses worden geplaatst in logische volgorde. De CV waarde geeft de perioden weer waar we vele sterke zonnevlekkengroepen hadden, of wanneer we vele maar kleine groepen hadden.

Tabel van de karakteristieken van zonnevlekgebieden per Zürich/McIntosh systeem

CV-nr.ZMcI-typeMagnetische typeLengteSoort
penumbra
Verspreiding
1 Axx Unipolair - Geen penumbra Enkel
2 Bxo Bipolair - Geen penumbra Open
3 Bxi Bipolair - Geen penumbra Gemiddeld
4 Hrx Unipolair - Rudimentair Enkel
5 Cro Bipolair enkele zijde - Rudimentair Open
6 Cri Bipolair enkele zijde - Rudimentair Gemiddeld
7 Hax Unipolair - Asymmetrisch, <2,5° Enkel
8 Cao Bipolair enkele zijde - Asymmetrisch, <2,5° Open
9 Cai Bipolair enkele zijde - Asymmetrisch, <2,5° Gemiddeld
10 Hsx Unipolair - Symmetrisch, <2,5° Enkel
11 Cso Bipolair enkele zijde - Symmetrisch, <2,5° Open
12 Csi Bipolair enkele zijde - Symmetrisch, <2,5° Gemiddeld
13 Dro Bipolair 10° Rudimentair Open
14 Ero Bipolair >10° <15° Rudimentair Open
15 Fro Bipolair >15° Rudimentair Open
16 Dri Bipolair 10° Rudimentair Gemiddeld
17 Eri Bipolair >10° <15° Rudimentair Gemiddeld
18 Fri Bipolair >15° Rudimentair Gemiddeld
19 Dao Bipolair 10° Asymetrisch, <2,5° Open
20 Eao Bipolair >10° <15° Asymmetrisch, <2,5° Open
21 Fao Bipolair >15° Asymmetrisch, <2,5° Open
22 Dai Bipolair 10° Asymmetrisch, <2,5° Gemiddeld
23 Eai Bipolair >10° <15° Asymmetrisch, <2,5° Gemiddeld
24 Fai Bipolair >15° Asymmetrisch, <2,5° Gemiddeld
25 Dso Bipolair 10° Symmetrisch, <2,5° Open
26 Eso Bipolair >10° <15° Symmetrisch, <2,5° Open
27 Fso Bipolair >15° Symmetrisch, <2,5° Open
28 Dsi Bipolair 10° Symmetrisch, <2,5° Gemiddeld
29 Esi Bipolair >10° <15° Symmetrisch, <2,5° Gemiddeld
30 Fsi Bipolair >15° Symmetrisch, <2,5° Gemiddeld
31 Dac Bipolair 10° Asymmetrisch, <2,5° Compact
32 Eac Bipolair >10° <15° Asymmetrisch, <2,5° Compact
33 Fac Bipolair >15° Asymmetrisch, <2,5° Compact
34 Dsc Bipolair 10° Symmetrisch, <2,5° Compact
35 Esc Bipolair >10° <15° Symmetrisch, <2,5° Compact
36 Fsc Bipolair >15° Symmetrisch, <2,5° Compact
37 Hkx Unipolair - Asymmetrisch, >2,5° Enkel
38 Cko Bipolair enkele zijde - Asymmetrisch, >2,5° Open
39 Cki Bipolair enkele zijde - Asymmetrisch, >2,5° Gemiddeld
40 Hhx Unipolair - Symmetrisch, >2,5° Enkel
41 Cho Bipolair enkele zijde - Symmetrisch, >2,5° Open
42 Chi Bipolair enkele zijde - Symmetrisch, >2,5° Gemiddeld
43 Dko Bipolair 10° Asymmetrisch, >2,5° Open
44 Eko Bipolair >10° <15° Asymmetrisch, >2,5° Open
45 Fko Bipolair >15° Asymmetrisch, >2,5° Open
46 Dki Bipolair 10° Asymmetrisch, >2,5° Gemiddeld
47 Eki Bipolair >10° <15° Asymmetrisch, >2,5° Gemiddeld
48 Fki Bipolair >15° Asymmetrisch, >2,5° Gemiddeld
49 Dho Bipolair 10° Symmetrisch, >2,5° Open
50 Eho Bipolair >10° <15° Symmetrisch, >2,5° Open
51 Fho Bipolair >15° Symmetrisch, >2,5° Open
52 Dhi Bipolair 10° Symmetrisch, >2,5° Gemiddeld
53 Ehi Bipolair >10° <15° Symmetrisch, >2,5° Gemiddeld
54 Fhi Bipolair >15° Symmetrisch, >2,5° Gemiddeld
55 Dkc Bipolair 10° Asymmetrisch, >2,5° Compact
56 Ekc Bipolair >10° <15° Asymmetrisch, >2,5° Compact
57 Fkc Bipolair >15° Asymmetrisch, >2,5° Compact
58 Dhc Bipolair 10° Symmetrisch, >2,5° Compact
59 Ehc Bipolair >10° <15° Symmetrisch, >2,5° Compact
60 Fhc Bipolair >15° Symmetrisch, >2,5° Compact

Elke Cv groep/regio's Cv aantal wordt samengevat per dag en maandelijks het gemiddelde van berekend.

Vancanneyt Sander

Oprichter & beheerder van Spacepage.
Oprichter & beheerder van Poollicht.be.
Sterrenkunde en ruimteweer redacteur.

Dit gebeurde vandaag in 1789

Het gebeurde toen

De Duits-Britse astronoom William Herschel meent een ringenstelsel rond de planeet Uranus te zien. Uiteindelijk worden deze ringen pas in maart 1977 voor het eerst echt ontdekt door de astronomen James L. Elliot, Edward W. Dunham en Douglas J. Mink die gebruik maakten van het Kuiper Airborne Observatory. De afstanden van deze ringen tot de planeet liggen tussen de 41 800 en 51 100 kilometer en de vorm van de ringen is elliptisch. Op foto's die in 2003 en 2005 met de Hubble ruimtetelescoop zijn gemaakt, werden opnieuw twee ringen ontdekt. Deze bevinden zich op onverwacht grote afstanden van Uranus: 67 000 en 98 000 kilometer. Foto: NASA

Geplande evenementen

workshop SketchUp en Zemax
23 februari 2019 van 09:00 tot 14:00

Messier 107

Messier 107

M107 is een heel mooie bolvormige sterrenhoop in het sterrenbeeld Ophiuchus (Slangendrager) omgeven door vier sterren waarvan de helderste een magnitude heeft van 11. Oorspronkelijk kwam dit object niet voor…

Lees meer...

Steun Spacepage

Deze website wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door ons te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van het laatste nieuws en artikelen boordevol informatie.

7%

Sociale netwerken