STS-5 was de vijfde missie uit het Amerikaanse Space Transportation System programma van de NASA en was de eerste echte missie na 4 eerdere testvluchten. Op 11 november 1982 ging deze vijfde missie van start met als belangrijkste doel twee communicatiesatellieten uit te zetten in een baan om de Aarde. Tijdens deze missie zou normaal ook de eerste ruimtewandeling uit het STS programma uitgevoerd worden maar door een probleem met de ruimtepakken ging die niet door. Bijzonder aan deze missie was dat de vier astronauten aan boord van het ruimteveer Columbia tijdens de lancering en landing geen drukpakken droegen en het ruimteveer opnieuw op het geplande tijdstip werd gelanceerd waardoor men meer vertrouwen kreeg in het STS programma.
Het ruimteveer Challenger werd tijdens de STS-8 missie voor de derde maal gebruikt. Dit was eveneens ook de eerste nachtelijke lancering en landing van een Amerikaans ruimteveer. Aan boord van de Challenger bevonden zich vijf Amerikaanse astronauten waaronder de eerste Afro-Amerikaan en in het laadruim van het ruimteveer bevond zich ondermeer de Indiase INSAT 1B kunstmaan. Deze missie duurde iets meer dan 6 dagen en aan boord van de Challenger bevonden zich naast de verschillende wetenschappelijke experimenten ook meer dan 260 000 postzegels die na deze ruimtevlucht verkocht werden aan het grote publiek. In totaal legde de Challenger meer dan 4 miljoen kilometer af tijdens deze missie en bevond zich in zijn laadruim voor meer dan 13,6 ton aan vracht.
STS-3 was de derde bemande Amerikaanse Space Shuttle missie en ging op 22 maart 1982 van start. Deze missie werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia en was de eerste waarbij de External Tank niet wit was geverfd maar in z’n oorspronkelijke kleur gelaten werd om op deze manier overtollig gewicht te besparen. Ook was het de eerste en enige missie waarbij op de White Sands Space Harbor landingsbaan in de Amerikaanse staat New Mexico werd geland. Doel van deze derde STS missie was om het Remote Manipulator System robotsysteem verder te testen en om voor het eerst verschillende experimenten in het ruimteveer uit te voeren. De missie duurde in totaal 8 dagen. Tijdens deze derde Space Shuttle missie kregen de twee astronauten ook last van ruimteziekte.
De STS-2 missie was de tweede bemande Amerikaanse Space Shuttle vlucht uit het Space Transportation System programma van de NASA en ging van start op 12 november 1981. De missie werd uitgevoerd met het ruimteveer Columbia dat bemand werd door twee Amerikaanse astronauten. Bij deze vlucht werd voor het eerst de Remote Manipulator System (RMS) gebruikt. Deze Canadese robotarm zou later vooral gebruikt worden om satellieten mee op te vangen of uit te zetten of onderdelen aan het ISS ruimtestation vast te hechten. Bijzonder aan deze missie was dat dit de laatste keer was dat deze ruimtevlucht werd uitgevoerd met astronauten die voor het eerst de ruimte ingingen. Zowel de terugkeer in de dampkring als de landing van het ruimteveer werden met de hand uitgevoerd.
De STS-1 missie was de allereerste Space Shuttle missie uit de geschiedenis van de Amerikaanse ruimtevaart. Deze vlucht werd bemand door 2 bemanningsleden en werd uitgevoerd door het ruimteveer Columbia. Het doel van de missie was om veilig in een baan rond de Aarde te komen, alle apparatuur te testen en weer veilig te landen. Bijzonder aan deze missie was niet alleen dat het de eerste STS missie was, maar ook dat de twee Solid Rocket Boosters die het ruimteveer in de ruimte brachten, op een vaste brandstof werkten in tegenstelling tot andere raketten die op vloeibare brandstof functioneren. Dit was de eerste maal dat dit werd toegepast bij een bemande ruimtevlucht. In totaal duurde deze eerste Space Shuttle missie 2 dagen, 6 uur en 20 minuten.
Net als de Unity module (Node 1) doet de Harmony module (Node 2) aan het internationaal ruimtestation ISS dienst als koppelingsmodule waar andere onderdelen van het ISS aan kunnen vastgehecht worden. Deze 14,2 ton zware module zorgde ervoor dat het ISS ruimtestation 75 kubieke meter aan leef- en werkruimte bij kreeg.
De Skylab Rescue Mission maakte deel uit van het Amerikaanse Skylab ruimteprogramma. Het was een reserve Saturn IB raket met aangepaste Apollo ruimtecapsule die kon worden ingezet indien een Skylab bemanning in het ruimtestation zou moeten gered worden indien er zich plots een probleem zou voorgedaan hebben met hun ruimtecapsule waardoor de bemanning niet meer kon terugkeren naar de Aarde.
Salyut 4 maakte deel uit van het Sovjet Salyut ruimteprogramma en was het vierde Russische ruimtestation dat in een baan om de Aarde werd gebracht. Dit ruimtestation was oorspronkelijk een copy van zijn voorganger, het Salyut 3 ruimtestation. In tegenstelling tot zijn voorganger bleek dit ruimtestation een groot succes te zijn doordat twee Soyuz crews er in slaagden gedurende lange tijd te verblijven aan boord van het complex. Op 26 december 1974 werd het Salyut 4 ruimtestation in een lage baan om de Aarde gebracht op een hoogte van ongeveer 350 kilometer en 770 dagen later kwam een eind aan zijn missie doordat het ruimtestation opbrandde in de atmosfeer.
Het eerste ruimtestation in een baan om de Aarde was het Russische Salyut 1 dat op 19 april 1971 in de ruimte werd gebracht door een Proton raket vanop de baikonur lanceerbasis in Kazachstan. Het hoofdoel van dit eerste ruimtestation was het uitvoerig testen van zijn technologie, het uitvoeren van astrofysische experimenten en het onderzoeken hoe lang ruimtevaarders in een baan om de Aarde konden verblijven. Al gauw zou blijken dat dit eerste ruimtestation niet gespaard zou blijven van tegenslag waarbij zelfs drie Russische ruimtevaarders om het leven zouden komen. De Sovjet-Unie was er dan wel in geslaagd als eerste land een ruimtestation in de ruimte hebben, toch woog dit succes niet op tegen het verlies van drie kosmonauten.
De laatste bemande ruimtemissie naar het Amerikaanse ruimtestation Skylab luisterde naar de naam Skylab 4 (SL-4) en werd op 16 november 1973 gelanceerd vanop het Kennedy Space Center in Florida. Aan boord van de Apollo ruimtecapsule bevonden zich de astronauten Gerald Carr, William Pogue en Edward Gibson die maar liefst 83 dagen in het ruimtestation verbleven.
Spacepage wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door Spacepage en Guidestar te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van nieuws, artikelen en ons digitaal magazine.