Fields Medals: 1978 - 1986
1978
Daniel G. Quillen
Massachusetts Institute of Technology
De voornaamste architect van de algebraïsche K-theorie, een nieuw element dat én geometrie én topologie bevat.

Fields Medals: 1936 - 1962
1936
Jesse DOUGLAS
Massachusetts Institute of Technology
Heeft belangrijk werk verricht dat te maken had met het Plateau probleem, een probleem in de geometrie.

De classificatie van zonnevlekken: classificatiewaardes naar Malde
Inleiding
Het wolfgetal is een goede methode om de zonneactiviteit te meten. Men telt het aantal zichtbare vlekken (groot of klein), dit toevoegen met het aantal zonnevlekkengroepen vermenigvuldigd met een factor van 10. Een zogenaamde k factor wordt hierbij vermenigvuldigd en wordt gebruikt voor de apparatuur waarmee je hebt waargenomen want hoe groter de diameter van de telescoop is, hoe meer vlekken je zult kunnen zien. De formulie is als volgt:
Stellaire verbindingen
Een stellaire verbinding of een bewegende groep is een erg losse sterrenhoop, veel losser dan open en bolvormige sterrenhopen. Stellaire verbindingen bevatten in de meeste gevallen 10 tot 100 sterren. De sterren delen de zelfde oorsprong maar zijn niet met de zwaartekracht gebonden en bewegen samen verder door de ruimte. Bewegende groepen worden geïdentificeerd door hun gemeenschappelijke bewegingsvectoren en leeftijd. Identificatie door middel van de chemische samenstelling is ook een factor bij bewegende groepen. Stellaire verbindingen werden voor het eerst ontdekt door de Armeense astronoom Viktor Ambartsumian in 1947. Hij categoriseerde deze in twee groepen: OB en T, gebaseerd op de eigenschappen van hun sterren. De naam voor een verbinding gebruikt meestal de namen of afkortingen van het sterrenbeeld (of sterrenbeelden) waarin zij zich bevinden, het verbindingstype en soms ook een numerieke identificatie.
Planetoïdengroepen
Er zijn vele planetoïdengroepen te vinden in ons zonnestelsel. Naast de grote asteroïdengordel tussen de planeten Mars en Jupiter vinden we ook groepen in de omgeving van de Aarde , Mars of zelfs in de buurt van Neptunus. In dit artikel overlopen we de diverse groepen van planetoïden
die zich in ons zonnestelsel begeven.
Wat zijn de verschillende soorten planetoïden?
De planetoïden in ons zonnestelsel worden ingedeeld op basis van hun baanelementen en op basis van het spectrum van het zonlicht dat ze reflecteren. Voor leken lijken dit allemaal brokstukken van steen maar voor wetenschappers zijn planetoïden zeer interessante objecten aangezien zij ons meer kunnen vertellen over ondermeer het onstaan van ons zonnestelsel. In dit artikel gaan we dieper in op de diverse klassen planetoïden.
Wat is zonneactiviteit?
Het aantal zonnevlekken en magnetische polariteit van zonnevlekken varieert met een periode van ongeveer 11 jaar (22 jaar magnetische). Rond het zonneminimum zijn er weinig zonnevlekken zichtbaar en kan het gebeuren dat de zon enkele dagen volledig blanco is. Ongeveer 18 maanden voordat de oude cyclus eindigt, kunnen al enkele vlekken van de nieuwe cyclus op de zon verschijnen nabij 25 graden noorderbreedte of zuiderbreedte, met de overblijvende zonnevlekkengroepen die zich op beide zijden van de evenaar bevinden. Nadat de zonnevlekken uit de oude cyclus "gestorven" zijn, zullen de nieuwe vlekken groter worden en zullen er meer nieuwe vlekken gevormd worden. Met deze sprong in zonnevlekkenvorming verspreiden deze vlekken zich naar hogere breedtegraden tot 30 graden noordelijk of zuidelijk, die aangeven dat de nieuwe cyclus aan het opkomen is (enkele kortdurende zonnevlekken kunnen ontstaan tot 70 graden noordelijk of zuidelijk). De zonnevlekken vormen zich in verscheidene groepen, bestaande uit een grotere dominante zonnevlekleider of zonnevlekkenleider, vaak gevolgd aangezien de zon draait door wat kleinere staartvlekken. De activiteit verspreidt zich ook in locatie, met elke hemisfeer die een onregelmatige brede gordel vormt van zonnevlekkenactiviteit die langzaam naar de evenaar drijft wanneer de cyclus verdergaat.
De magnetische classificatie van zonnevlekken
We hebben zonnevlekken in alle maten en vormen, de ene met een complexere magnetische structuur dan de andere, maar hoe kan je nu weten of een zonnevlek een gevaar vormt voor grote uitbarstingen? Om onderscheid te kunnen maken, zijn er regels opgesteld door het Mount Wilson observatorium in Californië. Elke zonnevlek zal nu in een bepaalde klasse ingedeeld worden.
Wat zijn planetoïden?
Asteroïden of planetoïden zijn kleine hemellichamen die in een baan in ons zonnestelsel draaien, kleiner zijn dan planeten, maar groter zijn dan meteoroïden (algemeen genomen 10 meter in diameter of minder) en geen kometen zijn. Het verschil wordt gemaakt op visuele weergave wanneer ze ontdekt worden. Kometen moeten een staart of coma hebben vooraleer ze in de catalogen worden opgenomen. Kleine planeten zijn meer sterachtig(e) (planetoïden), deze krijgen een tijdelijke benaming en pas later een definitieve naam eens hun bestaan bevestigd is en de baanelementen berekend zijn. De juiste oorsprong van sommige planetoïden is amper gekend.
Wat zijn sterrenstelsels?
Als we op een donkere nacht boven ons heen kijken, zien we ongeveer in het centrum van de nachtelijke hemel een band waarin de sterren zeer dicht bij elkaar staan. Deze strook kennen we beter als de "Melkweg". Dit is het sterrenstelsel waar wij deel van uitmaken. Sterrenstelsels zijn dus gebieden met grote verzamelingen sterren en deze hebben vrijwel allemaal een spiraal-, schijf- of bolvormige structuur. In deze stelsels bevinden zich niet enkel miljoenen sterren maar ondermeer ook gas, stof en donkere materie. Al deze sterren, stof en materie worden mooi bij elkaar gehouden door een eigen zwaartekracht. Net zoals sterren komen sterrenstelsels vrijwel zelden alleen voor. De meeste bevinden zich in groepen die bestaan uit verschillende stelsels die we ook wel "clusters" noemen. Onze zon draait, samen met vele andere sterren, om het centrum van ons sterrenstelsel. De groep waarin ons sterrenstelsel zich in bevindt heet de "Lokale Groep". De diameter van sterrenstelsels kan variëren van enkele duizenden tot enkele honderdduizenden lichtjaren en deze bevinden zich meestal op enkele miljoenen lichtjaren van elkaar. Volgens bepaalde schattingen zouden er in het universum 100 miljard sterrenstelsels bestaan en in sommige van hen zou er zich in het centrum een enorm zwaar zwart gat bevinden.