
Sterrenkunde werd in de vroege oudheid vooral als navigatiehulp gebruikt, met de sterren kun je immers je positie bepalen. Ook op godsdienstig vlak speelden de sterren een rol: men probeerde bepaalde verschijnselen te verklaren met behulp van goden. Toen stilaan voor de Grieken duidelijk werd dat de natuur, en niet de goden, het universum had geschapen, werd sterrenkunde een echte wetenschap, en probeerde men verschijnselen te verklaren in wetenschappelijke termen. Dit artikel zal voornamelijk de pogingen van de Oude Grieken om het universum te verklaren, behandelen. We beginnen met de oudste geschreven Griekse (Indo-europese) bronnen en banen ons een weg van 500 jaar lang door de geschiedenis heen, tot in de Hellenistische periode waar de sterrenkunde een echte wetenschap in de letterlijke betekenis van het woord was.
“As ancient peoples began to realize that sun, moon and stars follow certain rhythms in step with the seasons, they made the leap of thought to postulate that some conscious set of rules must be dictating these movements and seasonal changes which, for agrarian or pastoral societies, were a matter of life or starvation. Who or what could be causing these all-important changes to come about? Certainly nothing on earth, no beast or human, had the power. Thus gods were born. “
“Many Greeks settled on the coast of Turkey in the early migrations of the eleventh century BCE, and there enjoyed rich cultural mingling with their neighbours (and sometimes their conquerors) the Lydians and Persians, latest descendents of Mesopotamian civilization. (…) It is not surprising that, by the sixth century, these Ionian navigators of the sea began to develop new ideas about the sky they steered by. The most fundamental of these was that the universe might run, not only by the whim of gods, but by physical, mechanical rules and principles that might, through study, be understood and predicted.” 6
“The later of these " Presocratic" philosophers began to specialize, develop, and apply the systems of empirical observation and deduction which their predecessors had invented. Some, like Parmenides and Zeno, concentrated on exposing the fallacies and logical traps to which the first uses of analytical thinking often fell prey. Others, like followers of the semi-legendary Pythagoras, used their theories about how the universe worked to develop new ideas of divinity, astronomy, universal harmony, and mathematics, and extended these ideas to dictate a proper, "harmonious" lifestyle. All these continued to refine and argue over the basic precepts put forth by the Milesian thinkers.” 15
De atomisten (= aanhangers van de atoomtheorie) Leucippus (480-420 vC) en Democritus (460-370 vC) verfijnden in de generatie na Socrates de verschillende pre-Pythagorese wereldbeelden: er is een cilindervormige aarde, condensatie is het dichter bij elkaar komen van atomen, en middelpuntvliedende kracht (zoals een centrifuge) zorgt ervoor dat de aarde en de hemellichamen op hun plaats blijven. 24 Leucippus kwam uit Milete, en Democritus uit Abdera; hun ontwikkeling van de atoomtheorie was een verfijning van 2 eeuwen Ionische wetenschap. Na hen zouden Socrates’ leerling Plato en diens leerling Aristoteles de harmonie van het (“helio”centrische) beeld van de Pythagoreërs combineren met het geocentrische systeem. Hun talrijke werken analyseren en verfijnen de modellen van hun voorgangers; twee passages die relevant zijn voor hun blik op het universum kan men vinden in Plato’s Timaeus 37df, en in Aristoteles De Caelo 2.289a 11-291b 23.
Eratosthenes was door Ptolemaeus III aangesteld als directeur van de beroemde bibliotheek van Alexandrië. Zijn meest opmerkelijke prestatie is het nauwkeurig opmeten van de omtrek van de aardbol. Hij wist dat er in Syene een bron was, waarvan de bodem op het middaguur van de dag van het lentepunt (= 21 juni) verlicht werd door de zon. Hij wist ook dat Syene op dezelfde meridiaan als Alexandrië lag. Hij mat op 21 juni in Alexandrië de hoek tussen een loodrechtstaande gnomon (stok) en de schaduw. Deze hoek kwam uit op 7,2 graden, een 50 ste van de omtrek van de aarde (360 graden). Uit de goniometrie wist hij dat hieruit de omtrek van de aarde te berekenen viel: het enige wat hij nodig had was de afstand van Syene naar Alexandrië, die hij dan met 50 moest vermenigvuldigen. Ptolemaeus stelde hem slaven, bematisten genoemd, ter beschikking die met “exact” gelijke passen liepen. Zij bepaalden die afstand op 5000 staden. Eratosthenes bepaalde dan de omtrek van de aarde op 252.000 staden, wat 39.690 kilometer is. Dit verschilt 320 kilometer met de nauwkeurigste metingen met GPS-satellieten!
Toen de Grieken eenmaal een basistheorie hadden over hoe het universum tot stand is gekomen, begon elke filosoof voor zich dat idee te verfijnen. Filosofen werden bijvoorbeeld tot die theorie aangetrokken door de harmonie die er in verwerkt zit, wiskundigen doordat men nu de hemel in puur wiskundige termen kon verklaren. Kleine foutjes die nog in die basistheorie zaten werden er uitgewerkt, zodat men alles wat men aan de hemel kon zien, kon verklaren met dat model. Het zou nog eeuwen duren voordat men waarnemingen had die precies genoeg waren om zich te realiseren dat dit model niet aan alle gegevens een verklaring kon geven, en iemand had meer moeite om van theorie te veranderen dan de Grieken, wiens “Bijbel”, de Homerische en Hesiodische mythecyclus, zich aansloot bij het geocentrisch model. Het wetenschappelijk niveau dat de Grieken in de Hellenistische periode hadden bereikt, werd in Europa pas geëvenaard eind 16 e eeuw, wat dus wil zeggen dat de Grieken op het gebied van sterrenkunde en de wetenschap in het algemeen, ver op hun tijd vooruit waren.
Spacepage wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door Spacepage en Guidestar te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van nieuws, artikelen en ons digitaal magazine.