
Als onze ogen geschikt waren om gammastraling te zien, zouden we ongeveer twee keer per dag zowat verblind worden door een heldere flits, helderder dan enige andere bron aan de hemel. In deze uitbarstingen van gammastraling, gamma-ray bursts, wordt in een aantal minuten meer energie uitgestraald dan de zon in haar hele levensloop van 10 miljard jaar zal doen. Gamma-ray bursts zijn daarmee de meest energetische gebeurtenissen in ons heelal sinds de Big-Bang. Waar deze uitbarstingen vandaan komen, is voorlopig nog een raadsel. De bron duidt men wel alvast aan met de naam “gamma-ray burster”. De oorsprong van deze gammastralers is één van de meest intrigerende raadsels uit de sterrenkunde van de 20e eeuw. Het feit dat de flitsen zich willekeurig lijken te situeren aan de hemel, maakt de zaak er natuurlijk niet makkelijker op.
Gammastralen vormen, net zoals zichtbaar licht een deel van het elektromagnetisch spectrum. Dit is het spectrum van al het licht, in al zijn vormen: van radiostraling (grote golflengte, laag-energetische waarde) over zichtbaar licht (met een golflengte van 1 micrometer) tot gammastralen.
De eerste waarneming van een gamma-ray burst werd per ongeluk gedaan in de jaren ‘60 door de Vela satellieten van het Amerikaanse leger, die waren bedoeld om in de gaten te houden of de toenmalige Sovjet-Unie geen kernproeven in de ruimte deed, bijvoorbeeld achter de Maan. In plaats daarvan werden stralingspieken gemeten die niet vanuit de buurt van de Aarde konden komen. In 1973 concludeerden astronomen dat er sprake was van een nieuw fenomeen, maar tot 1991 kon men slechts raden naar de oorsprong ervan. In april van dat jaar werd met de space-shuttle Atlantis het Compton gamma-ray Observatory gelanceerd, een satelliet met aan boord het Bursts and Transient Source Experiment (BATSE). Uit de BATSE bleek meteen dat de verdeling van de gamma-ray bursts niet samenhing met ons Melkwegstelsel, noch met nabije sterrenstelsels of clusters van sterren.
Een groot probleem bij het vinden van een verklaring voor GRB’s is hun grote verscheidenheid. Sommige duren maar 30 milliseconden, terwijl de langsten bijna 2 uur duurden. Sommigen stralen met horten en stoten en anderen hebben weer een glad profiel. Het grootste deel van de energie van de fotonen ligt tussen de 100 000 en een miljoen electron-volt, wat betekent dat de bron bijzonder heet moet zijn (de, voornamelijk optische, elektronen die van de zon afkomen hebben maar een energie van een paar electron-volt).
De enige kandidaten die eigenlijk in aanmerking komen om zo’n hoeveelheid energie op te wekken, zijn asymmetrische, relativistische super- of hypernovae of op elkaar botsende dubbelster systemen, zoals neutronenster - neutronenster of neutronenster- zwart gat systemen.
Spacepage wordt aan onze bezoekers blijvend gratis aangeboden maar om de hoge kosten om de site online te houden te drukken moeten we wel het nodige budget kunnen verzamelen. Ook jij kunt uw bijdrage leveren door Spacepage en Guidestar te ondersteunen met uw donatie zodat we u blijvend kunnen voorzien van nieuws, artikelen en ons digitaal magazine.