Subaru-telescoop ontdekt 'rechthoekig' sterrenstelsel
Astronomen hebben met behulp van de Japanse 8,2 meter grote Subaru-telescoop een merkwaardig rechthoekig sterrenstelsel ontdekt. De vorm van dit sterrenstelsel vertoont veel gelijkenissen met de vorm van een smaragd. Op de bewerkte foto van het stelsel is te zien dat zich in de kern een schijfvormige verdeling van vooral jonge sterren bevindt. Volgens de onderzoekers zou de ongebruikelijke rechthoekige vorm van het stelsel een zijaanzicht zijn van een cilindrische verdeling van oudere sterren. Die verdeling zou wellicht het gevolg zijn van een botsing tussen twee kleine spiraalstelsels. Het kleine dwergsterrenstelsel, dat de naam 'LEDA 074886 kreeg, is terug te vinden in het sterrenbeeld Eridanus en bevindt zich in de directe omgeving van het grotere sterrenstelsel NGC 1407 dat 700 miljoen lichtjaar van ons verwijderd is. LEDA 074886 bevat vijftig keer minder sterren als ons eigen Melkwegstelsel en staat op een afstand van ongeveer 70 miljoen lichtjaar. Door het grote verschil in afstand tussen LEDA 074886 en NGC 1407 zijn de onderzoekers er van overtuigd dat er geen fysiek verband is tussen beide stelsels. Het merkwaardige sterrenstelsel werd als toeval ontdekt toen een team van sterrenkundigen uit Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland en Finland met behulp van de Subaru Prime Focus Camera (Suprime-Cam) bolvormige sterrenhopen onderzochten rondom NGC 1407. Deze ontdekking is voor astronomen van groot belang aangezien sterrenstelsels tot op heden altijd ingedeeld werden in drie groepen: ellipsoïdale stelsels, stelsels met een platte schijf en spiraalarmen en onregelmatig gevormde stelsels.
De wilde jeugd van de zwaarste sterrenstelsels
Met behulp van de APEX-telescoop hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware – maar passieve – stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de ‘starbursts’ gevonden: de opkomst van superzware zwarte gaten. Astronomen hebben waarnemingen van de LABOCA-camera van de door ESO beheerde 12-meter Atacama Pathfinder Experiment-telescoop (APEX) (1) gecombineerd met metingen die verricht zijn met onder meer ESO’s Very Large Telescope en NASA’s Spitzer Space Telescope. Het doel was om te onderzoeken in hoeverre heldere, verre sterrenstelsels zich in groepen of clusters hebben verzameld.
Kepler ruimtetelescoop ontdekt compact planetenstelsel
Amerikaanse astronomen hebben met behulp van de Kepler ruimtetelescoop een opmerkelijk planetenstelsel ontdekt. Het stelsel bevindt zich op een afstand van ongeveer 2 000 lichtjaar van de Aarde en draait rond de ster Kepler-11. Vijf van de zes exoplaneten in dit stelsel bevinden zich zeer dicht tot hun moederster waardoor enige vorm van leven wellicht onmogelijk is. Dit is de eerste maal dat men een planetenstelsel ontdekt dat bestaat uit meer dan vijf exoplaneten. De zes planeten in dit stelsel konden ontdekt worden doordat zij vanaf de Aarde gezien bij elke omloop voor hun ster bewegen waardoor er kleine, regelmatige dipjes in de helderheid van de moederster ontstaan. Door kleine onregelmatigheden in de omlooptijden van de vijf binnenste planeten nauwkeurig te observeren, hebben sterrenkundigen kunnen vaststellen dat ze twee tot dertien keer zo zwaar zijn als de Aarde. Daarnaast ontdekte men ook dat hun omlooptijden variëren van 10 tot 47 dagen. Dit betekent dus dat de vijf binnenste exoplaneten in dit stelsel zich op een afstand van 14 tot 68 miljoen kilometer bevinden tot hun moederster. De vijf planeten draaien dus op een afstand tot hun ster die kleiner is dan de afstand tussen de planeet Mercurius en de Zon. Doordat vijf van de zes exoplaneten zeer dicht bij elkaar in de buur staan en zich ook nog eens dicht tot hun moederster bevinden, zorgt dit er niet alleen voor dat de ster onderhevig is aan grote gravitationele invloeden maar dat de planeten elkaar ook nog eens hevig beïnvloeden. De zesde exoplaneet uit dit stelsel is groter en bevindt zich in een ruimere baan (omlooptijd: 110 dagen). Het stelsel rondom de ster Kepler-11 is het meest compacte planetenstelsel dat tot op heden werd ontdekt. Hieronder kan u de persconferentie van deze opmerkelijke ontdekking opnieuw bekijken!
Astronomen ontdekken sterrenstelsel dat 13,2 miljard lichtjaar oud is
Een internationaal team van astronomen heeft een sterrenstelsel ontdekt dat zich op een recordafstand van 13,2 miljard lichtjaar bevindt. Het licht van dit sterrenstelsel werd dus verzonden toen het heelal nog maar 500 miljoen jaar oud was. Het sterrenstelsel, dat de aanduiding UDFj-39546284 kreeg, werd ontdekt op een opname die gemaakt werd door de Amerikaans/Europese Hubble Space Telescope en zou volgens de astronomen minder dan 1/100ste van de massa hebben van ons eigen sterrenstelsel. De opname zelf werd gemaakt in nabij infrarood licht en werd maar liefst 87 uur belicht. UDFj-39546284 heeft een roodverschuiving van 10,3 en is tot op heden het enige stelsel op de Hubble Ultra Deepfield opname met een roodverschuiving groter dan 10. Daarnaast werden nog enkele tientallen andere sterrenstelsels op afstanden van iets meer dan 13 miljard lichtjaar (roodverschuiving 8) ontdekt. Het verbaast de astronomen wel dat ze slechts één sterrenstelsel met een roodverschuiving van meer dan 10 hebben ontdekt aangezien men op grond van eerdere metingen minstens tien van deze stelsels had verwacht op de opname. Het feit dat men slechts één extreem ver stelsel heeft ontdekt, is volgens de astronomen het directe bewijs dat sterrenstelsels erg snel groeiden in het jonge heelal. De andere stelsels tonen dan weer aan dat het heelal een zeer sterke evolutie moet ondergaan heeft toen dit nog zeer jong was. De vorige recordhouder, UDFy-38135539, bevindt zich op een afstand van 13,1 miljard lichtjaar. Sterrenkundigen over de hele wereld kijken uit naar het moment dat de opvolger van de Hubble, de James Webb Space Telescope, in de ruimte zal gebracht worden. Deze ruimtetelescoop moet extreem verre sterrenstelsels nog nauwkeuriger kunnen observeren.
Sterrenstelsel breekt nieuw record
Een team van Europese sterrenkundigen heeft met behulp van ESO's Very Large Telescope in Chili de afstand kunnen meten van het verst bekende sterrenstelsel. Het licht van dit sterrenstelsel doet er maar liefst 13,1 miljard jaar over om de Aarde te bereiken. Met de huidige kennis wil dit dus zeggen dat dit stelsel zich 600 miljoen jaar na de oerknal heeft gevormd. De nieuwe recordhouder draagt de naam UDFy-38135539 en bestaat uit ongeveer 1 miljard sterren. Dergelijke sterrenstelsels zijn extreem moeilijk te observeren aangezien hun licht grotendeels in het infrarode deel van het spectrum valt doordat de golflengte ervan uitgerekt is door de uitdijing van het heelal. Daarnaast was het heelal in de vroege periode na de oerknal nog niet helemaal doorzichtig waardoor de ultraviolette straling van jonge sterrenstelsels geabsorbeerd werd door een mist van waterstofgas. De periode waarin deze mist nog moest worden opgelost noemen astronomen de 'reïonisatie' en is voor wetenschappers heel fascinerend aangezien dit tijdperk ons meer kan vertellen over het jonge heelal. De Hubble ruimtetelescoop ontdekte het sterrenstelsel UDFy-38135539 al in 2009 waarna men het stelsel zestien uur lang observeerde met de VLT.
Mysterieus object in M82 is microquasar
Astronomen zijn tot de conclusie gekomen dat een mysterieuze bron van radiostraling in het sterrenstelsel M82 wellicht een microquasar is. Deze vaststelling werd op 14 april bekend gemaakt op de National Astronomy Meeting 2010 van de Royal Astronomical Society in Glasgow. Microquasars zijn zwarte gaten die zich in een baan bevinden om een gewone ster en waarbij gas van de ster in het zwarte gat valt. Dit veroorzaakt twee krachtige straalstromen van snel bewegende gasdeeltjes die sterrenkundigen 'jets' noemen. Kenmerkend aan deze jets is dat deze radiostraling uitzenden. Het sterrenstelsel M82 is een actief stelsel dat zich op een afstand bevindt van ongeveer 10 miljoen lichtjaar. In mei 2009 ontdekten sterrenkundigen plots een mysterieuze bron van radiostraling nabij de kern van het sterrenstelsel. Onderzoekers concludeerden al snel dat de bron geen overblijfsel was van een supernova explosie aangezien hun helderheid in de loop van de tijd afneemt. De mysterieuze bron behield echter op radiogolflengten zijn helderheid en uit metingen blijkt ook dat de bron zich verplaatst. Astronomen gespecialiseerd in radioastronomie van het Jodrell Bank Observatory zijn er nu van overtuigd dat de bron een microquasar is.
Mysterie rond Arp 192 opgehelderd
Het sterrenkundig object Arp 192 blijkt niet over een mysterieus 'uitsteeksel' te beschikken dat bij het stelsel hoort. Op een opname uit 1964 was er een merkwaardig uitsteeksel te zien dat na onderzoek geen 'jet' blijkt te zijn maar het lichtspoor van een toevallig op de voorgrond passerende planetoïde. Arp objecten maken deel uit van een atlas van merkwaardig gevormde sterrenstelsels (Atlas of Peculiar Galaxies). Deze atlas werd in 1966 gepubliceerd door de Amerikaanse astronoom Halton Arp die zich hiervoor baseerde op opnamen die met een 5 meter telescoop op Palomar Mountain gemaakt werden. Astronomen namen lange tijd aan dat het uitsteeksel op een opname van Arp 192 een straalstroom was van materie (jet) die uit de kern van het stelsel afkomstig was. Uit amateuropnamen in 2008 bleek van het uitsteeksel echter geen spoor meer te zijn waardoor de oorzaak bij een ander object moest liggen. De Amerikaanse sterrenkundige journalist Jeff Kanipe lostte uiteindelijk het mysterie rond dit object op doordat hij erachter kwam dat planetoïde 84447 zich op de dag van de opname in 1964 voor het object bevond. De planetoïde werd pas in 2002 officieel ontdekt en draagt nu de naam 'Jeffkanipe'.
Klik hier voor Halton Arp's officiële website!
De lokale groep
Ons Melkwegstelsel bevindt zich samen met andere sterrenstelsels in een cluster die men de Lokale Groep noemt. Men is tot deze ontdekking gekomen doordat astronomen erachter kwamen dat bepaalde sterrenstelsels, zoals het Andromeda sterrenstelsel, zich veel dichter bij ons bevinden dan andere stelsels. Vandaag de dag weten we dat de Lokale Groep ongeveer 45 sterrenstelsels bevat maar doordat sommige stelsels in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel liggen, zijn deze moeilijk te observeren en kan het zijn dat we nog niet alle stelsels kennen uit de Lokale Groep.
Soorten sterrenstelsels: Starburst sterrenstelsels
Starburst sterrenstelsels zijn stelsels die een blauwachtige kleur vertonen en opvallend helderder zijn in het infrarode gebied van het spectrum waardoor aangetoond wordt dat er uitzonderlijk veel nieuwe sterren gevormd worden in dergelijke stelsels. In normale sterrenstelsels worden doorgaans ook nieuwe sterren gevormd maar niet zo veel als bij een Starburst stelsel. De oorzaak voor deze grote hoeveelheid nieuwe en jonge sterren zou te wijten zijn aan botsingen tussen verschillende sterrenstelsels.
Soorten sterrenstelsels: Seyfertsterrenstelsels
Seyfertsterrenstelsels zijn sterrenstelsels met een uitzonderlijk kleine en heldere kern. Deze kernen hebben een zeer kenmerkend emissiespectrum. Dit is heel vreemd want normaal zou een kern van een sterrenstelsel samengesteld moeten zijn uit het spectrum van alle sterren die er zich in bevinden. In 1943 ontdekte de Amerikaanse astronoom Carl Seyfert dat de oorsprong van deze kenmerkende emissiespectra wellicht aan het gas ligt dat zich in de kern van deze sterrenstelsels bevindt en dat dit gas ook zeer veel energie bezit. Vanwaar deze energie afkomstig is, weet men nog niet 100% zeker maar wellicht wordt dit opgewekt doordat het gas zich met een hoge snelheid verplaatst (snelheden van 500 tot 4 000 km/s) doordat het aangetrokken wordt door een zwart gat dat zich in het centrum van het stelsel bevindt. Doordat alle materie vermoedelijk in dit zwart gat terechtkomt, zal dit enorm sterk verhit worden. Hierdoor zendt het ultraviolette en röntgenstralingen uit.