Jong maar toch volwassen
Een internationaal team van astronomen heeft een heel armada van telescopen op Aarde alsook in de ruimte gebruikt om de afstand van de verst bekende volwassen cluster van sterrenstelsels te kunnen meten. Ondanks het feit dat de cluster gezien wordt op het moment dat het heelal minder dan een kwart van zijn leeftijd had, lijkt deze cluster verrassend genoeg op zijn huidige soortgenoten. De cluster, die CL J1449+0856 heet, blijkt tot ieders verbazing er niet heel jong uit te zien maar blijkt een volgroeid object te zijn met een massa vergelijkbaar met die van de Virgo-cluster. Clusters van sterrenstelsels zijn de grootste structuren in het heelal en worden door de zwaartekracht bij elkaar gehouden. Astronomen gaan ervan uit dat clusters van sterrenstelsels in de loop van de tijd groter worden en dat ze dus zeer zeldzaam moeten zijn in het vroege heelal. De cluster CL J1449+0856, die onderzocht werd met ESO's Very Large Telescope (VLT), de Hubble-ruimtetelescoop en de XMM-Newton ruimtetelescoop, blijkt te zijn opgebouwd uit sterrenstelsels die geen nieuwe sterren vormen maar met daarin sterren die al bijna één miljard jaar oud zijn waardoor deze cluster als een 'volwassen' object beschouwd wordt. Uit waarnemingen van de röntgenstraling die de cluster uitzendt, blijkt dat deze straling moet afkomstig zijn van een zeer hete wolk van ijl gas dat zich in de ruimte bevindt tussen de sterrenstelsels. Deze straling is het meest geconcentreerd in het centrum van de cluster waardoor dit volgens sterrenkundigen opnieuw een bewijs is dat deze cluster volwassen is. Erg jonge clusters hebben nog niet de tijd gehad om heet gas op deze manier vast te houden. (Bron: ESO)
Astronomen ontdekken cluster op 9,6 miljard lichtjaar
Twee Japanse en een Duitse astronoom hebben een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 9,6 miljard lichtjaar. Deze nieuwe ontdekking werd gedaan met de Europese XMM-Newton ruimtetelescoop. De pas ontdekte cluster behoort nu tot één van de verst gekende clusters. Eind 2009 werd ook al met de XMM-Newton telescoop een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 10,2 miljard lichtjaar. Sterrenkundigen ontdekten in het verleden al sterrenstelsels op een afstand van 13 miljard lichtjaar maar dit waren enkelingen. De ontelbare sterrenstelsels in het heelal zijn niet gelijkmatig verdeeld maar vormen denkbeeldige 'slierten' of 'draden'. Wanneer twee of meerdere van deze denkbeeldige slierten elkaar raken en er zich meer dan 50 sterrenstelsels bevinden, spreken we van een cluster. Clusters op grote afstanden (meer dan 9 miljard lichtjaar) lijken zeer zeldzaam aangezien deze volgens de huidige theorieën slechts vier miljard lichtjaar hebben nodig gehad om zich te vormen. Clusters beschikken over een grote hoeveelheid intergalactisch gas dat zeer heet is en röntgenstraling uitzendt. Hierdoor kan een röntgenobservatorium als XMM-Newton deze makkelijker detecteren. Ook ons Melkwegstelsel maakt deel uit van een cluster dat we de 'Lokale Groep' noemen. In deze Lokale Groep bevindt zich ook de Andromedanevel en een veertigtal andere sterrenstelsels.
Planetoïde blijkt groter dan gedacht
Een planetoïde die op 19 april 2010 de Aarde passeerde op een afstand van 2,4 miljoen kilometer (zesmaal afstand Aarde-maan) blijkt tweemaal zo groot te zijn als eerst werd aangenomen. Dankzij de radioschotel van Arecibo op Puerto Rico hebben wetenschappers radarbeelden kunnen maken van planetoïde 2005 YU55. Uit deze opnamen blijkt nu dat het hemelobject ongeveer 400 meter groot is. Oorspronkelijk stond 2055 YU55 op NASA's 'risicolijst' van objecten die mogelijk zouden kunnen botsen met de Aarde. Uiteindelijk blijkt de planetoïde aan de hand van betere baangegevens geen bedreiging te vormen voor onze planeet. Op 8 november 2011 zal de planetoïde opnieuw langs de Aarde vliegen op een afstand van slechts 300 000 kilometer (afstand Aarde-maan is 384 472 kilometer). De Amerikaanse president Obama heeft een voorstel ingediend om NASA's budget in de zoektocht naar 'risicovolle planetoïden' op te trekken van 3,7 miljoen dollar in 2009 naar 20,3 miljoen dollar tegen 2011.
W. M. Keck Observatory
De W. M. Keck Observatory is een Amerikaans astronomisch observatorium dat zich bovenop de Mauna Kea vulkaan bevindt op Hawaï op een hoogte van 4 145 meter. Aangezien deze bergtop één van de beste plaatsen is op Aarde voor astronomische waarnemingen is het dan ook logisch dat zich hier tal van observatoria bevinden. Wat de W. M. Keck Observatory zo bijzonder maakt, is dat het bestaat uit twee identiek dezelfde gigantische telescopen waarvan de hoofdspiegels elk een diameter hebben van 10 meter en hierdoor 's werelds grootste optische telescopen zijn. In 1985 gaf Howard B. Keck van de W. M. Keck Foundation 70 miljoen dollar voor het ontwerp en bouw van de Keck I telescoop waarna in 1993 en 1996 uiteindelijk beide telescopen voor het eerst naar de nachtelijke hemel gericht werden. Het Keck observatorium staat onder leiding van de California Association for Research in Astronomy dat een organisatie is die samengesteld is uit mensen van Caltech en de universiteit van Californië. De totale kostprijs voor de bouw van dit observatorium bedroeg meer dan 140 miljoen dollar.
Soorten nevels: Nova- en supernovarestant
Een supernovarestant (SNR) is een structuur die veroorzaakt wordt door een gigantische explosie van een ster tijdens een supernova. Een supernovarestant is gebonden door een uitzettende schokgolf en bestaat uit uitgeworpen materiaal dat uitzet door de explosie. Een novarestant bestaat uit materiaal dat achtergelaten wordt door een gigantische explosie van een ster in een nova. Het heeft een uitzettingssnelheid van 1 000 km/sec en heeft een levensduur van enkele eeuwen. Novarestanten zijn minder massief dan supernovarestanten of planetaire nevels.
Soorten nevels: Donkere nevels
Een donkere nevel is een soort van interstellaire wolk die een erg grote dichtheid heeft zodat deze het licht verduistert van de achterliggende emissie- of reflectienevel (zoals de paardekopnevel). Deze nevels kunnen zelfs de achtergrondsterren verduisteren (zoals de Kolenzaknevel).
De Big Bang tijdlijn
De tijdlijn van de Big Bang omschrijft de reeks gebeurtenissen die zich voordeden en zullen voordoen op basis van de wetenschappelijke theorie van de Big bang. Waarnemingen doen vermoeden dat het universum zoals we het nu kennen ongeveer 13,7 miljard jaar geleden begon. Sindsdien ging het heelal doorheen drie fases. Het vroege begin van het heelal, welke zeer weinig van begrepen wordt, was het moment dat het heelal zo heet was dat deeltjes een energie hadden die hoger was dan dat we kunnen bereiken in de deeltjesversnellers op Aarde. Voordien waren de basiseigenschappen van dit tijdvak uitgewerkt in de Big Bang theorie, de details zijn gebaseerd op onderbouwde gissingen. Na deze periode, het vroege universum, begon evolutie op gang te komen. Dit is wanneer de eerste protonen, elektronen en neutronen zich vormden, dan kernen en uiteindelijk atomen. Met de vorming van neutrale waterstof begon de er kosmische straling uitgestraald te worden. Uiteindelijk begon het tijdvak van structuurvorming, wanneer materie zich begon te vormen in de eerste sterren en quasars en uiteindelijk de sterrenstelsels, clusters van sterrenstelsels en superclusters. Over de toekomst van het universum is vooralsnog weinig gekend.
Multiversum
Het idee 'multiversum' is een veronderstelling dat er mogelijk meerdere universa zijn, inclusief ons eigen universum. De structuur van het multiversum, de natuur van elk universum erin en de relatie tussen de verscheidene universa, hangt af van de theorie die je gebruikt. Multiversa zijn ideeën in de fysica, filosofie en fictie. In deze context kunnen termen als parallel universum, parallelle werelden of alternatieve universa gebruikt worden. De mogelijkheid van een multiversum brengt verscheidene wetenschappelijke, filosofische en theologische vragen met zich mee. In dit artikel bespreken we de astronomische, natuurkundige kant van het multiversum.
De toekomst en einde van het zonnestelsel
Indien er geen zwarte gaten of sterren in de buurt van het zonnestelsel komen wordt verwacht dat het zonnestelsel dat we nu kennen nog meer dan een miljard jaar lang zal bestaan tot het moment dat de Zon haar eerste slachtoffer opeist: de Aarde. De zon zal dan 10% feller schijnen dan ze nu doet, de straling zal verhogen en op Aarde zal het broeiheet en onleefbaar worden. Enkel in de diepste gebieden van de oceaan kan dan nog wel wat leven zijn. Na een periode van 3,5 miljard jaar zal de Aarde zowat de zelfde weersvooruitzichten hebben als op Venus vandaag, de oceanen zullen koken en alle leven (in de gekende vormen) zal onmogelijk zijn.
De vorming van een planeet
Hoe planeten precies ontstaan zijn is nog niet zeker. De meest gekende theorie stelt dat ze gevormd zijn in de restanten van een nevel die niet condenseerde onder de zwaartekracht om een protoster te worden, de restanten werden dun, een protoplanetaire schijf van gas en stof ontstond rond de protoster en begon te condenseren in lokale concentraties van massa binnenin de schijf die we planetesimalen noemen. Deze concentraties werden nog dichter tot ze inklapten onder de zwaartekracht om protoplaneten te worden. Wanneer een planeet de straal groter dan deze van de Maan van de Aarde bereikt begint er zich een atmosfeer te vormen door opeenhopingen van gas. Dit zorgt ervoor dat het de aantrekkingskracht van planetesimalen met een factor van tien verhoogt.