Het magnitudesysteem werd ten tijde van de Grieken uitgevonden en werd doorheen de loop van eeuwen steeds uitgebreider en verfijnd. Het is een quasi logaritmische schaal waarop elke ster aan de nachthemel een magnitude krijgt afhankelijk van hoe helder hij is. In tegenstelling tot wat men zou verwachten krijgen zwakkere sterren hogere magnituden dan heldere sterren.
Dit is het gebied waar de amateurwaarnemers in kunnen bijdragen op wetenschappelijk vlak. Als je ervaring hebt in het waarnemen van variabele sterren dan zal de magnitudeschattingen van kometen normaal geen probleem mogen zijn. Voor een beginnend waarnemer kan het ingewikkeld lijken maar met een beetje oefening kan je in geen tijd wetenschappelijke gegevens bekomen. Er zijn diverse methodes zoals de in - uit methode, de uit - uit methode, gewijzigde uit methode en de Beyer of extrafocale uitstervingsmethode. In dit artikel gaan we 1 methode bespreken: de in - uit methode.
Vroeger dacht men dat sterren op een grote bol gekleefd waren. De Aarde zat in die bol en de sterren kwamen op en gingen onder. Deze sterren bleken een vaste positie te hebben en de Zon, Maan en planeten bewogen tussen de sterren in. Dit kan eenvoudig verklaard worden doordat de Aarde om haar eigen as draait waardoor het lijkt alsof de sterren op en onder gaan. Daarnaast draait de Aarde ook in een baan om de Zon waardoor het lijkt alsof de Zon doorheen de sterren door beweegt.
NGC2261 is een reflectienevel in Monoceros met de naam "Hubble's Nebula". Deze nevel, met een magnitude van 10 (kan 2 magnitudes variëren), heeft een vorm die misleidend kan zijn voor iemand die geen idee heeft naar wat hij aan het kijken is, namelijk die van een komeet. De top van deze nevel is een ster, en hoe dichter je bij deze ster komt, des te helderder de nevel wordt.
Equuleus is het op één na kleinste sterrenbeeld (Crux is het kleinste). Ondanks zijn kleine grootte werd het wel opgenomen in de 48 sterrenbeelden van Ptolemaeus. Equuleus zou Celeris voorstellen, de broer van Pegasus, het gevleugelde paard, dat Mercurius aan Castor gaf.
Dit sterrenbeeld is een modern sterrenbeeld. Het deed zijn eerste intrede door de Nederlandse cartograaf Petrus Plancius in 1612 of 1613 en werd later in kaart gebracht door Jakob Bartsch als Unicornus in zijn sterrenkaart van 1624. Heinrich Wilhelm Olbers en Ludwig Ideler geven aan dat het sterrenbeeld ouder is en refereren hierin naar een astrologisch werk van 1564 dat het vernoemde.
Spacepage wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door Spacepage en Guidestar te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van nieuws, artikelen en ons digitaal magazine.