De wilde jeugd van de zwaarste sterrenstelsels
Met behulp van de APEX-telescoop hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware – maar passieve – stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de ‘starbursts’ gevonden: de opkomst van superzware zwarte gaten. Astronomen hebben waarnemingen van de LABOCA-camera van de door ESO beheerde 12-meter Atacama Pathfinder Experiment-telescoop (APEX) (1) gecombineerd met metingen die verricht zijn met onder meer ESO’s Very Large Telescope en NASA’s Spitzer Space Telescope. Het doel was om te onderzoeken in hoeverre heldere, verre sterrenstelsels zich in groepen of clusters hebben verzameld.
Galactisch sporenonderzoek
Een team wetenschappers heeft de cluster van sterrenstelsels Abell 2744 – ook wel de Pandoracluster genoemd – onderzocht. Stukje bij beetje hebben zij met telescopen in de ruimte en op de grond, waaronder ESO’s Very Large Telescope en de Hubble-ruimtetelescoop, de ingewikkelde en heftige geschiedenis van de cluster gereconstrueerd. Abell 2744 lijkt het resultaat te zijn van een kettingbotsing van zeker vier afzonderlijke clusters. Deze complexe botsing heeft vreemde gevolgen die nog nooit eerder in deze combinatie zijn waargenomen. Als grote clusters van sterrenstelsels met elkaar in botsing komen, biedt de resulterende puinhoop een schat aan astronomische informatie. Door een van de meest ingewikkelde en ongebruikelijke botsingen van clusters te onderzoeken, heeft een internationaal team van astronomen de geschiedenis van deze gebeurtenis, die zich in de loop van 350 miljoen jaar heeft voltrokken, kunnen reconstrueren.
Instrument van twee miljard dollar aan ISS bevestigd
De bemanning van het Amerikaanse ruimteveer Endeavour is er op donderdag 19 mei in geslaagd om de 6,7 ton zware Alpha Magnetic Spectrometer (AMS) aan het internationaal ruimtestation ISS te bevestigen. De robotarm van het ruimteveer (SRMS) nam het twee miljard dollar dure instrument uit het vrachtruim van het ruimteveer waarna de robotarm van het ISS (SSRMS) het gevaarte overnam en dit vasthechtte aan het S3 gebinte van het ruimtestation. De AMS werd ontwikkeld door een team van 500 wetenschappers afkomstig van 56 wetenschappelijke instellingen uit 16 verschillende landen. De bouw van dit bijzondere instrument vond plaats in het Europese centrum voor kernfysica in Genève (CERN). Hoofdonderzoeker achter dit project is de Nobelprijswinnaar Samuel Ting. De AMS is het grootste experiment dat deel uitmaakt van het internationaal ruimtestation ISS. Doordat dit instrument grote energiebehoeften nodig heeft, wordt de AMS vastgemaakt aan de buitenzijde van het ISS aangezien het ruimtestation met zijn grote zonnepanelen daarin kan voldoen. Om goed te kunnen functioneren zal de AMS door een systeem afkomstig van een Amsterdams bedrijf (NLR) supergekoeld worden tot iets boven het absolute nulpunt. Met het AMS instrument willen astronomen kosmische stralen onderzoeken om op die manier op zoek te gaan naar antimaterie, donkere en vreemde materie. Wetenschappers hopen op die manier een beter inzicht te krijgen in het ontstaan en de vorm van het heelal.