Japanse cargomodule losgemaakt van ISS
Op maandag 28 maart 2011 heeft de tweede Japanse H-II Transfer Vehicle (HTV) bevoorradingsmodule zich losgemaakt van het internationaal ruimtestation ISS. Het onbemande ruimtetuig werd om 17u46 Belgische tijd door de robotarm van het ISS losgelaten nadat de module enkele uren eerder ontkoppeld werd van het ruimtestation. De volledige procedure werd uitgevoerd door de Amerikaanse astronaute Cady Coleman en de Italiaanse ruimtevaarder Paolo Nespoli vanuit de Cupola module van het ISS. Deze tweede Japanse bevoorradingsmodule, die ook bekend staat onder de naam 'Kounotori 2', werd op 22 januari 2011 in de ruimte gebracht door een Japanse H-2B draagraket. Vijf dagen later arriveerde de bijna 16 ton zware vrachtmodule bij het ISS waarna het tuig vastgehecht werd aan het ruimtestation. Aan boord van deze tweede HTV bevond zich bijna vier ton aan vracht waaronder reserveonderdelen, experimenten en voedsel. De afgelopen weken hebben de ISS-bewoners de vracht van de HTV overgeladen naar het ruimtestation waarna men begon met de vrachtmodule vol te laden met afval. Op woensdag 30 maart 2011 zal de HTV-2 zijn raketmotoren tot ontbranding brengen waardoor de snelheid van het meer dan 200 miljoen dollar dure ruimtetuig zal afnemen en het gevaarte vervolgens zal opbranden in de atmosfeer van de Aarde. Tijdens deze tweede HTV-missie raakte het Japanse vluchtleidingscentrum in Tsukuba beschadigd door de zware aardbeving van 11 maart. Hierdoor werd de leiding over de tweede HTV tijdelijk overgenomen door NASA. Indien alles verloopt zoals voorzien zal Japan in januari 2012 zijn derde HTV vrachtmodule lanceren.
Wegloopsterren en hogesnelheidssterren
In tijden van haast en spoed is het goed om soms eens tot rust te komen. Bijvoorbeeld bij het lezen van een artikel over sterren die er ook een enigszins jachtig leven op na houden. De groepsnaam wegloopsterren klinkt misschien niet zo bijzonder, maar het is interessant om eens te kijken naar hun ontstaan, hun levensloop en hun... snelheden. In de literatuur wordt onderscheid gemaakt tussen wegloopsterren (runaway stars) en hogesnelheidsterren (high-velocity stars) en het onderscheid zit in het ontstaan. Hierna worden beide groepen sterren besproken en worden enkele voorbeelden gegeven.
MESSENGER komt aan bij Mercurius
In de nacht van donderdag 17 op vrijdag 18 maart 2011 heeft de Amerikaanse ruimtesonde MESSENGER zich met succes in een baan om de planeet Mercurius gebracht. Na een reis van 2 417 dagen bevindt MESSENGER zich nu in een vaste baan om Mercurius waar het ruimtetuig vanaf begin april vooral het oppervlak en de inwendige structuur van de kleine planeet zal onderzoeken. Op 3 augustus 2004 werd MESSENGER (afkorting voor 'MErcury Surface, Space ENvironment, GEochemistry and Ranging') vanop Cape Canaveral in de ruimte gebracht. Mercurius heeft voor onderzoekers nog steeds zeer veel raadsels zoals de aanwezigheid van de opvallend grote ijzer-nikkel kern die ongeveer even groot is als de Maan. Daarnaast willen men ook bestuderen welke materialen er zich nabij de polen van Mercurius bevinden, hoe het magnetisch veld van deze planeet is ontstaan en waarom de dichtheid van deze planeet zo groot is. De reis van MESSENGER naar Mercurius verliep in verschillende fasen aangezien de planeet het dichtst bij de zon staat en daardoor de hoogste baansnelheid heeft. Zo maakte de 446 miljoen dollar dure MESSENGER scheervluchten langs de Aarde, Venus en Mercurius om het ruimtetuig de juiste snelheid te geven. Indien men MESSENGER meteen naar Mercurius had gestuurd, had de ruimtesonde door de aantrekkingskracht van onze ster een veel te hoge snelheid gehad. Alles samen legde MESSENGER al bijna acht miljard kilometer af en had het ruimtetuig een gemiddelde snelheid van ongeveer 140 000 kilometer per uur. Tot op heden werd Mercurius nog maar één keer bezocht door een ruimtesonde. In 1974 en 1975 maakte de Amerikaanse Mariner 10 ruimtesonde drie scheervluchten langs Mercurius waarbij ongeveer 45% van het oppervlak in kaart gebracht werd. Vluchtleiders en wetenschappers hopen dat MESSENGER minstens één jaar operationeel blijft.
Kijk zelf naar het ISS!
Het internationaal ruimtestation ISS is vandaag de dag het grootste en meest prestigieuze bouwwerk dat de mens ooit in de ruimte bracht. De bouw van het ISS begon in 1998 en eenmaal het volledig klaar zal zijn, zal het vier maal groter zijn dan het Russische Mir ruimtestation. Het ISS bevindt zich in een baan om de Aarde op een hoogte van 348 kilometer. Met een snelheid van bijna 28000 kilometer per uur maakt de ruimtemeccano vijftien omwentelingen om de de Aarde in 24 uur. Binnenin het ruimtestation leven en werken sinds eind juni 2009 permanent zes ruimtevaarders. Dankzij de omvang van zijn zonnepanelen kan het ruimtestation heel makkelijk vanop Aarde gezien worden wanneer deze boven België en Nederland passeert als een heldere ster die zich met hoge snelheid aan de nachtelijke hemel voortbeweegt. Bij juiste omstandigheden kan het ISS zelfs even helder zijn als de planeet Venus en kan deze magnetude -4,5 halen (zestien maal zo helder als de ster Sirius). Doordat het ruimtestation een glooiingshoek of inclinatie heeft van 51,6° ten opzichte van de evenaar is het mogelijk dat men dit twee maal op één avond kan zien (één omwenteling duurt ongeveer 90 minuten). Momenteel bevinden er zich aan het ISS vijf verschillende ruimtetuigen (Space Shuttle, HTV, ATV, Progress en Sojoez) afkomstig van vier naties. Klik op onderstaande link om te raadplegen wanneer het ISS boven België en Nederland te zien is!
NEAR Shoemaker
De Amerikaanse Near Earth Asteroid Rendezvous (NEAR) Shoemaker missie was een eerste project uit NASA's Discovery Program. Tijdens deze complexe ruimtemissie bracht de onbemande NEAR Shoemaker ruimtesonde een bezoek aan het Near Earth Object (NEO) 433 Eros waar het uiteindelijk ook in februari 2001 op landde. Dit ruimtetuig werd genoemd naar de Amerikaanse geoloog, astronoom en kometenjager Eugene Merle Shoemaker die ondermeer samen met zijn vrouw 32 kometen en 40 asteroïden ontdekte. NEAR Shoemaker was het eerste ruimtetuig dat een zachte landing maakte op het oppervlak van een asteroïde en bezorgde wetenschappers zeer veel nieuwe informatie over de eigenschappen van asteroïden.
Wanneer is het ISS zichtbaar?
Het internationaal ruimtestation ISS is vandaag de dag het grootste en meest prestigieuze
bouwwerk dat de mens ooit in de ruimte bracht. De bouw van het ISS begon in 1998 en eenmaal het
volledig klaar zal zijn, zal het vier maal groter zijn dan het Russische Mir ruimtestation. Het
ISS bevindt zich in een baan om de Aarde op een hoogte van ongeveer 350 kilometer. Met een
snelheid van 27 700 kilometer per uur maakt de ruimtemeccano 15 omwentelingen om de de Aarde in
24 uur. Binnenin het ruimtestation leven en werken sinds eind juni 2009 permanent zes
ruimtevaarders. Dankzij de omvang van zijn zonnepanelen kan het ruimtestation heel makkelijk
vanop Aarde gezien worden wanneer deze boven België of Nederland passeert als een heldere ster
die zich met hoge snelheid aan de nachtelijke hemel voortbeweegt. Bij juiste omstandigheden kan
het ISS zelfs even helder zijn als de planeet Venus en kan deze magnitude -4,5 halen (zestien
maal zo helder als de ster Sirius).
Vanaf nu vindt u op Spacepage altijd de actueelste data wanneer men het internationaal ruimtestation kan zien vanuit België of Nederland.
Pioneer 10
Pioneer 10 was het eerste ruimtetuig dat doorheen de asteroïdengordel vloog om vervolgens de planeet Jupiter te bezoeken. Op 2 maart 1972 werd Pioneer 10 in de ruimte gebracht waarna het in december 1973 langs de grootste planeet uit ons zonnestelsel vloog. Deze historische ruimtemissie behoort tot NASA's grootste en belangrijkste verwezenlijkingen aangezien Pioneer 10 de start was van een reeks onbemande verkenners die het zonnestelsel uitvoerig verkenden. NASA voorzag voor Pioneer 10 een missie van 21 maanden maar uiteindelijk duurde de Pioneer 10 missie meer dan 30 jaar en werden alle doelstellingen met veel succes verwezenlijkt. Vandaag de dag bevindt dit onbemande ruimtetuig zich op de grens van ons zonnestelsel en is het ruimtetuig op weg naar de ster Aldebaran in het sterrenbeeld Stier.
Ster loopt weg uit stervormingsgebied
Een internationaal team van sterrenkundigen heeft door middel van de Cosmic Origins Spectrograph aan boord van de Hubble ruimtetelescoop en observatoria op Aarde een ster ontdekt die met grote snelheid door het heelal raast. Volgens de astronomen behoorde de ster ooit toe aan de sterrenhoop R136 die deel uitmaakt van de Grote Magelhaense Wolk. De ster verplaatst zich met een snelheid van 400 000 kilometer per uur en maakt deel uit van de 'sterrenfabriek' 30 Doradus dat beter bekend is als de 'Tarantula Nebula'. Met de snelheid van de ster zou de mens op twee uur tijd heen en terug kunnen reizen naar de maan. Het stervormingsgebied 30 Doradus is bekend om zijn zware sterren aangezien hier al sterren zijn ontstaan die meer dan honderd maal zo zwaar zijn als onze zon. De ontsnapte ster zou een massa hebben van ongeveer 90 maal die van de zon en een leeftijd van één tot twee miljoen jaar. Wat de reden is voor de enorme snelheid waarmee de ster zich voortbeweegt, is tot op heden nog steeds onduidelijk maar men vermoed dat de ster is weggeslingerd na een ontmoeting met nog één of meerdere zware sterren. Inmiddels zou de jonge ster al een afstand afgelegd hebben van 375 lichtjaar.
Intergalactische optocht zorgt voor nieuw raadsel
Astronomen ontdekten in 2008 enkele verafgelegen clusters van sterrenstelsels die met een snelheid van 3 miljoen kilometer per uur gezamenlijk dezelfde kant op bewegen. Nader onderzoek door Alexander Kashlinsky van NASA's Goddard Space Flight Center bevestigde deze intergalactische optocht en toonde uiteindelijk aan dat deze veel omvangrijker is dan men eerst dacht. Deze collectieve beweging van sterrenstelsels kreeg de naam 'donkere stroom' en blijkt zich uit te strekken over een afstand van ongeveer 2,5 miljard lichtjaar. Wat de oorzaak is van de collectieve beweging is nog steeds onduidelijk maar alles wijst erop dat een massaconcentratie de sterrenstelsels aantrekt. De snelheid waarmee de clusters zich voortbewegen staat los van de uitdijing van het heelal en wordt niet groter naarmate ze zich verder van ons bevinden. De intergalactische optocht beweegt zich ongeveer in het verlengde van de verbindingslijn tussen ons en het sterrenbeeld Centaurus en Hydra. Toch kan men niet met zekerheid zeggen of de clusters naar ons toe komen of ze zich verder af begeven.
Hubble ontdekt merkwaardig stofspoor
Op opnamen die op 25 en 29 januari gemaakt werden door de Hubble ruimtetelescoop is in de planetoïdengordel een merkwaardig stofspoor ontdekt. Astronomen vermoeden dat het stofspoor ontstaan is door een frontale botsing van twee planetoïden. Het stofspoor kreeg de sterrenkundige aanduiding P/2010 A2. De onderzoekers zijn er vrijwel zeker van dat het niet gaat om een komeet aangezien de 150 meter grote kern van het object iets buiten het stofspoor ligt. Bij een komeet bevindt de kern zich net in het meest stofrijke gedeelte. Het spectrum van het stofspoor vertoont ook niet de kenmerken van een klassiek spectrum van een komeet. De twee planetoïden die op elkaar gebotst zijn, zouden afkomstig zijn van de Flora-familie die ongeveer 100 miljoen jaar geleden zijn ontstaan uit een botsing tussen twee grotere objecten. Sommige wetenschappers geloven dat een fragment van deze botsing 65 miljoen jaar geleden op de Aarde terechtkwam wat uiteindelijk leidde tot het uitsterven van de dinosauriërs. Aan de hand van het stofspoor hebben astronomen kunnen berekenen dat de twee planetoïden op elkaar moeten gebotst zijn met een snelheid van ongeveer 17 700 kilometer per uur. Op het ogenblik dat P/2010 A2 ontdekt werd, bevond dit zich op 145 miljoen kilometer van de Aarde tussen de planeten Mars en Jupiter. De Wide Field Camera 3 die deze opnamen maakte, werd in mei 2009 geïnstalleerd tijdens de laatste Hubble onderhoudsmissie.