Ruimtevaart
Mars500 deelnemers zijn terug op 'Aarde'
In Moskou zijn de zes deelnemers van het bijzondere Mars500 experiment sinds 4 november 2011 terug in vrijheid. Na een verblijf van 520 dagen in een nagebouwd ruimteschip stapten de drie Russen, een Fransman, een Italiaan en een Chinees in hun blauwe overalls omstreeks 11u00 uit hun verblijf dat zich in het Russische Instituut voor Biomedische Problemen (IMBP) bevindt. De zes werden hartelijk ontvangen door wetenschappers alsook door hun naaste familieleden. De volgende drie dagen gaat de Mars500 crew in quarantaine voor nader onderzoek waarna ze hun normale leven opnieuw kunnen opnemen. De deelnemers van het Mars500 experiment simuleerden sinds 3 juni 2010 een meer dan 50 miljoen kilometer lange ruimtevlucht naar de planeet Mars en terug. Na hun 'lancering' begonnen de zes aan een 250 dagen durende reis naar Mars waar enkelen onder hen uiteindelijk ook op afdaalden. In een speciale ruimte simuleerde men in ruimtepakken ruimtewandelingen op het oppervlak van Mars om er ondermeer stenen te verzamelen voor onderzoek. Om de simulatie zo realistisch mogelijk te maken, zat er tussen de conversaties met vluchtleiding op Aarde en het nagebouwde ruimteschip soms een tijdsverschil van ongeveer twintig minuten. Daarnaast werd de Mars500 crew ook geconfronteerd met technische en onvoorziene problemen waardoor hun stressbestendigheid regelmatig op de proef gesteld werd. Het doel van dit experiment was vooral om te onderzoeken hoe het lichaam en de geest van de deelnemers zouden reageren op een lange periode van isolatie en eenzaamheid in een kleine ruimte. Tijdens hun missie werden de zes deelnemers onderworpen aan tal van medische en psychologische proeven zodat onderzoekers hen op de voet konden volgen en analyseren. Dit was het langste isolatie-experiment uit de geschiedenis van de ruimtevaart.
NASA's Deep Space Network
Nadat de Sovjet-Unie op 4 oktober 1957 de kleine Sputnik 1 (84 kg) lanceerde, belandde het Amerikaanse ruimtevaartprogramma in een inhaal race. Het zou echter tot februari 1958 duren vooraleer het Army Ballistic Missile Agency (ABMA) erin slaagde de Explorer 1 (14 kg) te lanceren. Uiteindelijk werd op 1 oktober 1958 het Amerikaanse ruimtevaart agentschap NASA – National Aeronautics & Space Administration operationeel teneinde de bestaande ruimtevaart know-how uit militaire en civiele middens te bundelen in één administratie. Het Jet Propulsion Laboratory (JPL) van de Caltech universiteit werkte reeds samen met ABMA voor de ontwikkeling van raketten maar werd gevraagd om de data verwerking te doen van het onbemande Pioneer project. JPL-ingenieurs hadden immers het microlock tracking & telemetry systeem ontwikkeld om raketten te volgen en verwezenlijkten een wereldwijd netwerk van antennes om de communicatie met Amerikaanse satellieten te verzekeren. Dit netwerk met antennes in Nigeria, Singapore, Puerto Rico en California bleek te kleinschalig voor het Maan programma dat grote beweegbare antennes vereiste.
NASA stelt haar Mars-raket voor
Op woensdag 14 september 2011 heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA haar nieuwe raket voorgesteld waarmee het in de toekomst mensen wil in de ruimte brengen. Het lanceermiddel kreeg de naam 'Space Launch System' (SLS) en wordt aangedreven door vloeibare waterstof en vloeibare zuurstof. Wanneer deze raket zal klaar zijn voor haar lancering, zal dit de meest krachtige draagraket zijn die ooit gebouwd werd door de mens. Verwacht wordt dat het Space Launch System tien tot twintig procent meer kracht zal hebben dan de krachtige Saturn V Maanraket. Met het Space Launch System wil men in een eerste fase vrachten tot 77 ton in de ruimte brengen (drie keer zoveel als de Space Shuttle). Later moet het laadvermogen opgetrokken worden tot 130 ton. Ondanks het feit dat deze raket gelijkenissen vertoond met de Space Shuttle door de twee Solid Rocket Boosters aan weerszijde van de onderste trap, moet het Space Launch System de mens verder dan ooit in de ruimte brengen. Door zijn enorme kracht en groot laadvermogen wil NASA deze raket gebruiken voor ondermeer bemande ruimtemissies naar Mars. Bovenop de SLS zal zich een ruimtecapsule bevinden waarvan de ontwikkeling volop bezig is. Tot 2017 zal Amerika 18 miljard dollar investeren in het SLS-project. Tien miljard dollar zal gebruikt worden voor ontwikkeling van de raket en haar systemen en zes miljard zal besteed worden aan de realisatie van de nieuwe ruimtecapsule. De overige twee miljard dollar wordt uiteindelijk gebruikt voor de modernisering van het Kennedy Space Center in Florida dat de thuisbasis wordt van het Space Launch System. De eerste testvlucht van het Space Launch System is voorzien voor 2017. Vanaf 2021 plant NASA de eerste bemande vluchten met het Space Launch System en in 2025 moet deze raket voor het eerst mensen naar een asteroïde brengen. Indien men hierin slaagt, zal Amerika rond 2030 de eerste Amerikanen naar Mars sturen met behulp van het Space Launch System.
Eerste Galileo satelliet arriveert in Kourou
Op de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana is de eerste Europese Galileo IOV (In-Orbit Validation) navigatiesatelliet aangekomen die op 20 oktober 2011 in de ruimte moet gebracht worden. De 640 kilogram zware kunstmaan werd op 7 september van Rome in Italië naar Kourou in Zuid-Amerika overgevlogen aan boord van een Russisch Antonov vrachtvliegtuig. Meteen na zijn vlucht werd de kunstmaan in zijn speciale container overgebracht naar een speciale ruimte waar men de satelliet een laatste maal zal testen en voorbereiden op de lancering. Tijdens de lancering op 20 oktober zal Europa de eerste twee kunstmanen voor het Galileo-navigatiesysteem in de ruimte brengen. De lancering zelf zal uitgevoerd worden met een Russische Sojoez ST-B draagraket die voor het eerst zal gelanceerd worden vanop het gloednieuwe lanceercomplex op de Kourou lanceerbasis. De tweede Galileo IOV kunstmaan wordt momenteel klaargemaakt voor zijn vlucht naar Zuid-Amerika. In juni 2011 arriveerden ook al de eerste twee Sojoez draagraketten op de Europese lanceerbasis in Frans-Guyana. Na de eerste lancering op 20 oktober 2011 volgt nog een tweede lancering van Galileo IOV satellieten in 2012 die samen met de eerste twee de basis moeten vormen van het nieuwe navigatienetwerk. De volgende jaren moeten er uiteindelijk nog eens 26 andere Galileo-satellieten gelanceerd worden die zich in drie verschillende banen om de Aarde zullen bevinden op een hoogte van 23 222 kilometer. Het Europese civiele Galileo-navigatiesysteem moet de tegenhanger worden van het huidige Amerikaanse GPS-systeem. Door zijn betere dekking en betere precisie moet het Europese navigatiesysteem meer voordelen bieden dan het GPS-systeem. Galileo moet in 2014 operationeel zijn.