
Vroeger dacht men dat het zonnestelsel eindigde na de laatste planeet. Eerst was dit de geringde planeet Saturnus, daarna respectievelijk Uranus, Neptunus en Pluto. Maar hoe dan de kometen verklaren die al sinds het prille begin van het zonnestelsel plots uit de diepe delen van ons zonnestelsel verschijnen? Of het ontstaan van de planeet Pluto, deze is eveneens onverklaarbaar als men ervan uitgaat dat het zonnestelsel stopt na de laatste planeet. In de jaren 50 van de vorige eeuw suggereerden de Nederlandse astronomen Jan Hendrik Oort en Gerard Kuiper dat er achter de planeet Neptunus nog twee gordels met daarin honderduizenden ijsdwergen bestaan. Deze twee gebieden zijn tegenwoordig beter bekend als de Kuipergordel en de Oortwolk.
In de vroege jaren dertig van de vorige eeuw ontdekten astronomen een nieuw object dat zich verder van de Zon bevindt dan Neptunus. Aangezien men nog niet wist over de werkelijke grootte van het object, dat al vlug de naam Pluto kreeg, ging men ervan uit dat het opnieuw een gasreus zou zijn zoals Uranus en Neptunus. Pluto werd dan ook gekroond tot de negende planeet van ons zonnestelsel.
Op een afstand van 50 000 en 100 000 Astronomische Eenheden (AE) van de Zon bevindt zich een mogelijke sfeer van grote, komeetachtige objecten bestaande uit ijs- en rotsbrokken. Deze sfeer, die bekend staat als de Oortwolk, werd gesuggereerd door de Nederlandse astronoom Jan Hendrik Oort en is momenteel nog steeds de enige waarschijnlijke theorie die het ontstaan van langperiodieke kometen kan verklaren.
Spacepage wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door Spacepage en Guidestar te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van nieuws, artikelen en ons digitaal magazine.