Astronomen ontdekken cluster op 9,6 miljard lichtjaar
Twee Japanse en een Duitse astronoom hebben een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 9,6 miljard lichtjaar. Deze nieuwe ontdekking werd gedaan met de Europese XMM-Newton ruimtetelescoop. De pas ontdekte cluster behoort nu tot één van de verst gekende clusters. Eind 2009 werd ook al met de XMM-Newton telescoop een cluster van sterrenstelsels ontdekt op een afstand van 10,2 miljard lichtjaar. Sterrenkundigen ontdekten in het verleden al sterrenstelsels op een afstand van 13 miljard lichtjaar maar dit waren enkelingen. De ontelbare sterrenstelsels in het heelal zijn niet gelijkmatig verdeeld maar vormen denkbeeldige 'slierten' of 'draden'. Wanneer twee of meerdere van deze denkbeeldige slierten elkaar raken en er zich meer dan 50 sterrenstelsels bevinden, spreken we van een cluster. Clusters op grote afstanden (meer dan 9 miljard lichtjaar) lijken zeer zeldzaam aangezien deze volgens de huidige theorieën slechts vier miljard lichtjaar hebben nodig gehad om zich te vormen. Clusters beschikken over een grote hoeveelheid intergalactisch gas dat zeer heet is en röntgenstraling uitzendt. Hierdoor kan een röntgenobservatorium als XMM-Newton deze makkelijker detecteren. Ook ons Melkwegstelsel maakt deel uit van een cluster dat we de 'Lokale Groep' noemen. In deze Lokale Groep bevindt zich ook de Andromedanevel en een veertigtal andere sterrenstelsels.
Astronomen 'wegen' zwart gat
Sterrenkundigen zijn er in geslaagd om een zwart gat te 'wegen' dat zich in een ander sterrenstelsel bevindt. Het zwart gat maakt deel uit van het sterrenstelsel NGC 300 en bevindt zich op een afstand van ongeveer 6 miljoen lichtjaar. Met behulp van de Very Large Telescope in Chili hebben de astronomen kunnen achterhalen dat het zwart gat een massa heeft van minimaal 15 zonmassa's en deze samen met een zware ster een dubbelster systeem vormt. Dit is het op één na zwaarste stellaire zwarte gat dat tot nu toe gevonden werd. Sterrenkundigen hebben weliswaar in het verleden al veel zwarte gaten ontdekt, maar deze zijn bekend als 'superzware zwarte gaten' en bevinden zich in de kernen van sterrenstelsels. Enkele jaren geleden ontdekte men al met de XMM-Newton en Swift röntgensatellieten het stellaire zwarte gat in NGC 300 doordat de materie die het zwart gat opslokt van zijn naburige ster extreem hoge temperaturen bereikt en hierdoor een bron van röntgenstraling wordt. Wellicht is het zwart gat een overblijfsel van een zware ster die als een supernova uit elkaar gespat is. De begeleidende ster die bij het zwart gat hoort, nadert eveneens zijn einde en zal wellicht over minder dan 1 miljoen jaar eveneens eindigen als zwart gat.
Na bijna twee jaar terug grote activiteit op de zon!
Met de terugkeer van oude zonnevlekkengroep 1039, die zich nog net achter de rand van de zon zit, luid het terug een actieve periode in op de zon met grote uitbarstingen. Reeds meer dan een maand kwam de activiteit op de zon terug op dreef maar daar waren nog geen halfzware tot zware uitbarstingen bij. Vandaag is het dus een ommekeer met meteen M2,33 klasse zonnevlam en zopas een M1,7 klasse zonnevlam. Het was al van 25 maart 2008 geleden dat er zich nog een halfzware M klasse zonnevlam uitbarstte op de zon.
Update 20 januari: Intussen begeeft de groep zich op de rand en zal weldra te zien zijn vanop Aarde. De groep, die weldra nummer 1041 zal krijgen, blijft alvast sputteren met C-klasse zonnevlammen en zopas alweer een M1,86 klasse zonnevlam.
Kitt Peak National Observatory
Het Kitt Peak National Observatory is een Amerikaans astronomisch observatorium dat zich op een hoogte van 2 096 meter bevindt bovenop de top van de Quinlan Mountains op ongeveer 88 kilometer ten zuidwesten van de stad Tucson in de staat Arizona. De meeste faciliteiten van dit observatorium maken deel uit van de Amerikaanse National Optical Astronomy Observatory (NOAO) of van de universiteit van Arizona. In totaal bevinden zich hier maar liefst 23 telescopen waardoor dit observatorium het meest aantal astronomische instrumenten ter wereld heeft. Met de instrumenten die zich op dit observatorium bevinden, leerden astronomen en andere wetenschappers de voorbije jaren meer over de evolutie van sterrenstelsels, de geboorte van sterren en ontdekte men vanop deze plaats aanwijzingen over het bestaan van grote structuren in het universum.
De classificatie van zonnevlekken: classificatiewaardes naar Malde
Inleiding
Het wolfgetal is een goede methode om de zonneactiviteit te meten. Men telt het aantal zichtbare vlekken (groot of klein), dit toevoegen met het aantal zonnevlekkengroepen vermenigvuldigd met een factor van 10. Een zogenaamde k factor wordt hierbij vermenigvuldigd en wordt gebruikt voor de apparatuur waarmee je hebt waargenomen want hoe groter de diameter van de telescoop is, hoe meer vlekken je zult kunnen zien. De formulie is als volgt:
Waarnemen in april
Wat is er zoal te zien aan de hemel, elke maand gaat Spacepage op zoek naar de meest interessante objecten aan de hemel voor komende maand met de meest interessante objecten die je in deze periode kunt bekijken, dit opgesplitst afhankelijk van de gebruikte telescoop. De objecten werden uitgezocht uit onze deepskydatabase met meer dan 10.000 deepskyobjecten samen met de andere interactieve tools van "waarnemen interactief".
Open sterrenhopen
Als je op een heldere winternacht in het oosten kijkt zal je met het blote oog een vlek opmerken die eigenlijk bestaat uit 7 sterren en deze sterren worden de Plejaden genoemd. Dit is een compacte groep van sterren die een zeer mooi voorbeeld zijn van een "open sterrenhoop" en dergelijke objecten komen zeer vaak voor in verschillende afmetingen en vormen. Soms kunnen open sterrenhopen slechts enkele sterren bevatten maar soms bestaan deze groepen uit honderden sterren die allemaal op hetzelfde ogenblik zijn ontstaan uit dezelfde moleculaire wolk. Open sterrenhopen zijn meestal zeer jong (in astronomische termen) en bestaan dus uit zeer hete en heldere sterren waardoor open sterrenhopen zichtbaar zijn wanneer ze zich op grote afstanden van ons bevinden.
Stellaire verbindingen
Een stellaire verbinding of een bewegende groep is een erg losse sterrenhoop, veel losser dan open en bolvormige sterrenhopen. Stellaire verbindingen bevatten in de meeste gevallen 10 tot 100 sterren. De sterren delen de zelfde oorsprong maar zijn niet met de zwaartekracht gebonden en bewegen samen verder door de ruimte. Bewegende groepen worden geïdentificeerd door hun gemeenschappelijke bewegingsvectoren en leeftijd. Identificatie door middel van de chemische samenstelling is ook een factor bij bewegende groepen. Stellaire verbindingen werden voor het eerst ontdekt door de Armeense astronoom Viktor Ambartsumian in 1947. Hij categoriseerde deze in twee groepen: OB en T, gebaseerd op de eigenschappen van hun sterren. De naam voor een verbinding gebruikt meestal de namen of afkortingen van het sterrenbeeld (of sterrenbeelden) waarin zij zich bevinden, het verbindingstype en soms ook een numerieke identificatie.
Clusters en superclusters
Sterrenstelsels bevinden zich niet alleen in het universum maar maken vaak deel uit van een groep die men een cluster heet. In deze clusters bevinden zich ook tal van bolhopen en gaswolken. De clusters zelf maken op hun beurt ook deel uit van reusachtige groepen die men superclusters noemt en die tot de grootste structuren uit het universum behoren.
De lokale groep
Ons Melkwegstelsel bevindt zich samen met andere sterrenstelsels in een cluster die men de Lokale Groep noemt. Men is tot deze ontdekking gekomen doordat astronomen erachter kwamen dat bepaalde sterrenstelsels, zoals het Andromeda sterrenstelsel, zich veel dichter bij ons bevinden dan andere stelsels. Vandaag de dag weten we dat de Lokale Groep ongeveer 45 sterrenstelsels bevat maar doordat sommige stelsels in de richting van het centrum van ons Melkwegstelsel liggen, zijn deze moeilijk te observeren en kan het zijn dat we nog niet alle stelsels kennen uit de Lokale Groep.