Kris Christiaens
Medebeheerder en hoofdredacteur Spacepage.
Russische Phobos-Grunt ruimtesonde in de problemen (Update)
Op dinsdag 8 november 2011 heeft Rusland voor het eerst in vijftien jaar opnieuw een ruimtesonde gelanceerd richting Mars. Het Phobos-Grunt ruimtetuig vertrok om 21u16 Belgische tijd vanop de Bajkonoer lanceerbasis in Kazachstan en werd met een Zenit-2FG draagraket probleemloos in de ruimte gebracht. Iets meer dan elf minuten na de start van de lancering werd Phobos-Grunt losgemaakt van de Zenit-2FG draagraket. Toch bleek het succes van korte duur te zijn aangezien enkele uren na de lancering bleek dat Phobos-Grunt twee essentiële baanmanoeuvres niet had uitgevoerd. Het ruimtetuig moest zich via een eerste baanmanoeuvre in een elliptische baan om de Aarde brengen waarna een twee manoeuvre het tuig op weg naar Mars moest zetten. Uiteindelijk bleek dat Phobos-Grunt zich nog steeds in een tijdelijke baan om de Aarde bevond omwille van een software of propulsieprobleem. Volgens de vluchtleiders is de missie nog niet afgelopen aangezien er geen brandstof verloren ging. Wellicht zal men de volgende dagen proberen het tuig toch nog op weg te zetten naar Mars. Indien het probleem zich in één van de hardware onderdelen bevindt, is de 163 miljoen dollar dure Marsmissie verloren. Phobos-Grunt is een zogenaamde 'sample return mission' en moet in februari 2013 een zachte landing maken op de Marsmaan Phobos. Het uiteindelijke doel van deze missie is om ongeveer 200 gram bodemstalen van de Marsmaan terug naar de Aarde te brengen door middel van een kleiner tuigje en een terugkeercapsule. Naast Phobos-Grunt werd tijdens deze lancering ook de eerste Chinese Marsverkenner in de ruimte gebracht alsook een capsule met daarin micro-organismen. Met deze prestigieuze ruimtemissie willen wetenschappers de herkomst van de Marsmaan Phobos onderzoeken alsook meer leren over het ontstaan van het zonnestelsel.
Sterrenkijkdagen 2011 - 2 & 3 december
![]()
Op vrijdag 2 en zaterdag 3 december aanstaande zijn er opnieuw sterrenkijkdagen. Dit is een organisatie van de Vereniging Voor Sterrenkunde (VVS). En, zoals de traditie het wil, nemen ook JVS Quasar en de Astro Event Group vzw uit Oostende opnieuw hieraan deel. Dit door een resem telescopen op te stellen in het Maria Hendrikpark te Oostende. Nabij de hangbrug en de stadsrandparking. Waar iedereen die het wil GRATIS met ons kan komen kijken naar de wonderen van het heelal zoals : de Maan, Jupiter (met maantjes) en natuurlijk diverse deep-sky objecten zoals gasnevels, sterrenhopen enz ... Tevens tonen wij u, aan de hand van een krachtige groene laserstraal, waar u de poolster en enkele bekende sterrenbeelden kan terugvinden aan de sterrenhemel en kan u al uw sterrenkundige vragen stellen aan één van onze gedreven medewerkers. Kortom, er valt heel wat te zien... en elke bezoeker krijgt alvast een unieke sterrenkijkkrant ! U kan bij ons, zowel op vrijdag- en zaterdagavond, terecht van 20.00 uur t/m 23.30 uur. Het spreekt vanzelf dat wanneer het weer het niet toe laat, bij een te zware bewolking, regen of storm, deze publieke waarnemingsactie niet kan doorgaan. Raadpleeg onze website (www.aegvzw.be) alvast voor de allerlaatste gegevens. Geboeid door sterrenkunde, klimatologie en/of ruimtevaart ? Raadpleeg dan ook de Spacepage (www.spacepage.be) website alsook ons GRATIS Guidestar magazine ! Heeft u nog vragen ? Contacteer ons dan via : Patrick Jaecques, Prof. J. Vercoulliestraat 38 te 8400 Oostende (B). Tel.: 059/51.83.88.
Planetoïde 2005 YU55 scheert dinsdag langs de Aarde
In de nacht van dinsdag 8 op woensdag 9 november 2011 zal een planetoïde ter grootte van een vliegdekschip langs de Aarde vliegen (omstreeks 00u28 Belgische tijd). De 400 meter grote planetoïde, genaamd 2005 YU55, zal zich komende dinsdag op een afstand van ongeveer 325 000 kilometer van de Aarde bevinden (dichter dan de afstand Aarde - Maan) maar vormt volgens wetenschappers geen enkel gevaar voor de Aarde of de Maan. Het is wel de meest nabije ontmoeting met een dergelijk hemellichaam sinds 35 jaar. Planetoïde die zo dicht bij de Aarde komen, krijgen de naam 'aardscheerders'. Wetenschappers houden het object nauwlettend in de gaten en merkten de steenmassa voor het eerst op in 2005 tijdens waarnemingen aan het Steward Observatory in de Verenigde Staten. Bij zijn kortste afstand tot de Aarde zal planetoïde 2005 YU55 een helderheid van ongeveer magnitude 11 halen waardoor deze zichtbaar moet zijn met amateur-telescopen. Indien 2005 YU55 toch zou inslaan op de Aarde zou deze een krater veroorzaken die 6,4 kilometer breed en 1,7 kilometer diep zou zijn. De impact zou een aardbeving veroorzaken met een kracht van 7.0 op de schaal van Richter. Voor wetenschappers zijn dergelijke aardscheerders zeer nuttig aangezien deze ons meer kunnen vertellen over het ontstaan van het zonnestelsel. De passage van 2005 YU55 zal met radarsystemen in Californië en Puerto Rico op de voet gevolgd worden zodat wetenschappers kunnen achterhalen of er zich kraters, bevroren ijs of waterhoudende mineralen op de asteroïde bevinden. De volgende keer dat een planetoïde met deze omvang op een dergelijke 'korte' afstand langs de Aarde zal scheren, is pas in 2028. Passages van kleinere planetoïden langs de Aarde, met afmetingen tot enkele meters, vallen echter vaker voor. Zo vloog de tien meter grote planetoïde 2010 TD45 in oktober 2010 nog op een afstand van 46 000 kilometer langs onze planeet.
Mars500 deelnemers zijn terug op 'Aarde'
In Moskou zijn de zes deelnemers van het bijzondere Mars500 experiment sinds 4 november 2011 terug in vrijheid. Na een verblijf van 520 dagen in een nagebouwd ruimteschip stapten de drie Russen, een Fransman, een Italiaan en een Chinees in hun blauwe overalls omstreeks 11u00 uit hun verblijf dat zich in het Russische Instituut voor Biomedische Problemen (IMBP) bevindt. De zes werden hartelijk ontvangen door wetenschappers alsook door hun naaste familieleden. De volgende drie dagen gaat de Mars500 crew in quarantaine voor nader onderzoek waarna ze hun normale leven opnieuw kunnen opnemen. De deelnemers van het Mars500 experiment simuleerden sinds 3 juni 2010 een meer dan 50 miljoen kilometer lange ruimtevlucht naar de planeet Mars en terug. Na hun 'lancering' begonnen de zes aan een 250 dagen durende reis naar Mars waar enkelen onder hen uiteindelijk ook op afdaalden. In een speciale ruimte simuleerde men in ruimtepakken ruimtewandelingen op het oppervlak van Mars om er ondermeer stenen te verzamelen voor onderzoek. Om de simulatie zo realistisch mogelijk te maken, zat er tussen de conversaties met vluchtleiding op Aarde en het nagebouwde ruimteschip soms een tijdsverschil van ongeveer twintig minuten. Daarnaast werd de Mars500 crew ook geconfronteerd met technische en onvoorziene problemen waardoor hun stressbestendigheid regelmatig op de proef gesteld werd. Het doel van dit experiment was vooral om te onderzoeken hoe het lichaam en de geest van de deelnemers zouden reageren op een lange periode van isolatie en eenzaamheid in een kleine ruimte. Tijdens hun missie werden de zes deelnemers onderworpen aan tal van medische en psychologische proeven zodat onderzoekers hen op de voet konden volgen en analyseren. Dit was het langste isolatie-experiment uit de geschiedenis van de ruimtevaart.
Reusachtige zonnevlek verschijnt op oppervlak van de zon
Momenteel bevindt zich op het oppervlak van de zon een gigantische zonnevlek. De zonnevlek, die de naam AR 1339 kreeg, is ongeveer 80 000 bij 40 000 kilometer groot en verscheen op 3 november 2011 aan de noordoostelijke rand van onze ster. Zonnevlekken hangen samen met koelere plekken op de het oppervlak van de zon en hun aantal is een maat voor de activiteit van onze ster. NASA's Solar Dynamics Observatory kon de reusachtige zonnevlam meteen in beeld brengen (zie video). Volgens wetenschappers is dit de grootste zonnevlek die ze in jaren gezien hebben. De onderzoekers die deel uitmaken van het Solar Dynamics Observatory noemen deze zonnevlek dan ook 'bad boy'. De donkere kernen, de zogeheten umbra's, zijn groter dan de Aarde. Dergelijke zonnevlekken kunnen enorme zonnevlammen produceren en eventueel ook Coronal Mass Ejections (CME’s) waarbij geïoniseerd gas de ruimte wordt uitgestoten. Met kleine telescopen is de zonnevlek AR 1339 al makkelijk te zien mits u natuurlijk de noodzakelijke filters gebruikt om de ogen te beschermen. Meer info over de zon, poollicht en zonne-activiteit: http://www.poollicht.be
Shenzhou-8 koppelt zich aan Chinees ruimtelabo
China heeft met succes zijn eerste koppeling van twee ruimtetuigen in een baan om de Aarde uitgevoerd. Op woensdag 2 november 2011 koppelde op een hoogte van 343 kilometer het onbemande Shenzhou-8 ruimtetuig zich om 18u28 Belgische tijd automatisch vast aan het Tiangong-1 ruimtelabo. Camera's aan boord van beide ruimtetuigen legden dit historisch gebeuren vast en de beelden werden live uitgezonden op de Chinese televisie. Nu beide ruimtetuigen aan elkaar hangen, heeft het eerste Chinese ruimtelabo een lengte van 18 meter en is het gevaarte bijna 4 meter breed. Het Chinese koppelingsmechanisme vertoont veel gelijkenissen met het door Rusland ontwikkelde APAS-systeem dat ontwikkeld werd ten tijde van het Apollo-Sojoez ruimteprogramma. Later werd dit systeem ook gebruikt bij het Russische ruimtestation Mir en het internationaal ruimtestation ISS. Volgens China moet het hierdoor mogelijk zijn om Chinese ruimtetuigen te laten koppelen aan het ISS. Deze eerste Chinese 'docking' is van zeer groot belang voor de toekomst van het Chinese bemande ruimtevaartprogramma. China wil tegen 2020 een groot modulair ruimtestation in een baan om de Aarde hebben dat zal bestaan uit verschillende modules die in de ruimte aan elkaar moeten vastgehecht worden. De volgende twaalf dagen blijven de twee ruimtetuigen aan elkaar vastgehecht waarna de Shenzhou-8 ruimtecapsule zich een tweede keer automatisch moet vasthechten aan het onbemande ruimtelabo. Indien alles verloopt volgens schema moet de onbemande Shenzhou-8 ruimtecapsule rond 17 november 2011 terugkeren naar de Aarde.
Onbemande Chinese Shenzhou ruimtecapsule op weg naar Tiangong-1
China heeft op maandag 31 oktober 2011 zijn achtste Shenzhou ruimtecapsule met succes in een baan om de Aarde gebracht. De negende CZ-2F draagraket vertrok om 22u58 Belgische tijd vanop de de noordwestelijke lanceerbasis Jiquan en zette de onbemande Shenzhou-8 ruimtecapsule enkele minuten later uit in de ruimte. De acht ton zware Shenzhou-8 moet binnen twee dagen aankomen bij het onbemande Chinese ruimtelabo Tiangong-1 dat op 29 september 2011 in de ruimte gebracht werd. Eenmaal aangekomen bij het ruimtelabo moet Shenzhou-8 op een hoogte van 343 kilometer de eerste Chinese koppeling in de ruimte uitvoeren. Uiteindelijk moeten de twee ruimtetuigen ongeveer twaalf dagen aan elkaar gekoppeld blijven waarna Shenzhou-8 een tweede koppeling moet uitvoeren. Aan boord van de Shenzhou-8 ruimtecapsule bevinden zich verschillende wetenschappelijke experimenten die deel uitmaken van 17 onderzoeksprogramma's. Voor de eerste maal bevinden er zich ook Westerse experimenten, afkomstig van Duitsland, aan boord van een Chinese Shenzhou ruimtecapsule. Op 17 november 2011 moet de terugkeercapsule van de Shenzhou-8 terugkeren naar de Aarde. In 2012 plant China de lancering van de Shenzhou-9 en Shenzhou-10 met aan boord telkens drie Chinese ruimtevaarders (Taikonauten). Deze ruimtevaarders, waaronder wellicht ook een vrouw, moeten uiteindelijk gedurende een korte periode werken en leven aan boord van het Tiangong-1 ruimtelabo.
Rusland gaat opnieuw naar Mars
Het Russische ruimtevaartagentschap Roscosmos heeft laten weten dat de Phobos-Grunt ruimtesonde op 9 november (00u26 Moskoutijd) zal gelanceerd worden vanop de Bajkonoer lanceerbasis in Kazachstan. Phobos-Grunt is de eerste Russische interplanetaire ruimtemissie sinds de mislukte lancering van de Mars-96 ruimtesonde in november 1996. Het 12 ton zware ruimtetuig, met aan boord enkele instrumenten van Franse en Finse makelij, zal in de ruimte gebracht worden door een Zenit-2SB draagraket. Na zijn lancering moet Phobos-Grunt in oktober 2012 in een baan om de planeet Mars terechtkomen. Vervolgens moet het ruimtetuig in februari 2013 een zachte landing maken op de 26 kilometer grote Marsmaan Phobos. Via een robotarm moet Phobos-Grunt op deze kleine maan ongeveer 200 gram bodemstalen verzamelen dat in maart 2013 door middel van een Earth Return Vehicle naar de Aarde zal gestuurd worden. Indien alles probleemloos verloopt, moeten de bodemstalen in augustus 2014 aankomen op Aarde. Wetenschappers hopen met deze bodemstalen meer te leren over het ontstaan van Mars en het zonnestelsel. Met de Russische Phobos-Grunt ruimtesonde reist ook de eerste Chinese Marsverkenner mee naar Mars. De microsatelliet genaamd Yinghuo-1 moet in een elliptische baan om Mars gebracht worden waar het 115 kilogram zware ruimtetuig het oppervlak, de atmosfeer en het magnetische veld van de rode planeet twee jaar lang zal onderzoeken. Een andere opmerkelijke passagier die met Phobos-Grunt meereist naar Mars is het Living Interplanetary Flight Experiment dat ontwikkeld werd door de Planetary Society uit de Verenigde Staten. In deze titanium capsule bevinden zich tien soorten micro-organismen. Biologen willen op deze manier zien of de organismen hun driejarige reis in de ruimte kunnen overleven.
Amerika brengt nieuwe klimaatsatelliet in de ruimte
De Verenigde Staten hebben op vrijdag 28 oktober met succes een nieuwe klimaatsatelliet in de ruimte gebracht. Vanop de Vandenberg lanceerbasis in Californië vertrok om 11u48 Belgische tijd een Delta 2 draagraket met in zijn vrachtruim de 2,5 ton zware kunstmaan. De satelliet werd uiteindelijk 59 minuten na de start van de lancering probleemloos uitgezet in een polaire baan om de Aarde op een hoogte van 823 kilometer. Het NPOESS Preparatory Project (NPP) is een eerste project uit een nieuw klimaatonderzoeksprogramma van de Amerikaanse National Oceanic and Atmospheric Administration (NOAA) en NASA. Het National Polar-orbiting Operational Environmental Satellite System (NPOESS) project werd onder de Amerikaanse president Clinton in 1994 opgestart maar werd in 2010 geannuleerd omwille van een te hoog oplopend prijskaartje en te veel vertragingen. Uiteindelijk werd beslist het NPOESS-project te wijzigen en op te splitsen in een militair en civiel gedeelte. Het civiele gedeelte zag onder de naam Joint Polar Satellite System een nieuwe toekomst en is in handen van de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie NASA en NOAA. De NPP-satelliet, zo groot als een bus, moet de volgende jaren dankzij vijf wetenschappelijke instrumenten onderzoek verrichten naar ondermeer de temperatuur van het zeewater, de ozonlaag, klimaatsveranderingen, ijsbedekkingen en luchtvervuiling. De data afkomstig van de NPP-satelliet zal via een grondstation in Noorwegen doorgestuurd worden naar het Air Force Weather Agency en het NOAA Satellite Operations Facility. De technologie die NPP aan boord heeft, zal in de ruimte uitvoerig getest worden zodat dit opnieuw kan gebruikt worden bij toekomstige Joint Polar Satellite System missies. Naast de NPP-klimaatsatelliet werden er ook zes CubeSat-nanosatellieten afkomstig van Amerikaanse universiteiten in de ruimte gebracht.
Rosat duikt neer in Golf van Bengalen
Volgens het Duitse ruimtevaartagentschap DLR is de Duitse röntgensatelliet ROSAT op zondag 23 oktober 2011 boven de Golf van Bengalen in de atmosfeer van de Aarde neergekomen. De exacte plaats van de terugkeer in de atmosfeer kon achterhaald worden dankzij gegevens afkomstig van andere ruimtevaartagentschappen. Of er brokstukken in zee zijn neergekomen is momenteel nog niet duidelijk maar de kans bestaat dat er een dertigtal niet opgebrande brokstukken zijn neergekomen in zee. Wellicht bevindt de 400 kilogram zware spiegel met een diameter van 81 centimeter zich momenteel ergens op de bodem van de Indische Oceaan. Indien ROSAT enkele minuten later de atmosfeer van de Aarde was ingedoken, zouden de overgebleven brokstukken zijn neergekomen nabij enkele dichtbevolkte Chinese steden. De Duitse ROSAT ruimtetelescoop werd op 1 juni 1990 in de ruimte gebracht met als doel het heelal af te speuren naar bronnen van röntgenstraling. ROSAT ving als eerste röntgenstraling op afkomstig van kometen en registreerde ongeveer 80 000 kosmische bronnen van röntgenstralen.