
Dit eerste ruimtestation bestond uit één module die een lengte had van 15,8 meter en beschikte over een leef- en werkruimte van 90 kubieke meter. Bij het lanceren woog het complex 18,9 ton. Eenmaal in een baan om de Aarde werden aan de buitenzijde van dit ruimtestation vier zonnepanelen opengevouwen die voor elektriciteit aan boord van het ruimtestation zorgden. Salyut 1 werd zo ontworpen dat een bemande Soyuz ruimtecapsule kon koppelen aan de voorzijde van het ruimtestation. Binnenin Salyut 1 bevonden zich drie compartimenten waarvan één diende als luchtsluis tussen het ruimtestation en de Soyuz ruimtetuigen terwijl de andere ruimten dienden als technische ruimte en leef- en werkruimte. Deze drie compartimenten, waarvan twee toegankelijk waren voor ruimtevaarders, werden tijdens het operationele bestaan van het ruimtestation onder druk gebracht terwijl zich in een vierde gedeelte van het ruimtetuig de raketmotoren en controlesystemen bevonden.

Het Salyut 1 ruimtestation in een baan om de Aarde.
Aan boord van dit ruimtestation bevond zich ondermeer de Orion 1 telescoop dat ontwikkeld werd door Grigor Gurzadyan van het Byurakan Observatory uit Armenië. Deze telescoop werd bediend door kosmonaut Viktor Patsayev die hiermee de eerste mens werd die een telescoop bediende vanuit een baan om de Aarde. Na het lanceren van het ruimtestation op 19 april 1971 besliste de Sovjet-Unie de Soyuz 10 ruimtecapsule te lanceren op 23 april richting Salyut 1. De drie kosmonauten, Vladimir Shatalov, Aleksei Yeliseyev en Nikolai Rukavishnikov slaagden er in hun Soyuz 10 capsule vast te hechten aan het Salyut 1 ruimtestation. Toch lukte het de bemanning niet niet het ruimtestation te betreden door een technisch probleem met het koppelingsmechanisme. Uiteindelijk keerde de Soyuz 10 bemanning op 25 april 1971 terug naar de Aarde. Hierdoor bleef Salyut 1 nog steeds onbemand. Op 6 juni 1971 werd vanop Baikonur de Soyuz 11 ruimtecapsule gelanceerd. In tegenstelling tot hun voorgangers slaagden de drie kosmonauten aan boord van deze ruimtecapsule er wel in het ruimtestation te betreden waarna ze de Salyut 1 grondig testten en controleerden op technische problemen. Nadat de Soyuz 11 bemanning op 7 juni succesvol was gekoppeld aan de Salyut 1 werd hun missie op 29 juni plots onderbroken door een technisch probleem in het ruimtestation waardoor de drie ruimtevaarders verplicht werden zich terug te begeven in hun Soyuz ruimtecapsule en terug te keren naar de Aarde. Toen de Soyuz 11 ruimtecapsule uiteindelijk diezelfde dag een zachte landing maakte in de steppe van Kazachstan kon men niets anders dan vaststellen dat de drie kosmonauten, Georgi Dobrovolski, Viktor Patsayev en Vladislav Volkov om het leven waren gekomen door een plots drukverlies aan boord van de ruimtecapsule tijdens hun terugkeer in de atmosfeer.
Op 11 oktober 1971 brandde het allereerste ruimtestation uiteindelijk op boven de Stille Oceaan in de atmosfeer van de Aarde nadat het 175 dagen in de ruimte had verbleven. Ondanks het technisch succes van het Salyut 1 ruimtestation was het verlies van de Soyuz 11 bemanning een zware tegenslag voor het Russische Salyut ruimteprogramma. Na het verlies van de drie kosmonauten tijdens de terugkeer van de Soyuz 11 besliste de Sovjet-Unie dat kosmonauten zowel tijdens de lancering als tijdens de terugkeer ruimtepakken moesten dragen die hun konden beschermen tegen een eventueel drukverlies. Tot op heden wordt dit nog steeds toegepast.







