Spacepage RSS
Spacepage op YouTube
Spacepage op Twitter
Spacepage op Facebook
Advertentie

Sagittarius A*Dankzij gegevens afkomstig van de Amerikaanse Chandra röntgentelescoop vermoeden astronomen dat het grote zwarte gat, dat zich in het centrum van de Melkweg bevindt, asteroïden en kometen verslindt. Deze theorie zou alvast de opflakkeringen van uitgezonden röntgenstraling verklaren die in het gebied van het zwarte gat regelmatig worden waargenomen. Het zwarte gat is ruim vier miljoen keer zo zwaar als de zon en bevindt zich in het sterrenbeeld Boogschutter (Sagittarius). NASA's Chandra ruimtetelescoop heeft de afgelopen jaren minstens één keer per dag het superzware zwarte gat in het centrum van de Melkweg, dat gekend is onder de naam Sagittarius A*, waargenomen. Uit deze waarnemingen blijkt dat Sagittarius A* opflakkeringen vertoont waarbij het zwarte gat enkele keren tot bijna honderd keer meer röntgenstraling produceert dan normaal. Deze opflakkeringen duurden vaak enkele uren en werden ook waargenomen met ESO's very Large Telescope in Chili. Astronomen vermoeden nu dat zich rond Sagittarius A* een wolk van miljarden kometen en asteroïden bevindt die afkomstig kunnen zijn van een nabij gelegen ster. Objecten die zich uiteindelijk op minder dan 150 miljoen kilometer van het zwarte gat begeven, zouden door de sterke getijdekrachten verbrijzeld worden. De brokstukken die naar het zwarte gat vallen, passeren het hete gas dat dat zich rondom Sagittarius A* bevindt en veroorzaken als laatste stuiptrekking röntgenstraling. Deze reactie is vergelijkbaar met meteoren die de dampkring van de Aarde binnenvliegen en vervolgens door verhitting gaan gloeien. De astronomen gaan ervan uit dat er objecten groter dan tien kilometer nodig zijn om de waargenomen röntgenstraling te kunnen veroorzaken. Verder röntgenonderzoek van Sagittarius A* moet uitwijzen of de sterrenkundigen gelijk hebben.

Gepubliceerd in Heelal
donderdag, 26 januari 2012 19:47

Kepler ontdekt elf planetenstelsels

ExoplaneetDe Amerikaanse Kepler ruimtetelescoop blijft astronomen verbazen. De planetenjager heeft maar liefst elf nieuwe planetenstelsels aan zijn lijst van ontdekkingen toegevoegd. Alles samen bevatten deze stelsels minstens 26 exoplaneten. Hierdoor is het aantal ontdekte Kepler-planeten in één keer verdubbeld. De nieuwe exoplaneten verschillen in grootte van anderhalf keer de Aarde tot groter dan Jupiter en bewegen op kleine afstanden om hun moedersterren. Zo variëren hun omlooptijden van 6 tot 143 dagen en staan ze allemaal dichter tot hun moederster dan de planeet Venus tot de Zon. Aangezien de pas ontdekte exoplaneten op kleine onderlinge afstanden om hun moederster draaien, is hun onderlinge aantrekkingskracht dan ook groot genoeg om elkaars baanbewegingen te versnellen of te vertragen. Net als de andere exoplaneten die Kepler al ontdekte, werden ook deze planeten ontdekt door de helderheden van meer dan 150 000 sterren in de gaten te houden in de sterrenbeelden Lier en Zwaan. Zodra er, vanaf de Aarde gezien, een planeet voor zijn moederster schuift, wordt het licht van de ster iets verduisterd en zal Kepler dit meten. Voor de ruimtetelescoop is drie keer zo een dip in de lichtsterkte van de ster genoeg om de massa, omvang en en omlooptijd te achterhalen van de exoplaneet. Het bestaan van meerdere exoplaneten om één ster kan dan weer afgeleidt worden uit wisselende omlooptijden. Tot op heden heeft Kepler al meer dan 2300 kandidaat-planeten ontdekt waarvan in iets meer dan zestig gevallen hun bestaan werd bevestigd door vervolgwaarnemingen met andere telescopen.

Gepubliceerd in Exoplaneten
woensdag, 25 januari 2012 12:00

De wilde jeugd van de zwaarste sterrenstelsels

StervormingMet behulp van de APEX-telescoop hebben astronomen een sterk verband gevonden tussen de krachtigste uitbarstingen van stervorming in het vroege heelal en de zwaarste sterrenstelsels van nu. De hevige stervorming in de sterrenstelsels werd abrupt afgebroken, waardoor ze eindigden als de huidige zware – maar passieve – stelsels van ouder wordende sterren. De astronomen hebben ook de waarschijnlijke oorzaak voor het plotselinge einde van de ‘starbursts’ gevonden: de opkomst van superzware zwarte gaten. Astronomen hebben waarnemingen van de LABOCA-camera van de door ESO beheerde 12-meter Atacama Pathfinder Experiment-telescoop (APEX) (1) gecombineerd met metingen die verricht zijn met onder meer ESO’s Very Large Telescope en NASA’s Spitzer Space Telescope. Het doel was om te onderzoeken in hoeverre heldere, verre sterrenstelsels zich in groepen of clusters hebben verzameld.

Gepubliceerd in ESO persberichten
donderdag, 12 januari 2012 04:24

Astronomen ontdekken drie kleine exoplaneten

ExoplaneetOp de winterbijeenkomst van de American Astronomical Society in Texas hebben Amerikaanse astronomen van het California Institute of Technology bekend gemaakt dat ze buiten ons zonnestelsel drie kleine planeten hebben ontdekt die alledrie rond een rode dwerg cirkelen. De drie planeten zijn de kleinste exoplaneten die tot op heden ontdekt werden. Hun afmetingen variëren van 0,57 tot 0,87 maal de middellijn van de Aarde en volgens de sterrenkundigen gaat het hier om zogenaamde 'rotsachtige planeten'. De kleinste van de drie kan men op vlak van grootte vergelijken met de planeet Mars. De ster waarrond het trio cirkelt (KOI-961), is ongeveer zeventig procent groter dan Jupiter en heeft een diameter die gelijk is aan eenzesde van de diameter van de zon. De ontdekking van de drie rotsachtige exoplaneten rondom de rode dwerg is voor astronomen zeer belangrijk. Rode dwergen zijn de meest voorkomende sterren in ons Melkwegstelsel. Dankzij deze ontdekking concluderen sterrenkundigen nu dat er wellicht nog veel meer soortgelijke planeten draaien rondom rode dwergen. Ondanks het feit dat de drie exoplaneten officieel tot de 'aardse' planeten worden gerekend, zijn ze alles behalve leefbaar. Het trio is slechts anderhalf miljoen kilometer van hun moederster verwijderd en hebben hierdoor extreem hoge oppervlaktetemperaturen (200 tot 500 graden Celsius). Door hun korte afstand tot hun moederster doen de drie exoplaneten er dan ook minder dan twee dagen over om éénmaal rond de ster KOI-961 te draaien. Hierdoor is dit planetenstelsel het kleinste dat we vandaag de dag kennen. Dit bijzonder planetenstelsel werd ontdekt met behulp van de Amerikaanse Kepler ruimtetelescoop. De betrokken onderzoekers bestudeerden oude gegevens afkomstig van Kepler die publiekelijk werden gemaakt waarna men de moederster op Aarde met behulp van het Palomar Observatory en de  W.M. Keck telescoop bestudeerde om op die manier meer te leren over de grootte van de exoplaneten.

Gepubliceerd in Exoplaneten
woensdag, 11 januari 2012 23:32

Planeten in overvloed

PlanetenEen internationaal team, onder wie drie astronomen van de Europese Zuidelijke Sterrenwacht (ESO), heeft de techniek van gravitationele microlensing gebruikt om te meten hoe algemeen planeten in de Melkweg zijn. Na zes jaar onderzoek, waarbij miljoenen sterren zijn gevolgd, komt het team tot de conclusie dat planeten bij sterren eerder regel dan uitzondering zijn. De resultaten zullen op 12 januari in Nature verschijnen. De afgelopen zestien jaar hebben astronomen meer dan zevenhonderd exoplaneten ontdekt (1). Ook is een begin gemaakt met het onderzoek van de spectra (eso1002) en atmosferen (eso1047) van deze werelden. Hoewel het onderzoek van de eigenschappen van afzonderlijke exoplaneten ontegenzeggelijk waardevol is, wacht de fundamentele vraag hoe algemeen planeten in de Melkweg zijn nog op een antwoord.

Gepubliceerd in ESO persberichten

NGC 253De VLT Survey Telescope (VST) heeft de schoonheid van het nabije spiraalstelsel NGC 253 vastgelegd. Het nieuwe portret is waarschijnlijk de meest detailrijke groothoekopname van dit object en zijn omgeving die ooit is gemaakt. Het toont aan dat de VST, de nieuwste telescoop van de ESO-sterrenwacht op Paranal, een groot beeldveld kan combineren met een indrukwekkende beeldscherpte. NGC 253 bevindt zich op een afstand van ongeveer 11,5 miljoen lichtjaar in het zuidelijke sterrenbeeld Sculptor (Beeldhouwer). Vaak wordt hij simpelweg het Sculptorstelsel genoemd, maar hij heeft ook diverse bijnamen, waaronder ‘Zilveren Dollarstelsel’. NGC 253 is al met een verrekijker goed te zien, want net als het grote buurstelsel van onze Melkweg, het Andromedastelsel, behoort hij tot de helderste sterrenstelsels aan de hemel.

Gepubliceerd in ESO persberichten
woensdag, 14 december 2011 19:10

Maaltijd voor zwart gat komt snel dichterbij

Zwart gatAstronomen hebben, met ESO’s Very Large Telescope, een gaswolk van enkele aardmassa’s ontdekt, die steeds sneller in de richting van het zwarte gat in het centrum van de Melkweg beweegt. Het is voor het eerst dat wordt waargenomen hoe zo’n tot ondergang gedoemde gaswolk een superzwaar zwart gat nadert. De resultaten worden op 5 januari 2012 in het tijdschrift Nature gepubliceerd. Tijdens een twintig jaar durend onderzoeksprogramma met ESO-telescopen, waarbij de bewegingen van sterren rond het superzware zwarte gat in het centrum van ons melkwegstelsel worden gevolgd (eso0846) (1), heeft een team van astronomen onder leiding van Reinhard Genzel van het Max-Planck-Institut für extraterrestrische Physik (MPE) in Garching, Duitsland, een uniek nieuw object ontdekt dat met grote snelheid op het zwarte gat af stevent.

Gepubliceerd in ESO persberichten
woensdag, 07 december 2011 09:53

Vampierster geeft zijn geheimen prijs

VampiersterAstronomen hebben de beste opnamen ooit verkregen van een ster die het grootste deel van zijn materiaal aan een vampierachtige begeleider is kwijtgeraakt. Door het licht van vier telescopen van ESO’s Paranal-sterrenwacht te combineren, creëerden zij een 130 meter grote virtuele telescoop met een beeldscherpte die vijftig keer zo groot was als die van de Hubble-ruimtetelescoop van NASA en ESA. De nieuwe beelden laten zien dat de materie-overdracht van de ene ster naar de andere verrassend rustig verloopt.

 

 

Gepubliceerd in ESO persberichten

Sterrenkundigen hebben met behulp van de Amerikaanse Spitzer ruimtetelescoop een nieuwe band van stof ontdekt rondom de ster Eta Corvi in het zuidelijke sterrenbeeld Raaf (Corvus). De wetenschappers vermoeden dat de stofband bevolkt wordt door zeer veel kometen die eventuele exoplaneten in de buurt continue zouden bombarderen. Dergelijke situatie is te vergelijken met het 'Late Heavy Bombardment' dat zich in vroegste periode van ons zonnestelsel afspeelde (4,0 tot 3,8 miljard jaar geleden). Tijdens deze periode werden de jonge planeten en hun manen continue bestookt met kometen die op Aarde wellicht de oceanen deden ontstaan en koolstof naar onze planeet brachten. Het bestaan van deze periode werd ontdekt bij het bestuderen van de ouderdom van kraters op de Maan en na onderzoek van Maanstenen die door de Apollo-astronauten werden meegebracht. Tot op heden is het echter nog niet duidelijk wat de reden is voor het Late Heavy Bombardment in het zonnestelsel. De sterrenkundigen leggen bij de ster Eta Corvu de link met het Late Heavy Bombardment doordat de spectrograaf aan boord van Spitzer het spectrum van de stofband rond de ster analyseerde. Hieruit bleek dat de chemische samenstelling van de stofband sterk overeen kwam met die van de Almahata Sitta-meteoriet die in 2008 neerkwam in Soedan, Afrika. In 2005 ontdekten astronomen al een eerste ring van stof rondom Eta Corvu die zich op ongeveer 150 Astronomische Eenheden van de ster bevindt. Deze ring is te vergelijken met de Kuipergordel rondom het zonnestelsel en bestaat vooral uit ijsachtige hemellichamen. Voor de sterrenkundigen is onderzoek zoals dat van Eta Corvu van zeer groot belang aangezien men op die manier meer leert over het ontstaan van het zonnestelsel en de omstandigheden waarin de Aarde ontstond.

Gepubliceerd in Heelal
woensdag, 31 augustus 2011 21:11

De ster die niet zou mogen bestaan

SDSS J102915+172927Een team van Europese astronomen heeft met behulp van ESO’s Very Large Telescope (VLT) een ster opgespoord die volgens velen niet zou mogen bestaan. Ze ontdekten dat deze ster naast waterstof en helium bijzonder weinig andere chemische elementen bevat. Deze opmerkelijke samenstelling plaatst hem in de ‘verboden zone’ van een breed geaccepteerde theorie voor stervorming, wat betekent dat hij eigenlijk nooit had mogen ontstaan. De onderzoeksresultaten verschijnen op 1 september 2011 in het tijdschrift Nature. Een zwakke ster in het sterrenbeeld Leeuw, met de aanduiding SDSS J102915+172927 (1), blijkt minder elementen zwaarder dan helium (door astronomen ‘metalen’ genoemd) te bevatten dan alle andere sterren waarvan de samenstelling is onderzocht. De ster is lichter dan de zon en waarschijnlijk meer dan 13 miljard jaar oud.

Gepubliceerd in ESO persberichten
Pagina 1 van 9