3,58 m Telescopio Nazionale Galileo (La Palma)
In het begin van de zeventiende eeuw begon de ontwikkeling van de telescoop als een wetenschappelijk instrument dat een nieuw venster bood op het universum. In 1609 werd de Italiaanse natuurkundige Galileo Galilei (1564-1642) de eerste astronoom om objecten aan de nachtelijke hemel met een telescoop te bestuderen. Zijn waarnemingen van o.a. de schijngestalten van Venus bevestigden het heliocentrisch model van het zonnestelsel, omschreven door de Poolse sterrenkundige Nicolaus Copernicus (1473-1543) in zijn geruchtmakend boek “De Revolutionibus Orbium Coelestium” (De omwentelingen van de hemelbanen). Op deze manier begon een fascinerende wetenschappelijke zoektocht, waarmee de mensheid uiteindelijk haar nietigheid beseft in het onmetelijke universum. De pioniers van de Europese sterrenkunde hadden af te rekenen met het matig klimaat en astronomen zoals Isaac Newton (1642-1727) en Edmond Halley (1656-1742) beseften dat een hoge en droge locatie op een bergtop wellicht de beste observatiepost kon bieden.
Vrouwen in de sterrenkunde
Een onderwerp als deze is gedoemd om onvolledig te zijn, toch poog ik een overzicht te geven van vrouwen die actief zijn of waren in de sterrenkunde. Waarom vrouwen? Omdat mannen de sterrenkunde domineren. Vrouwen werden (vroeger) niet geacht ’s nachts achter een telescoop naar de sterren en planeten te turen. Ook heden ten dage is het aantal vrouwen in een sterrenkundige vereniging of instelling meestal een fractie van het totaal aantal leden. De Internationale Astronomische Unie (zie Guidestar december 2010) telt momenteel 9.989 leden en daarvan zijn er 1.496 vrouwelijk, of 14,98%. De IAU voert campagnes om de vrouwelijke vertegenwoordiging te verhogen (http://www.sheisanastronomer.org). In België zijn er 113 leden van de IAU en daarvan zijn er 17 vrouwelijk (15,04%). Actieve lidstaten met momenteel de grootste percentages vrouwen zijn Argentinië (48 vrouwen - 36%), Roemenië (11 - 34%), Peru (1 - 33%), Mauritius (1 - 33%), Venezuela (5 - 29,4%), Thailand (4 - 28,5%) en de Filippijnen (1 - 25%). Albanïe, Macedonië en Trinidad en Tobago hebben telkens één lid: een vrouw, en halen dus 100%. In de Europese landen is Oekraïne koploper met 50 vrouwen (26,8%), gevolgd door Litouwen (4 - 26,6%), Bulgarije (14 - 26,4%), Italië (138 - 24,8%), Frankrijk (167 - 24,31%) en Portugal (10 - 23%).
76,2 m Lovell radiotelescoop (Jodrell Bank)
Sinds de ontwikkeling van de radio in de jaren 1890, waren uitvinders zoals Nikola Tesla (1856-1943) en Guglielmo Marconi (1874-1937) ervan overtuigd dat men signalen uit het zonnestelsel kon ontvangen. Het duurde echter tot 1933 voordat de Amerikaanse radio ingenieur Karl Jansky (1905-1950), met zijn 30 m buizen-antenne “radio hiss” detecteerde vanuit het centrum van de Melkweg, ons sterrenstelsel. Radioastronomie was geboren en deze nieuwe subtak van de sterrenkunde werd snel uitgebaat door de Amerikaanse fysicus John Krauss (1910-2004) en de Amerikaanse amateur astronoom Grote Reber (1911-2002). In 1937 bouwde Reber de eerste parabolische radio schotel antenne met een diameter van 9 m en een focus van 8 m, waarmee hij de “radio hemel” in kaart bracht. Na de Tweede Wereldoorlog werd radioastronomie pas goed opgepikt, mede dankzij het feit dat militaire radio apparatuur en antennes ter beschikking kwamen voor astronomisch onderzoek. Aan de Universiteit van Manchester ondervond astrofysicus Bernard Lovell bij zijn radio tests teveel interferentie door de elektrische tram die door de stad reed. In december 1945 verkrijgen de astronomen, via het department plantkunde, een stuk land “Jodrell Bank” genaamd, in een afgeleden gebied nabij Holmes Chapel in Cheshire.